Taal menu: Nederlands | Frysk
Algemeen
Actueel
Publicaties

Uit: Fryslân 6;2 (2000), 50-53.

Abe Lenstra (1920-1985)
Van Us Abe tot nationaal idool

Yme Kuiper

Afbeelding 1. Abe juicht na gescoord te hebben.

Geen Fries uit de twintigste eeuw heeft meer tot de volksverbeelding gesproken dan de in Heerenveen geboren, begenadigde voetballer Abe Lenstra. Al bij zijn leven had hij de reputatie verworven een baltovenaar te zijn met een geniaal spelinzicht. In nagenoeg elk gezin in Friesland kunnen verhalen verteld worden over grootvaders en vaders die Abe nog in zijn hoogtijdagen zelf op het Sportpark van Heerenveen, in het roemruchte kampioensteam met het fameuze pompeblêdenshirt, hadden zien schitteren met onmogelijke doelpunten, onnavolgbare schijnbewegingen en onstuitbare solo's. Grillig was Lenstra's interlandcarrière en intrigerend zijn bij tijd en wijle ogenschijnlijk ongeïnspireerde optreden in Oranje. Buiten Friesland heette Heerenveen in de jaren rond 1950 Abeveen. En tot op heden zijn Heerenveen en de gelijknamige voetbalclub verbonden gebleven met de naam en faam van Abe.

Hil en Abe

"Het Abe Lenstrastadion. Ja, dat had hij prachtig gevonden als hij het geweten had. Het stadion is namelijk pas in het jaar na zijn overlijden naar hem genoemd. Niet dat Abe zo dol was op roem hoor, daar was hij te nuchter voor. Maar die negen keer noordelijk kampioen met Heerenveen, dat was toch wel zijn mooiste tijd als voetballer. Daar hadden we het met onze vrienden later nog vaak over. Tot in Amerika toe, bij Paul Bruinsma in Californië, die nog met Abe in die jaren in 'Heerenveen' had gevoetbald. Abe zat toen al in de rolstoel. En toch zijn we zo nog drie keer in Amerika geweest." Aan de uitdrukking op het gezicht van Hil Lenstra-Wisman valt af te lezen dat die reizen met Abe naar Amerika haar heel dierbaar zijn.

Ons gesprek vindt plaats in haar woning, midden in Heerenveen, van waaruit men een fraai uitzicht heeft op de aloude Crackstate. Dat juist de nagedachtenis aan haar Abe zo'n prominente plaats had gekregen onlangs bij het spektakel 'Oranje van de eeuw' in de Amsterdamse Arena deed haar deugd. Maar in dat elftal waren, zo was mijn gastvrouw opgevallen, wel erg veel Ajacieden door Cruyff neergezet. "Neem nou Coen Moulijn van Feyenoord, die had toch zeker als linksbuiten gekozen moeten worden." Als jong meisje was Hil Lenstra al dol op voetbal en dat is ze nu nog. Trouw bezoekt ze de wedstrijden van de huidige S.C. Heerenveen, "een fijne club". In 1939 kreeg Hil verkering met Abe. Hij was negentien en zij zestien. Vijf jaar later trouwden ze en kregen twee dochters. Tot 1955 woonde het gezin Lenstra in Heerenveen. Daarna volgde de periode Enschede. Die werd abrupt afgebroken door de hersenbloeding die Abe trof in het voorjaar van 1977. Dat juist deze voetbalheld, maar ook veelzijdig sportman, die niet rookte en niet dronk, zoiets moest overkomen. Mede op initiatief van het comité 'Abe weer thuis' (met als erevoorzitter de Abe-bewonderaar Prins Bernhard) keerden de Lenstra's in 1978 weer terug naar Heerenveen. Abe bezocht hierna wel wedstrijden van Heerenveen, maar hij ergerde zich enorm aan het spelpeil en nog veel vaker aan de scheidsrechter. Dat laatste deed hij in zijn actieve tijd als voetballer trouwens ook altijd al. Liever ging hij naar het ijshockey kijken in Thialf.

Voor 4 september 1985 stond de interland Nederland-Bulgarije op het programma, te spelen in Heerenveen. Ook het illustere trio Gullit, Rijkaard en Van Basten maakte van het Oranjeteam deel uit. Abe zou als eregast van de KNVB fungeren. Maar geheel onverwacht overleed hij twee dagen daarvoor. "Wat daarna los kwam aan reacties was ongelooflijk", vertelt Hil. "Overal vandaan, zelfs uit het buitenland, kregen we brieven. Het was tot dan toe nooit echt tot ons doorgedrongen hoe veel Abe voor de mensen had betekend. Dat meeleven was er trouwens ook acht jaar eerder." Bij de crematieplechtigheid te Goutum was de kist bedekt door de Friese vlag. In de enige toespraak die werd gehouden memoreerde mr. A. van der Werf, jarenlang voorzitter van de Friese Voetbalbond, dat Us Abe was "uitgegroeid van een provinciaal tot een nationaal symbool".

Afbeelding 2. Aan de biljarttafel.
Abe in duel met Darius Dhlomo op een ander groen laken. (Collectie Thijs Ruiter)

Max Merkel

De dag na mijn bezoek aan Hil Lenstra rijd ik over de Afsluitdijk naar Middenmeer. Ik ben op weg naar Thijs Ruiter, die midden jaren vijftig was begonnen alles, maar dan ook echt alles, over Abe Lenstra te verzamelen. Gisteren mocht ik van Hil het vuistdikke fotoalbum bekijken dat Thijs had gemaakt over het leven van Abe: van de voetballer en schaatskampioen tot en met vaderschap en ridderordes. In de zomer van 1985 had Thijs dat met Abe afgesproken. Helaas heeft Abe zelf dit fraaie levensalbum niet meer ingezien.

Over de telefoon had Ruiter me verteld dat zijn verzameling van foto's en film- en televisiebeelden van de reeds bij zijn leven legendarische Lenstra ook deze zomer te zien zullen zijn bij de tentoonstelling 'Abe in Oranje' in Heerenveen. De zon schijnt over het IJsselmeer, maar op mijn innerlijk scherm ben ik weer zeven en zie ik grijsachtige televisiebeelden van een voetbalwedstrijd en van dwarrelende, natte sneeuw.

West-Duitsland-Nederland, Düsseldorf maart 1956. 40.000 toeschouwers. Het was een woensdagmiddag in Heerenveen, een huiskamer vol met jonge en oude kijkers. Mijn vader was echter met enkele vrienden naar Düsseldorf afgereisd. Waarom? Omdat Abe Lenstra, inmiddels ruim vijfendertig, weer eens was teruggehaald bij het Nederlands elftal. Dat was de verdienste van de Oostenrijkse trainer Max Merkel, maar dat ging niet geheel zonder problemen, zo las ik onlangs. Merkel in zijn autobiografie over zijn Oranje-periode: "Nur mit einem Spieler hatte ich einige Schwierigkeiten, mit Abe Lenstra. Er machte mir etwas zu sehr auf Star, und ich hatte Angst, er könnte mir den guten Geist in meiner Truppe kaputtmachen." Toe maar. En wat deed 'der Max' toen? "Als er bei mir dann antrat, habe ich ihn beiseite genommen und mich mit ihm in aller Ruhe ausgesprochen. So wie das Fussballer untereinander machen." En wie vond Abe, vele jaren later terugblikkend op zijn Oranje-verleden, zijn beste trainer? Juist ja, Max Merkel.

De Abe-verzamelaar

Nederland won de wedstrijd in Düsseldorf, met 2-1, beide Nederlandse doelpunten van de voet van Abe Lenstra, inmiddels spelend voor SC Enschede. Aaa-be, Aaa-be, Aaa-be, scandeerden de 10.000 meegereisde Nederlandse supporters rond het veld. Een sensatie, deze overwinning op de wereldkampioen van 1954. Bij de Duitsers speelden in de voorhoede hun crack Fritz Walter en de toen nog heel jonge Uwe Seeler mee; bij ons stond Frans de Munck, de 'zwarte panter', in het doel, en leidde stopper Cor van der Hart de verdediging.

Na een hartelijke begroeting in huize Ruiter aan de rand van Middenmeer zit de grootverzamelaar weldra op zijn praatstoel. "Die Abe, daar was ik helemaal gek van. Bij het voetballen op straat was ik véél liever Abe dan Faas." Wilkes, De Munck, Van der Hart, noem ze maar op, Thijs Ruiter heeft ze allemaal gesproken en gevraagd of ze nog wat voor hem hadden liggen, in een of andere doos of kast. Nadat Thijs me eerst getracteerd had op de stem van Abe - een bandje van het 45-toeren plaatje 'Bij ons in Holland', waarop Abe het afslaan van lucratieve aanbiedingen in een Nederlands met onmiskenbaar Friese tongval bezingt, is het tijd voor de beelden. We beginnen met de uit 1963 daterende, door Herman Kuiphof gemaakte VPRO-documentaire over Abe Lenstra. Heerlijke fragmenten en herinneringen. Hennie Jonkman, aanvoerder van het kampioensteam van Heerenveen, legt uit dat Abe eigenlijk op elke plaats in het elftal gebruikt kon worden. Ja zelfs als keeper had heel goed gekund. "Was je wel eens nerveus, Abe", vraagt Herman de hoofdpersoon zelf. Veel vaker en erger dan de buitenwacht vermoedde, biechtte hij op. Meer dan eens gebeurde het dat Abe voor een wedstrijd moest overgeven.

Abe te traag voor Oranje?

En dan heeft Ruiter nog een verrassing voor mij in petto. Tot voor kort verzamelde hij ook alles over het Nederlands elftal. "Wil je even wat interlands zien uit de jaren veertig en vijftig, al dan niet met Abe. Kan hoor, ik ben zelfs tot de kluizen van het Polygoonbioscoopjournaal doorgedrongen." Het 'even' werd een paar uur. Terug in de tijd, terug ook naar het Nederland van de jaren 1950. "Wat een tijd", verzucht Thijs een paar keer, "niks geen agressie en geweld. Kom daar nu eens om." Talloze derby's der Lage Landen, Holland-België, of omgekeerd (in de Hel van Deurne!), gaan over het scherm.

Nooit geweten dat er in die wedstrijden zo enorm hard gespeeld werd, terwijl ik toen toch menige radioreportage heb beluisterd. Ik ontdek niet zozeer bewust gemeen voetbal zoals dat sinds de introductie van het totaal-voetbal onder Rinus Michels gebruikelijk is geworden. Nee, hier was het nog meer gebikkel uit strijdlust en gebrek aan techniek. En juist wat techniek betreft onderscheidde Abe Lenstra zich sterk van de rest op het veld, wilde hij zich ook graag onderscheiden. Zou Abe nu nog wel in Oranje meekunnen? Abe was toch lui en traag, en die technische hoogstandjes van hem waren op dit niveau alleen mogelijk door het lage speeltempo, menen sommige kenners. De video in Middenmeer toont hun ongelijk aan. Abe te traag? Toch is Abe nagenoeg de enige speler die vaak de bal direct doorspeelt of kaatst en daardoor juist snelheid in het spel brengt. Abe te lui? Maar, geachte kenners, let er dan eens op hoe vaak hij juist op de goede plek staat om te scoren. Toeval? Nee natuurlijk. Maar misschien gaan deze criticasters te veel af op hun herinneringen aan de Abe in zijn nadagen. Bijna veertig jaar oud ging hij immers nog enkele jaren door met betaald voetbal bij Enschedese Boys. Inderdaad, vaak in wandeltempo, maar ... nog steeds scorend. Hoezeer had Rik Coppens, de befaamde Belgische midvoor, het bij het rechte eind toen hij - in Kuiphofs documentaire - verklaarde dat de international Abe Lenstra nooit echt slecht kón spelen, omdat hij altijd wel iets goeds, zo niet briljants met de bal deed. Hoogstens mocht je zeggen dat Abe in sommige wedstrijden minder aan de bal kwam.

Linksbinnen - 'en net oars'

Een aantal malen hebben sportverslaggevers Lenstra uitvoerig geïnterviewd over zijn loopbaan. Dat begon al in 1949 met een serie van dertien afleveringen in De Volkskrant over 'Abe Lenstra, de mens, de Fries en de voetballer', een jaar later gevolgd door Fenno L. Schoustra's 'Abe Lenstra' in de reeks 'Sportsterrenparade'. Weer een jaar later werd Abe gekozen tot sportman van het jaar, een verkiezing die toen voor de eerste maal, door de AVRO, werd georganiseerd. Van andere series in de krant, waarin Abe voetballes gaf, kwamen na verloop van tijd boekjes uit als 'Voetballen doe je zó' en 'Honderd goals'. Daarin doet onze balvirtuoos soms opmerkelijke uitspraken, zoals bijvoorbeeld: voetbal is voor 90% denksport en maar voor 10% doesport. Daarnaast liet Abe zich in de jaren 1950 strikken reclame te maken voor onder andere C&A en Coca-Cola en prees Hil, 'Abe's vrouw', Maggi Goudbouillon aan.

Niet alleen in Friesland was hij mateloos populair, maar in heel Nederland. Abe's langdurig verzet tegen de heren van de Keuzecommissie voor het Nederlands Elftal, die hem maar niet op zijn favoriete positie wilden opstellen, vergrootte zijn populariteit nog aanmerkelijk. Een week voor de befaamde 6-5 overwinning (na 1-5 achterstand) van Heerenveen op Ajax in mei 1950 verscheen de 'Hollandse' sportverslaggever Kick Geudeker in het Friese Haagje. Hij wierp zich op als bemiddelaar tussen Abe en de Keuzecommissie. "Abe wil dolgraag weer in het Nederlands XI-tal", luidde de kop van zijn 'exclusief interview met Abe Lenstra' in het weekblad Sportief. Jubelend meldde hij dat Abe best bereid was 'het systeem' te spelen, maar dan wel als linksbinnen. Niks geen stijve, onbenaderbare Fries, die Abe, maar "een alleraardigste jongen, een sportjongen als alle anderen, met dezelfde ijdelheidjes en dezelfde gezonde eerzucht." Een week later was Geudeker weer in Friesland om Heerenveen-Ajax voor Sportief te verslaan. "Abe speelde zich weer in het Ned. elftal" was één van de koppen. bij zijn wedstrijdanalyse. Bovendien had Kick nog iets anders in het spel van Abe, 'technicus als geen ander', gezien. "Hij was scherp en fel op de bal. agressief op de goede momenten."

Afbeelding 3. Abe in actie.
Abe haalt verwoestend uit met zijn linker in het cruciale kwalificatieduel Nederland-Oostenrijk (1-1) in het Olympisch Stadion te Amsterdam in september 1957. Midvoor Abe maakte wel gelijk, maar miste kort voor het einde van de wedstrijd een dikke kans op de winnende treffer. (Collectie Thijs Ruiter)

'Ik kon wel huilen'

We zijn met Thijs' videobanden in 1956 aangekomen. Düsseldorf. Nagenoeg het hele Nederlands elftal komt me bekend voor: de kanthalfs, de lange Klaassens en de kleine debutant Notermans, de backs Wiersma en Kuys, helemaal in het zwart Frans de Munck - en Abe natuurlijk, nog steeds mee die zwarte kuif en het hoofd wal gebogen tussen de schouders. "Dat contrast tussen zijn uiterlijk en zijn handelingen heeft mij als tekenaar altijd gefascineerd", merkte Dick Bruynestein ooit eens treffend op. Echt mooi zijn de twee goals van Abe niet, maar ze tonen wel weer aan dat hij in scoringspositie bliksemsnel kon optreden. Wat ik me helemaal niet meer kon herinneren was dat er na de wedstrijd nog werd nabeschouwd. Zo bleek Dick - NCRV - van Bommel de jubelstemming in het Oranjekamp te hebben gepeild. En, zo vroeg hij Abe, hoe reageerde jullie Oostenrijkse trainer op de geweldige prestatie. "Die man heeft na afloop nog even geschreid", was het bondige antwoord.

In het jaar daarna speelde Abe. bijna zevenendertig inmiddels, een interland die ik eveneens op de televisie had gezien. Met mijn vader, in de gelagkamer van hotel Vernimmen in Heerenveen. Nederland moest winnen van Oostenrijk om zich te plaatsen voor het Wereldkampioenschap in Zweden in 1958. Abe zelf over die wedstrijd in zijn autobiografische schets 'Voetbal-leven': 'Verder dan een gelijk spel (1-1) kwamen we, in het Amsterdamse Olympisch Stadion, niet. Na een 1-0 achterstand kon ik wel gelijk maken. Triest genoeg miste ik honderd seconden voor het einde echter de kans van mijn leven. Na een soloren van het middenveld af kwam ik heel dicht bij het Oostenrijkse doel. Een doelpunt zat er dik in. Laat ik nu precies in de handen van keeper Schmidt schieten! Ik kon wel huilen. Het was een van de somberste ervaringen uit mijn loopbaan. Nooit zal ik dat moment van de 25e september 1957 meer vergeten."

Zweden 1958

Abe dus niet naar Zweden, maar wel kocht mijn vader vanwege dat wereldkampioenschap zijn eerste televisie. Op onze Aristona verscheen toen in 1958 een nieuwe voetbalheld, een Braziliaanse donkere jongen van nog maar zeventien, Pele. En als ik die naam optik schiet me opeens het beeld te binnen van de toen al hoogbejaarde, maar nog altijd rijzige aannemer Klaas Schaap, oud-doelman en bestuurder van Heerenveen. Op het oude Sportpark van Heerenveen werd hem kort voor zijn overlijden in 1992 voor de camera gevraagd naar de glorietijd van zijn club. Schaap was een man van weinig woorden, maar het volgende wilde hij graag kwijt aan de interviewer: "Abe was beter dan Pele."


© Koninklijk Fries Genootschap / de auteur
Dit artikel hoort thuis op de website van het Koninklijk Fries Genootschap. Verdere verspreiding van dit artikel is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de auteur en / of het Koninklijk Fries Genootschap.

Valideer XHTML 1.0! Valideer stijlblad

Koninklijk Fries Genootschap voor Geschiedenis en Cultuur / Keninklik Frysk Genoatskip foar Skiednis en Kultuer