Taal menu: Nederlands | Frysk
Algemeen
Actueel
Publicaties

Uit: Fryslân 10;3 (2004), 9-13.

Beerstraten tekent Workum in 1662

Bernhard van Haersma Buma

Na tientallen jaren in een archief te hebben gelegen is recent een zeventiende-eeuws stadsgezicht van Workum weer aan het licht gekomen. Het is een afbeelding van de grote kerk en de waag, die in 1662 is getekend door Jan Abrahamsz. Beerstraten en die de nodige verrassingen blijkt op te leveren. Om een paar te noemen: het beginpunt van een Friese reis, een merkwaardige restauratie, een Leidse mystificatie, een Russische en een Franse kunstverzameling. Wie was Beerstraten, hoe werkte hij, wat was zijn relatie met Friesland, wat vertelt de tekening, waar bevindt het origineel zich?

Foto
'De toorn en kerck tot Leyden (=Workum) door Beerstraten geteeckent anno 1662'. (Gemeentearchief Leiden)

Jan Abrahamsz. Beerstraten

De zeventiende-eeuwse kunstschildersfamilie Beerstraten is enkele jaren geleden uitvoerig beschreven door van G. van der Most. Jan Abrahamsz. Beerstraten leefde van 1622 tot 1666. Hij woonde zijn hele leven in Amsterdam. Hij was twee keer getrouwd en kreeg uit het eerste huwelijk elf kinderen en uit het tweede één. Er zijn meer schilders Beerstraten geweest, die moeilijk uit elkaar te houden zijn. Zo waren er behalve Jan ook een schilder Abraham, mogelijk een zoon, over wie veel minder bekend is, en een schilder Anthonie, van wie vrijwel niets bekend is behalve dat er enkele door hem gesigneerde schilderijen bestaan. Een wel apart genoemde schilder Johannes wordt door Van der Most met Jan geïdentificeerd.

Jan Abrahamsz. is voornamelijk bekend als schilder van stads- en dorpsgezichten, al schilderde hij ook wel zeegezichten. Hij werkte het meest in zijn geboortestad Amsterdam en omgeving, maar bezocht ook veel andere Hollandse steden en moet ook een reis naar Scandinavië hebben gemaakt. Zijn werk is vrij monochroom. Hij had een voorliefde voor monumentale gebouwen zoals kerken, kastelen en stadspoorten, die vaak in een winterlandschap werden geplaatst met op de voorgrond een bevroren gracht, gestoffeerd met schaatsers en wandelaars. De figuurtjes liet hij vaak door een ander aanbrengen. Beerstraten veroorloofde zich nogal eens vrijheden om een fraai geheel te arrangeren en de voornaamste gebouwen goed uit te laten komen. Nu zullen zijn schilderijen in het atelier zijn gemaakt aan de hand van ter plaatse vervaardigde tekeningen. Vrijheden op de schilderijen kunnen ook voortkomen uit verkeerde interpretatie van de eerder gemaakte tekening. Ook de gebouwen zelf zijn daarom niet altijd volgens de werkelijkheid weergegeven. Abraham Beerstraten schilderde ook zomerse stadsgezichten, gestoffeerd met figuurtjes op de pleinen. Zijn schilderijen zijn wat kleurrijker dan die van Jan Abrahamsz.

Zijn Friese werk

Vanouds waren er enkele Friese stads- en dorpsgezichten van Beerstraten bekend. Zo bevindt zich al een eeuw een gezicht op Midlum in Kaapstad. Een gezicht op Dronrijp hing tot 1918 op kasteel Biljoen te Velp en bevond zich later in Engeland. Het Fries Museum bezit sinds het eind van de negentiende eeuw een schilderij van De Brol in Leeuwarden van A. Beerstraten.

De belangstelling voor Beerstraten werd nieuw leven in geblazen, toen H. Halbertsma in 1955 in Parijs een tekening van de Martinikerk in Sneek ontdekte, die belangrijke informatie over de zeventiende-eeuwse gedaante van de Martinikerk verschafte en sindsdien herhaaldelijk is afgebeeld. In 1970 kon de gemeente Sneek door bemiddeling van Halbertsma een kapitaal stadsgezicht aankopen dat afkomstig was uit Engeland. Dit schilderij stelde een gezicht op de stad vanuit het noordwesten voor met centraal de Martinikerk. Het hangt thans in het Fries Scheepvaartmuseum te Sneek. Het schilderij was niet gebaseerd op de eerder ontdekte tekening, want daarop wordt de kerk vanuit het zuidwesten afgebeeld. Rond 1976 werd in het kasteel Berkeley, ten noorden van Bristol, een schilderij van de Grote Kerk in Leeuwarden ontdekt. De kerk werd in die jaren gerestaureerd en ter gelegenheid daarvan is het schilderij toen tijdelijk naar Nederland gehaald. In de jaren 1980 dook een tweede schilderij van de Martinikerk in Sneek op. Dit was duidelijk een uitwerking van de Parijse tekening. Ook bleek er een schilderij van Franeker met het Sjaerdemaslot te bestaan, terwijl een in 1980 gesignaleerd schilderij van een forse kerk met zadeldaktoren en een slot m.i. terecht met IJlst in verband is gebracht. Aan deze Friese stads- en dorpsgezichten is nu de tekening van Workum toegevoegd. Albert Reinstra, bouwhistoricus bij de Rijksdienst voor de Monumentenzorg te Zeist - hij schreef enige jaren geleden een verhelderend artikel in de Keppelstok over de datering van een aantal laatmiddeleeuwse kerken waaronder de Grote Kerk van Workum - maakte mij attent op de in het archief van RDMZ bewaarde afbeelding.

Zijn reis door Friesland

Beerstratens Gezicht op Dronrijp beschreef ik in een bijdrage in het boek Sint Salvius op de terpen, dat in 2002 werd uitgegeven ter gelegenheid van de restauratie van de Salviuskerk te Dronrijp. Aan de hand van de intussen bekend geworden werken opperde ik de mogelijkheid, dat Beerstraten een reis door Friesland heeft gemaakt, waarvan de route vrij nauwkeurig is na te gaan. Vast stonden de punten IJlst, Sneek, Leeuwarden, Dronrijp, Franeker en Midlum. Hij zou vanuit Amsterdam via Lemmer naar Friesland kunnen zijn gereisd en vanuit Harlingen teruggekeerd, al kan hij de route ook in omgekeerde richting hebben afgelegd. De vondst van de Workumer tekening maakt duidelijk, dat hij via Workum en niet via Lemmer is gereisd. Workum had in de zeventiende eeuw een intensieve verbinding met Amsterdam, 's zomers voer zelfs tweemaal per dag een beurtschip op die stad. De route zal dan via Workumertrekvaart, Wymerts, Geeuw, Zwette en Harlingertrekvaart hebben gelopen. Gezien Beerstratens voorliefde voor monumentale gebouwen zijn er in het van hem bekende werk twee opvallende lacunes langs die route, namelijk Bolsward en Harlingen (de middeleeuwse dom van Almenum). Hopelijk zullen nog eens afbeeldingen van die steden te voorschijn komen. In samenhang met het vaststellen van deze reis kan nu, omdat enkele werken voorzien zijn van het jaartal 1662, ook de datering van de afbeeldingen worden gepreciseerd. Er wordt bij de schilderijen van Beerstraten nogal eens midden zeventiende eeuw of ca. 1650 opgegeven. Dit kan dus voor zijn Friese werk worden gesteld op 1662.

Nu is het onmiskenbaar, dat het schilderij van De Brol in Leeuwarden een ander karakter heeft dan wat wij verder als het Friese werk van Jan Abrahamsz. kennen. Het is kleurrijker, heeft geen bevroren gracht op de voorgrond en de bomen zijn in blad. De compositie is naar het oordeel van de conservator van het Fries Museum Gert Elzinga zwakker dan bij de andere schilderijen. Dat het van Jan Abrahamsz, is, lijkt hem uitgesloten. Het is eveneens gedateerd 1662, het jaar van de reis van Jan Abrahamsz., en duidelijk gesigneerd A. Beerstraten. Het meest waarschijnlijk is, dat het is geschilderd door Abraham en dat deze inderdaad de zoon van Jan was, die zijn vader op diens reis door Friesland heeft vergezeld.

Het Workumer stadsgezicht; de kerk

Nu de tekening zelf. Wat biedt die ons aan informatie over de afgebeelde gebouwen? We bespreken eerst de kerk en daarna de waag. Het is de oudst bekende afbeelding van dichtbij van de kerk. Wel is de kerk diverse keren eerder afgebeeld, zoals op de tot in details betrouwbare vogelvluchtplattegrond van Geelkercken uit 1616. Die plattegrond laat zien dat de kerk er in de zeventiende eeuw vrijwel net zo uitzag als nu. Maar bij Beerstraten zitten kerk en toren aan elkaar vast. Het schip is tot de toren doorgetrokken, met de noordbeuk daarentegen, waarvan het dak juist boven de waag uitkomt, lijkt dat niet het geval te zijn. Het verlengde schip heeft een soort zijkapel met een topgevel en daarvoor bevindt zich een zeventiende-eeuws poortje. Hoe komt de tekenaar daaraan? Mogelijk is dit het gevolg van een verkeerde interpretatie van de vrijstaande toren. De benedenste geleding daarvan heeft een ingang die wordt geflankeerd door twee nissen, vergelijkbaar met die aan de andere zijden van de toren. Zouden de zijkapel en het poortje een "vertaling" kunnen zijn van de oostgevel van de toren? De toren zelf is nauwkeurig getekend, ook in zijn detaillering. Maar de tekenaar heeft de wat gedrongen toren een rijzigheid gegeven die het torenlichaam ver boven het dak van de kerk doet uitsteken. Op de tekening sluit de daknaad van het middenschip op de toren aan bovenaan de eerste geleding. Volgens de plannen had de naad moeten aansluiten bovenaan de tweede geleding. Vermoedelijk heeft hij een aparte tekening van de toren gemaakt.

Restauratie rond 1940; het transept

Een tweede punt dat aandacht verdient is het transept. Het transeptvenster is onnauwkeurig getekend, maar het deurtje eronder komt precies met het huidige deurtje overeen. Nu is dit deurtje een product van de restauratie in de jaren 1940. Daarvoor had de transeptingang een omlijsting met een ezelsrugboog, waarvan de puntvormige bekroning zich voortzette in de zware middenstijl van het grote transeptvenster. Dit is bekend van foto's van het vervallen gebouw uit de eerste decennia van de twintigste eeuw. Het leek mij oorspronkelijk een neogotische toevoeging, maar later bleek mij, dat de toegangspartij op dezelfde manier is afgebeeld op de landbouwersbaar in de kerk en op een afbeelding van Stellingwerf (1723). Daarmee werd duidelijk, dat het hier om de oorspronkelijke opzet gaat. Nu moet men bedenken, dat toen de kerk werd gebouwd de huidige waag nog niet bestond. Geelkercken laat een bescheiden waaggebouw zien, dat dichtbij de gracht stond. De transeptgevel nam toen op het marktplein een opvallende plaats in en functioneerde als een soort voorgevel van de kerk. Een dergelijke situatie gaf er soms aanleiding toe deze gevel extra te verfraaien. Bekende voorbeelden uit de laatgotische periode van een ezelsrugvormige omlijsting van het ingangsportaal die zich voortzet in de middenstijl van het transeptvenster zijn de transepten van de Grote Kerk in Goes en van de Hooglandse Kerk in Leiden, beide van rond 1500.

Waarom is die ingangspartij nu niet meer aanwezig? Wat is er bij de restauratie gebeurd? De restauratie, die in 1939 was begonnen, had een jaar of drie zullen duren, maar werd door de oorlogsomstandigheden en de slechte staat van het gebouw aanzienlijk vertraagd. Uiteindelijk werd de restauratie pas voltooid in 1951. Men begon in 1939 met het zuidertransept en het koor en in 1942/43 kwam het noordertransept aan de beurt. De bouwkundige toestand hiervan was zo slecht, dat het noordertransept tijdens de restauratie instortte en van de grond af moest worden herbouwd. Nu is het opmerkelijk, dat juist in november 1942 een kopie van de afbeelding van Beerstraten in het archief van de RDMZ terecht is gekomen. Dit was dus precies in de periode waarin het noordertransept werd gerestaureerd. Die tekening kwam als geroepen. Hier was immers de oudste gedetailleerde afbeelding van het noordertransept. Ik neem aan dat men bij de reconstructie van het transept dankbaar van Beerstratens tekening gebruik heeft gemaakt en het door hem getekende deurtje heeft overgenomen. Friesland is er wel een uniek stukje laatgotische architectuur door kwijt geraakt.

Het vieringstorentje

Er is nog een opmerkelijk detail. Beerstraten heeft het vieringstorentje wat naar het oosten verschoven om het goed zichtbaar te maken. Nu wordt het torentje door een soort uivormige koepel bekroond, terwijl het tegenwoordig een spitsje heeft. Vanwaar dat verschil?

Het torentje dat Beerstraten heeft afgebeeld is duidelijk herkenbaar op de plattegrond van Geelkercken uit 1616. Vrij zeker is het ook al te zien op de kaart van Jacob van Deventer van ca. 1562. Verder weten we door het recente dendrochronologisch onderzoek dat de hele kerk in 1524/5 overkapt is. Het vieringstorentje zou dus aansluitend gebouwd kunnen zijn en een datering in het tweede kwart van de zestiende eeuw ligt in de lijn. In de eerste helft van de achttiende eeuw is het torentje ingewaaid. Bij de restauratie wilde men het vieringstorentje in ere herstellen. Waarom heeft men dan in dit geval de tekening van Beerstraten, die ook hier zo goed van pas kwam, niet gevolgd? Dat hangt samen met de "eigen wijsheid" van de architect. Deze vond twee uivormige bekroningen naast elkaar (op de toren en op de kerk) niet sierlijk en vond bovendien dat een spitsje een beter tegenwicht tegen de horizontale lijnen van de kerkdaken gaf dan een koepeltje. Zo is de invloed van Beerstraten op de restauratie heel merkwaardig geweest. Van de betrouwbare afbeelding van het vieringstorentje is geen gebruik gemaakt en de onbetrouwbare ingang van het noordertransept is juist gevolgd.

Foto
De Waag in Workum. Tekening van C. Pronk (Fries Museum, Leeuwarden).

De waag

Het is de vroegste afbeelding van de waag. Die bestaat dan ook nog maar twaalf jaar. Opvallend zijn de fraai geprofileerde schoorsteen en de hangende luifel met in het midden een kleine dwarskap voor de ingang. Met deze tekening wordt een oude vraag opgelost. Er bestaat namelijk een tekening van Cornelis Pronk (ca.1754), waarop de waag op precies dezelfde manier is afgebeeld. Die is vaak als een wat gefantaseerd product van de tekenaar beschouwd. Eigenlijk was dat merkwaardig, omdat Pronk gewoonlijk natuurgetrouw werkt. Nu blijkt zijn tekening exact met de situatie vlak na de bouwtijd overeen te komen. De betrouwbaarheid van de tekening van Pronk is daarmee bevestigd. De luifel van de waag rust tegenwoordig op zes houten kolommen. Waarschijnlijk is de hangluifel vervangen om een grotere overdekte oppervlakte te krijgen. Wanneer heeft die wijziging plaats gevonden? Blijkens een afbeelding op de landbouwersbaar in de Grote Kerk (ca. 1790) waren de kolommen aan het eind van de achttiende eeuw aanwezig. Er is een parallel te trekken met Leeuwarden. Daar verving men de hangluifel in 1786 door een luifel op stenen zuilen. Bij een restauratie aan het eind van de negentiende eeuw heeft men daar de hangluifel weer teruggebracht. De tekeningen van Beerstraten en Pronk zijn vanaf vrijwel hetzelfde standpunt getekend, namelijk de hoek van de Merk en het Noard. Beerstraten heeft mogelijk iets dichter bij het water gezeten dan Pronk. Maar toch is er een groot verschil tussen beide tekeningen. Dat komt omdat Beerstraten de waag een aantal meters naar het westen heeft opgeschoven, kennelijk omdat hij de transeptgevel van de kerk wilde laten zien. Overigens, bij vergelijking met de tekening van Pronk blijkt, dat het topografisch verband correct is weergegeven. Links staat een huisje, dat bij Pronk een klokgevel is geworden. Rechts is naast de toren een trapgevel te zien die we ook bij Pronk herkennen. Het begin van de brugleuning over de Wymerts wordt door Beerstaten op dezelfde plaats getekend als door Pronk. De leuning kom in deze vorm nog voor op een foto uit ca. 1860, kort voor de demping van de Wymerts in 1875.

Leiden

Maar er is met de waag nog iets heel anders aan de hand. Op de wapensteen in de gevel van de waag is het stadswapen van Leiden afgebeeld, twee gekruiste sleutels. En boven de tekening blijkt Beerstraten eigenhandig te hebben geschreven: "de toorn en kerck tot Leyden door Beerstraten geteeckent anno 1662". Het is begrijpelijk dat een en ander tot grote verwarring heeft geleid. In Leiden, waar de afbeelding vanouds in het gemeentearchief aanwezig is, is lang gezocht om welke kerk het ging. De Pieterskerk is genoemd, maar daarvan was het bezwaar, dat de toren al in 1512 was ingestort. Ook is gedacht aan de (Lieve) Vrouwenkerk, de kerk waar in de zeventiende eeuw de Pilgrimfathers zich verzamelden en die in ruïneuze staat tot ons is gekomen. Nu weten we, dat Beerstraten in 1661 in Leiden is geweest. De Hermitage in Sint-Petersburg heeft een tekening van hem van de Vrouwenkerk (!) met het eigenhandig genoteerde jaartal 1661. Het Gemeentearchief in Leiden heeft er een foto van. Het klinkt wat huiselijk, maar zou het zo kunnen zijn, dat Beerstraten met een pak tekeningen uit Friesland is teruggekeerd, dat de tekening van Workum onderop lag en dat deze in zijn atelier op het Leidse stapeltje terecht is gekomen? Maar daarmee is het Leidse wapen nog niet verklaard. Dat kan Beerstraten moeilijk zittend op het marktplein in Workum hebben vastgelegd. Zou hij soms met een paar ruwe schetsen ter plaatse hebben volstaan en in zijn atelier een uitgewerkte tekening hebben gemaakt? De verwarring met de Leidse tekeningen kan hem er toe hebben gebracht de waag van een bijpassend Leids wapen te voorzien.

Van Sint-Petersburg naar Rouaan

Ter afsluiting iets over de huidige verblijfplaats. Zoals bleek voerde het spoor van Zeist (de RDMZ) naar Leiden (het Gemeentearchief). Ook het materiaal in Leiden is niet origineel. Het betreft een foto van betrekkelijk recente tijd. Uit de gedrukte catalogus van de prentenverzameling uit 1906 blijkt echter, dat er toen reeds een foto in het archief aanwezig was. Deze foto was gemaakt van de originele tekening die zich volgens de catalogus in Rusland bevond. Blijkens een in 1942 of daarna in de catalogus geplaatste aantekening is de foto later "vervallen". Reconstruerend kunnen we ons het volgende voorstellen: iemand heeft in het tsaristische Rusland een tekening van Leiden ontdekt, hiervan is een foto gemaakt voor het gemeentearchief van Leiden, deze foto is omstreeks 1942 herkend als afbeelding van Workum en de foto of een kopie daarvan is in het archief van de RDMZ terecht gekomen. De foto had zijn waarde voor Leiden verloren en kon uit de collectie worden verwijderd.

Maar waar moeten we in Rusland zoeken? Rita Mulder-Radetzky heeft mij er op attent gemaakt, dat zich in Sint-Petersburg uitgebreide collecties topografie met ook vele Nederlandse stads- en dorpsgezichten bevinden. Deze zijn gehuisvest in de Hermitage en het archief van de Academie voor Schone Kunsten. De tekening zelf lijkt deze opvatting te ondersteunen. Hij heeft - evenals de tekening van de Vrouwenkerk - rechts onderaan als merk een Russische P gedekt door een keizerskroon. Wellicht een aanwijzing dat de tekening deel uitmaakte van de verzameling van Tsaar Peter de Grote die zeer geïnteresseerd was in Nederlandse architectuur en kunst. Er zijn dus in elk geval twee tekeningen van J.A. Beerstraten in Rusland terecht gekomen. Mogelijk zijn ter plaatse nog wel meer Friese stads- en dorpsgezichten te vinden. Reeds in 1972/1973 is in Brussel-Rotterdam-Parijs een tentoonstelling gehouden van zeventiende-eeuwse Hollandse en Vlaamse tekeningen uit de Hermitage in Leningrad en het museum Poesjkin in Moskou. En als verrassend slot: uit recente informatie van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie is gebleken, dat de tekening in 1986 bij Christie's in Londen is geveild en thans deel uitmaakt van een particuliere verzameling in Rouaan. Al met al, door de aandacht te vestigen op een tekening van Beerstraten met een misleidend bovenschrift heeft Albert Reinstra meer losgemaakt dan hij ooit zal hebben vermoed.

Literatuur:

G. van der Most, Jan Abrahamsz., Abraham, Anthonie Beerstraten, kunstschilders uit de zeventiende eeuw, met een kunsthistorische bijdrage van E. Bartels, Uitg. Bert Post, Noorden 2002. ISBN 90 70376 33 4.

Bernhard van Haersma Buma is oud-burgemeester van Sneek.


© Koninklijk Fries Genootschap / de auteur
Dit artikel hoort thuis op de website van het Koninklijk Fries Genootschap. Verdere verspreiding van dit artikel is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de auteur en / of het Koninklijk Fries Genootschap.

Valideer XHTML 1.0! Valideer stijlblad

Koninklijk Fries Genootschap voor Geschiedenis en Cultuur / Keninklik Frysk Genoatskip foar Skiednis en Kultuer