Uit: Fryslân 3;1 (1997), 17-18.
De twintigste eeuw in Jorwerd
Dynamiek op het Friese platteland
Meindert Schroor
Iedereen kent het verhaal van de laatste halve eeuw. Een tijd van -ismen, -saties en -seringen, van mondiale veranderingen die sluipenderwijs maar snel en onmiskenbaar mens en land transformeerden. Van politieke, sociale en economische ontwikkelingen, wier evolutionaire en geleidelijke karakter verkeerde in de revolutionaire stroomversnelling die ons ras naar de 21ste eeuw voert. In een boeiend relaas schetst Geert Mak ons de gevolgen van een en ander voor een willekeurig Fries dorp (Jorwerd) en zijn bewoners.
'Wie op een vroege herfstochtend de brug bij de oude schilderswinkel overloopt en daarna langzaam Jorwerd uitwandelt, wie dat voor de eerste maal doet wordt overweldigd door licht, door honderd verschillende soorten licht. Het licht boven deze platheid is allesbepalend. Het is eeuwig en altijd weer anders, het zet de kleur van elke dag, het dreigt en troost, het beangstigt en behaagt.'
Eigen waarneming
Het is een merkwaardig boek geworden, een half-literair journalistiek essay van een scherp waarnemer. Mak toont zich in zijn positie als geprivilegieerd buitenstaander, niettemin sterk betrokken bij hetgeen zich met name in de jaren 1945-1995 in Jorwerd afspeelde. Bij vlagen maakt hij gebruik van wetenschappelijke - met name anthropologische en sociologische - geschriften en van literaire uitingen. In dergelijke passages legt de auteur een link met het universele in de na-oorlogse veranderingen. Bovenal is het boek de weerslag van de eigen waarneming van de auteur.
Mak bracht een aantal jaren door in het oude kerkdorp op tien kilometer ten zuidwesten van Leeuwarden, daartoe in de gelegenheid gesteld door het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Hij laat ons persoonlijk kennis maken met een groot aantal dorpsbewoners, hun 'hâlden en dragen, noeden en freugden'. Tegen het einde van het boek maakt Mak ons deelgenoot van de ontdekking van zijn Friese wortels. Hijzelf bracht zijn jeugd door in Hurdegaryp en Leeuwarden. Kennelijk begint ook bij hem, zoals bij zovelen het leven en daarmee de reflectie erop bij veertig. De titel van het boek suggereert de vervanging van de ene universele 'waarheid' (God), door een andere (de Mammon?). Maar waar God blijkens de titel verdween, komt hij ook in het boek spaarzaam tot niet voor. Gedurende de afgelopen halve eeuw werd de ons omringende, ooit ongenaakbare natuur gereduceerd tot een ingelijste entourage aan de wand. Het inmiddels verwoeste Arcadië van weleer straalt ons in de vorm van een schilderij van hooiende landarbeiders onder de Klokslag van Bolsward (Ids Wiersma fecit) vanaf het omslag tegemoet.
Borstrok en levertraan
Het verhaal van Jorwerd is het verhaal van talloze andere dorpen hier en elders. Toch wordt nergens duidelijk waarom juist Jorwerd werd gekozen. Daarvoor zijn een aantal goede redenen te bedenken, die door Mak in het geheel niet of nauwelijks worden aangeroerd. Om te beginnen was het een puur agrarisch dorp met de daarbij behorende verzorgende beroepen. Een klassiek forenzendorp is Jorwerd daarentegen nooit geworden. Qua bevolking behoort het tot de kleinste kernen, met minder dan 1000 inwoners en bovendien tot de helft van alle Friese dorpen die sedert 1899 hun bevolking zagen teruglopen. Dat proces van afbraak was al lang voor de oorlog aan de gang, zij het - en dat is de kern van Mak's boek - dat de 'way of life' van de achterblijvers pas na 1960 veranderde. Dat was niet specifiek voor Jorwerd en evenmin voor kleine dorpen in het algemeen. Ook Leeuwarders - en welke provinciestedelingen niet - van veertig jaar (alweer) en ouder zagen hun leefwereld geruisloos, maar onmiskenbaar veranderen. Borstrok en levertraan verdwenen van lijf en menu; tonneman, schillenboer, peterolieman, bakker, groenteboer, kolenboer, trek- of mechanische hond, contributie- en huurophalers, (in Camminghaburen zelfs het draaiorgel) langs de deur verlieten het straatbeeld, om plaats te maken voor TV, CV en SRV. Met dat alles verdwenen ook weilanden en boomgaarden (hofkesinge) onder steen of achter brede sloten en hekken, om plaats te maken voor gegraven vijverpartijen en pseudo-natuurlijke recreatieterreinen. Honderden buurtwinkels legden bovendien het loodje.
Oase voor onhandigen
Het is het dagelijkse leven, in stad en platteland, dat overal rigoureus veranderde. Talloze levens, noodzakelijkerwijs gewijd aan werken, werden nu levens waarin het werk gekoppeld is aan inkomen en aanzien. Collectivistische soberheid (ver)werd (tot) massale overdaad, voor de val behoed door talrijke collectieve sociale arrangementen. Maar het evolueerde ook tot maatschappelijk individualisme, waarin hedonistische idealen prevaleren. Een van de verdiensten is dat Mak overduidelijk en welhaast overdadig de effecten van deze verschuivingen schetst op Jorwerd en de Jorwerters. Wat opvalt is het meest te late of het geheel onopgemerkte van de veranderingen en de veelheid daarvan. Aan het vervolg van dit eigentijdse Eben Haëzer waagt de auteur zich echter niet.
Ergens in zijn boek typeert Mak het platteland als 'oase voor onhandigen'. Die waren er ook in de stad, elke buurt had er wel een of enkele. Men kende ze én in het algemeen elkaar; talloze nostalgische herdrukken van foto's leggen daar getuigenis van af. Het individu bloeide toen slechts op enkele plekken; het handvol centra van wereldsteden voorop. Maar verschillen waren al in de jaren vijftig betrekkelijk en op onverwarmde slaapkamers in de stad kon de kou even meedogenloos zijn als op de vlakte.
Onbehagen
Modern, Mak gaat er zelf in hoofdstuk III op in, waren de kleistreken van Friesland, en in mindere mate het Drentse zand inderdaad al eeuwen. De daling van de sterfte trad hier zeer vroeg op, het dalen van de fertiliteit eveneens. Nederland, maar vooral Friesland met zijn honderden dorpen, was geen leeg land, niet in 1950 en ook niet in 1800. Het was en is dat in de ogen van een laat-twintigste eeuwer en vooral in de ogen van Randstedelingen. Die moderniteit zegt daarentegen wel iets over de snelle receptie van en aanpassing aan nieuwe maatschappelijke en economische ontwikkelingen. Inclusief de rappe evolutie van het relatief saaie Nederland uit de jaren vijftig tot de pluriforme, uitbundige gedoogmaatschappij van nu, waarnaar door de buurlanden dikwijls hoofdschuddend wordt gekeken. Zo bekeken is het opmerkelijk dat de Friese taal nog steeds bestaat en bloeit als nooit tevoren. Helaas onderneemt de auteur hier geen poging tot verklaren. Desondanks blijft het een belangwekkend boek, dat veel onberedeneerd onbehagen op een bijzondere wijze verwoord en alszodanig een lege plek in veel Friese boekenkasten vult.
© Koninklijk Fries Genootschap / de auteur
Dit artikel hoort thuis op de website van het Koninklijk Fries
Genootschap. Verdere verspreiding van dit artikel is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke
toestemming van de auteur en / of het Koninklijk Fries Genootschap.