Taal menu: Nederlands | Frysk
Algemeen
Actueel
Publicaties

Uit: Fryslân 2;4 (1996), 3-5.

Mata Hari tussen Proust en Céline
's Werelds bekendste Friezin als symbool van een tijd

Yme Kuiper



Op de avond van de 13de maart 1905 kreeg de in 1876 te Leeuwarden geboren Margaretha Geertruida Zelle in de tot een quasi-Indische tempel omgetoverde bibliotheek van het Museum voor Oosterse Kunst van de industrieel Guimet op de Place d'Iéna te Parijs een nieuwe identiteit: Mata Hari. Met weinig ervaring maar veel lef presenteerde zij zich hier voor een zeer select gezelschap als een schaars geklede bajadère, die op de klanken van een exotisch orkestje één voor één haar veelkleurige sluiers liet vallen totdat zij zich in al haar naaktheid toonde aan de god Siwa.

Het o zo beschaafde publiek reageerde enthousiast op deze religieuze, exotische danskunst, niet in het minst vanwege de erotische fascinatie die van de voorstelling uitging. Aan het einde van haar sluierdans vleide de geheel naakte priesteres Mata Hari zich neer voor een bronzen beeld van de vierarmige Siwa, waarna vier Indische dansmeisjes haar met een gouden laken bedekten. Vervolgens stond Mata Hari zonder enig schaamtegevoel op, sloeg met een elegant gebaar het laken om zich heen, dankte zowel de god Siwa als het publiek, en verdween onder luid bravo-geroep in het duister van het museum.

Lovend

Afb. 1. Mata Hari.

Of de naam Mata Hari (Maleis voor 'oog van de dag' dat wil zeggen de zon), waarmee zij op deze avond voor het eerst werd aangekondigd, nu door Margaretha of door Guimet was bedacht, is niet echt duidelijk. Vast staat dat haar reputatie als oosterse danseres onmiddellijk was gevestigd. De kritieken van de 'society watchers' waren opvallend lovend. "Mata Hari acteert niet alleen met haar voeten, armen, ogen, mond en felrode nagels. Mata Hari, die door geen kleren wordt belemmerd, speelt met haar hele lichaam. En als de goden onbewogen blijven na haar offer van schoonheid en jeugd, dan schenkt zij hun haar liefde, haar kuisheid", jubelde de verslaggever van La Presse. De roem van Mata Hari, die in 1902 was gescheiden van de veel oudere KNIL-officierJonn MacLeod, bereikte ook snel haar vaderland. In de NRC typeerde een naar de lichtstad gezonden journalist haar als "een lang en slank, chic jong meisje, mooi, donker, interessant, levendig." In haar eerste brief aan haar ex-man schreef Margaretha overigens al: "Ik ben slank, maar naar verhouding van mijn lengte goed geproportioneerd." Maar minder goed geproportioneerd waren haar borsten, want die verborg ze bij haar optredens altijd onder twee fraai versierde borstplaten. Zoals de fraaie foto (uit 1905- 06) hiernaast, laat zien hoorden daar ook nog braceletten om armen en polsen én hoofdsieraden bij. Trouwens, de naaktheid van Mata Hari was betrekkelijk, want meestal droeg ze bij haar dansen een tricot dat haar hele lichaam bedekte. Ook bij het debuut in het museum had ze zo'n 'maillot scandaleux' gedragen.

Rivale

Maar niet iedereen was onder de indruk van Mata Hari's danskunst. De mime-artieste en schrijfster Gabrielle Colette, onmiskenbaar een rivale, vond Mata Hari's vertolking van de hindoestaanse danscultuur "niet beter dan de ordinaire, zogenaamd Indiase voorstellingen die in smerige achteraftheaters te zien zijn". De eerste ontmoeting tussen beide dames vond plaats op een tuinfeest in het mondaine Neuilly, vlak bij Parijs, waar Mata Hari naakt op een wit paard verscheen. De mannelijke en een groot deel van de vrouwelijke toeschouwers bekeken haar op een heel andere manier dan de grenzen van het fatsoen eigenlijk toestonden, meende Colette. Twee jaar later schitterde zij zelf in de Moulin Rouge met haar dans Rêve d' Egypte, in een luchtig gewaad met typisch Mata Hari-achtige trekjes zoals de met kettinkjes op hun plaats gehouden borstplaten.

Afb. 2. Gabrielle Colette.
Gabrielle Colette, concurrente en rivale van Mata Hari, in Rêve d'Egypte (Egyptische Droom) uit 1907.

Exotische fantasieën

Beide dames, en er zijn veel meer voorbeelden, vulden zogezegd een gat in de markt. In het verre oosten (India, Indië) of in een ver verleden (het oude Egypte van de farao's), of liever gezegd in het beeld dat daarvan bestond, projecteerden aristocratische en burgerlijke dames en vooral heren hun verdrongen fantasieën en angsten. Al in het werk van symbolistische en decadente dichters van het fin-de-siècle golden vrouwen uit deze andere dan de dagelijkse werkelijkheid als fatale vrouwen. Zij zouden een voor mannen ondoorgrondelijke, mysterieuze sexualiteit bezitten, terwijl hun lusten onverzadigbaar zouden zijn. Dit beeld van de vrouw stond natuurlijk diametraal tegenover het normale vrouwenbeeld van de ingetogen en toegewijde echtgenote en moeder. Niet voor niets vinden we juist onder de beroemdste vertolksters van die andere wereld de vermaarde minnaressen, de demi-mondaines en cocottes, van vermogende baronnen, bankiers en industriëlen uit de Parijse hogere kringen. Deze oriëntalistische mode was begonnen in hun salons en werd weldra via de theaters populair onder een groter, minder exclusief publiek. Met echte kennis van vreemde culturen had deze hang naar 'oosterse' mystiek weinig te maken. Of dans en muziek nu uit India, Siam, Java of Bali stamden deed niet ter zake; als een en ander maar exotisch oogde en klonk was dat voldoende. Meer nog dan een Leeuwarder meisje met een, zoals bekend, rijk geschakeerd liefdesleven ("Ik heb altijd voor de liefde en mijn plezier geleefd"), was de danseres Mata Hari een schepping van haar in exotisme zwelgende publiek.

In de val

Afb. 3. Mata Hari dansend.

Terecht benadrukt Julie Wheelwright in haar uit 1992 daterende studie The fatal lover dat Mata Hari een krachtig cultureel symbool was van een opwindend leven in een zorgenloos tijdperk. Maar de wereldoorlog maakte een definitief einde aan het belle époque en verdreef de inmiddels 38-jarige Mata Hari, als danseres duidelijk op haar retour, naar het neutrale Nederland. Hier trad ze nog twee keer op, in Den Haag en Arnhem, zonder veel succes overigens. Ondanks alle attenties van haar getrouwde minnaar Edouard Willem baron van der Capellen (1863- 1935), kolonel bij de Huzaren en een oude bekende sinds 1903, verveelde Mata Hari zich in haar Haagse huurhuis. Zij verlangde naar Parijs, naar het echte theaterleven en naar jongere minnaars. In december 1915 reisde ze naar Engeland met als eindbestemming Parijs, een omweg vanwege het oorlogsfront. Op het paspoortenbureau van het Franse consulaat-generaal ontmoette ze een jonge, 21-jarige, pas van het Belgische front overgeplaatste Franse cavalerist, een zekere Louis-Ferdinand Destouches, de later befaamde schrijver Céline. Mata Hari nodigde hem samen met een collega uit voor een diner in het Savoy, waarna het drietal nog het bed gedeeld zou hebben. Een sterk verhaal en typisch voor de altijd op danseressen vallende Céline.

Maar misschien moeten we de ontmoeting van Mata Hari met de schrijver van Voyage au bout de la nuit (Reis naar het einde van de nacht) vooral symbolisch zien. Wanneer de in de zomer van 1914 op een caféterras gezeten hoofdpersoon van Célines roman zich spontaan aansluit bij een stoet oorlogsvrijwilligers die voorbijkomt, dan beseft hij plotseling, nadat de regen de juichende menigte naar huis had gejaagd: "Ze hadden stilletjes de poort achter ons, burgers, gesloten. We zaten als ratten in de val." Voor de meest bekende biograaf van Mata Hari, de journalist Sam Waagenaar, was het zijn levenswerk te laten zien hoe zijn heldin als een rat in de val van de Duitse en Franse spionagediensten terecht kwam. Het tragische levenseinde van Mata Hari kwam op 15 oktober 1917, toen zij bij het Chateau de Vincennes werd gefusilleerd door een Frans vuurpeleton.

Overbodige flashback

Het valt op dat zelfs in de meer serieuze studies over Mata Hari nog altijd de grootste aandacht uitgaat naar de courtisane-spionne. met als uitzondering de nog altijd zeer lezenswaardige publicaties van de Leeuwarder journalist H.W. Keikes. "Ik houd van officieren, ik ga graag met hen naar bed. Ik vind het interessant om de verschillende nationaliteiten met elkaar te vergelijken", verdedigde ze zich tegen haar aanklagers, die haar bedgewoonten als spionage bestempelen. Met haar laatste minnaar, de Russische officier Vadime de Massloff, had ze, naar het schijnt, trouwplannen. Het boekje Mata Hari van Aukje Mulder, dat onlangs verscheen ter gelegenheid van de opening van de Mata Hari-vleugel van het Fries Museum, is een keurige samenvatting van de bekende literatuur. Ook hier is weer veel aandacht voor zaken als de adelstic en het snobisme van vader Adam Zelle en zijn dochter Margaretha. de moeilijke huwelijksjaren met MacLeod in Indië, de Parijse jaren en de beschuldiging van spionage. Het boekje leest prettig, daar niet van, maar blijft wat vlak, terwijl het einde ontsierd wordt door een totaal overbodige flashback.

Symbool

Wie de Mata Hari-tentoonstelling bezocht heeft weet inmiddels dat de meest bekende Friezin ter wereld niet meer heeft nagelaten dan twee plakboeken van haar optredens. Dat drukt de toekomstige ontwerpers van een echt permanente Mata Hari-opstelling nog eens met de neus op de feiten. Niet het Leeuwarder meisje zelf maar de beeldvorming rond haar persoon en de verdwenen, verloren tijd die zij representeert zullen de uitgangspunten van zo'n opstelling moeten zijn. Het kan haast niet anders of we moeten dan vooral weer terug naar het Parijs van rond 1905. Naar de wereld van de schatrijke bankier Henri baron de Rothschild, liefhebber van auto's en actrices, of van Frankrijks grootste chocoladefabrikant Gaston Métier, die Mata Hari in haar blootje fotografeerde. Maar het meest hield zij in die tijd van kunstenaars en aristocraten. Het milieu dat Marcel Proust juist toen nog intensief bezocht en bestudeerde om het daarna genadeloos te typeren in zijn romancyclus A la recherche du temps perdu (Op zoek naar de verloren tijd). Al in het voorjaar van 1905 danste Mata Hari in de zeer exclusieve salon van de gravin Greffuhle, de 'laatste koningin van Parijs', die kunstenaars als Caruso, Debussy en Picasso aan bekendheid hielp. Proust bewonderde de elegantie van de gravin, was een geregeld bezoeker van haar salon en transformeerde haar en haar familie in zijn roman tot het hoog-adellijke geslacht Guermantes. Juist het in beeld brengen van deze saloncultuur kan voor ons weer de historische sensatie oproepen van Mata Hari's eerste optreden.


© Koninklijk Fries Genootschap / de auteur
Dit artikel hoort thuis op de website van het Koninklijk Fries Genootschap. Verdere verspreiding van dit artikel is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de auteur en / of het Koninklijk Fries Genootschap.

Valideer XHTML 1.0! Valideer stijlblad

Koninklijk Fries Genootschap voor Geschiedenis en Cultuur / Keninklik Frysk Genoatskip foar Skiednis en Kultuer