Taal menu: Nederlands | Frysk
Algemeen
Actueel
Publicaties

Uit: Fryslân 13;4 (2007), 14-17.

Absenteïsme en schaalvergroting
Quo vadis, Fryslân ?

Teake Oppewal en Piet Hemminga

De doorgaande schaalvergroting van de afgelopen veertig jaar is mede verantwoordelijk voor de grote veranderingen in en van Fryslân. In dit artikel worden twee gevolgen van het verschijnsel dat alles op een steeds grotere schaal plaatsvindt of zich doet gelden, aan de orde gesteld: het absenteïsme en het afkalven van de Friese sociaal-economische en bestuurlijke stuctuur.

Beslissen en woonplaats

Een oude Friese zegswijze luidt: 'In hear mei in doarp is in flok, in doarp mei in hear is in lok'. Met andere woorden, het is slecht voor een dorp als een heer zijn bezit van veraf bestuurt en niet in het dorp zelf woont. Daarmee wordt het uit Ierland bekende absenteïsme bedoeld. Tegenwoordig bestaat dit absenteïsme, weliswaar in een andere gedaante, nog steeds, en het lijkt te verergeren. Eerder werd een aanzienlijk deel van het Friese land verpacht. Deze pacht ging naar landeigenaren, waarvan velen buiten de provincie woonden. En thans gaat het om sleutelfiguren in het Friese economische, sociale of culturele leven die in Fryslân werkzaam zijn, daarvoor in het algemeen goed betaald krijgen en waarvan verwacht wordt dat ze beslissingen nemen, maar die buiten onze provincie (blijven) wonen.

Door de toegenomen mobiliteit en de eigen bindingen, of die van eventuele partners, buiten Fryslân, blijkt het steeds aantrekkelijker te zijn om zich niet in Fryslân te vestigen, maar om over langere afstanden en over de provinciegrens heen te gaan forensen. Als je gehecht bent aan Groningen, of je vrouw en je kinderen zijn dat, waarom zou je dan als baas of directielid van bijvoorbeeld Cartesius Instituut, Friesland Bank, Keunstwurk, Noordelijke Hogeschool Leeuwarden, Politie Fryslân of Provinciale Ambtelijke Dienst verhuizen naar Goutum, Grou of Gytsjerk? In de Randstad is ondertussen een uur reistijd naar en van het werk heel normaal geworden, dus dan kan de directeur ook wel in Amsterdam blijven wonen, in Beverwijk of in Wognum, en toch in Fryslân beslissen over economie, openbaar bestuur, onderwijs en cultuur. De gevolgen zijn duidelijk. Dergelijke machthebbers en beslissers integreren niet in de netwerken in Fryslân, ze zullen zich niet met Fryslân verbonden gaan voelen, het blijft hen in wezen vreemd, ze blijven buitenstaanders.

Je ziet ze niet in Harmonie of Lawei, bij voorstellingen van Tryater of op het Leeuwarder Filmfestival, ze zijn geen lid van de Rotary, hun kinderen zitten niet bij een Friese club op hockey of voetbal, ze hebben geen abonnement op FD of LC, het cultureel maandblad de Moanne kennen ze niet en ze kijken nooit naar Omrop Fryslân. Ze hebben wel deel aan, maar zijn geen deel van alles wat Fryslân beweegt. De consequentie zal ook zijn dat hun persoonlijk belang niet gelijk op hoeft te gaan met dat van de organisatie in Fryslân waar ze voor werken. De rekening daarvoor wordt gepresenteerd op bijvoorbeeld het moment dat bij een fusie opgekomen moet worden voor een hoofdvestiging in Fryslân. Je kunt het individuele personen niet kwalijk nemen dat ze er voor kiezen om forens te worden. Maar je zou willen dat de besturen en sollicitatiecommissies van bijvoorbeeld de Friese banken, bibliotheken, culturele organisaties, overheid en grote onderwijsinstellingen harder de eis stelden: 'Wilt u hier werken? Dan ook hier komen wonen!' Of, als dat per se onmogelijk is, aangeven hoe de afwezigheid kan worden gecompenseerd. Wat betreft de eisen voor een nieuwe directeur van Tryater was Jos Thie in augustus 2007 tenminste duidelijk: 'Het minste wat je van zo iemand kan eisen is dat hij in Friesland komt wonen.' Dat het vervolgens een zij werd, kon Thie toen nog niet weten.

Schaalvergroting

Een van de belangrijke onderliggende oorzaken voor het absenteïsme is de schaalvergroting. Dat lijkt een welhaast onstuitbaar proces, dat ook Nederland als geheel raakt. De KLM is geen Nederlandse aangelegenheid meer, om over ABN Amro maar te zwijgen, en over twintig jaar staat het hoofdkantoor van Philips in Beijing. Maar Nederland is een groter en heel wat sterker eenheid dan Fryslân, en de schaalvergroting treft de laatste veel harder. Tot nog eind jaren tachtig was Fryslân in zekere zin een eigen 'land'. Natuurlijk, het is al lang geleden dat Fryslân zijn soevereiniteit in het grotere Nederlandse geheel zag opgaan, maar toch, er was heel veel wel op provinciaal Friese schaal georganiseerd. Dat allemaal bevestigde en schraagde de eenheid van Fryslân. Het beeld van Fryslân als een 'land in een land' (mee door het bestaan van een eigen taal) gaf zelfs aanleiding tot parodie, zoals bijvoorbeeld het 'Fries paspoort' dat de Friese VVV al decennia lang uitgeeft en het kostuumontwerp voor het 'Friese leger' dat kunstenaar Auke de Vries maakte tijdens Simmer 2000.

Alle overheidinstellingen kenden eerder een provinciale opdeling, zoals de Arbeidsvoorziening, Belastingdienst, Energie- en Watervoorziening, het Kadaster, de Kamer van Koophandel, Keuringsdienst van Waren, Rijkswaterstaat of het Staatsbosbeheer. Ook in de private sector gold dat. Het openbaar vervoer, de landbouw, zuivel- en vakbondsorganisaties, noem maar op, alle kenden hun eigen provinciale organisatie. En eerder nog provinciaal aanwezige voorzieningen als een eigen symfonie-orkest, onderwijsbegeleidingsdienst, gezondheidsdienst voor dieren, agentschap van de Nederlandse Bank of inspecties voor onderwijs en volksgezondheid, zijn opgegaan in groter verband. Alles weg, niets gebleven.

Kamer van Koophandel

Het is pijnlijk om te zien hoe Fryslân-als-eenheid in rap tempo verder ontmanteld lijkt te worden. En daarbij het gevoel te hebben dat er niemand is die er iets aan doet, met z'n vuist op tafel slaat en nee! zegt wanneer dat nog wel kan. De gang van zaken bij de fusie van de Kamers van Koophandel in Noord-Nederland begin 2007 stemt ons niet vrolijk. Het was het zoveelste bewijs hoe slûch en sleau bestuurders en belangengroeperingen omgaan met onze Friese organisaties.

De fusie was van bovenaf aangemoedigd door 'Den Haag' maar als de mensen in Fryslân van het begin af hadden gezegd dat die voor en in Fryslân niet nodig was – de Friese KvK was verreweg de goedkoopste en grootste van de drie Kamers in het Noorden, stond dicht bij de doelgroepen en kreeg hoge waarderingscijfers – was het niet gebeurd. Als de KvK in Alkmaar (Kop van Noord-Holland) zelfstandig kan blijven, waarom die in Leeuwarden dan niet? 'Friesland'/'Fryslân' is een sterk en herkenbaar merk dat veel economische waarde heeft (zoals Friesland Bank, Friesland Foods en De Friesland Zorgverzekeraar iedere dag laten zien) en het is onbegrijpelijk dat de mensen die de fusie met Groningen en Drenthe toejuichten niet in de gaten hebben gehad dat elke opheffing van een provinciale organisatie de sterkte van dat merk aantast. De ironie van de geschiedenis wil dat de Friese Kamer bij zijn oprichting in 1847 de eerste in Nederland was die een gehele provincie tot werkgebied had. Dat werd toen als eigenlijk een te grote schaal gezien.

Wat nog komt

De fusiegolf is nog niet voorbij. Bij Politie en Wetterskip wordt gedacht aan verdere schaalvergroting. Van niet minder belang is de situatie in het HBO. Leeuwarden is de hoofdvestiging van de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden, van de Christelijke Hogeschool Nederland en van hogeschool Van Hall Larenstein; de laatste is nauw verbonden met de landbouwuniversiteit van Wageningen. De CHN is tot nu toe kleiner dan de NHL. Verdere schaalvergroting in het HBO lijkt onvermijdelijk om studenten zo goed mogelijk te kunnen opleiden, om degelijk onderzoek te kunnen doen en om samen te werken in regionaal economisch verband. Het is voor Fryslân en Leeuwarden in het bijzonder van groot belang dat NHL en CHN samengaan. Een eerste stap naar een fusie was de voorgenomen samenvoeging van de facilitaire bedrijven van de twee hogescholen; deze samenvoeging werd echter op het laatste moment om voor de buitenwereld onduidelijke redenen afgeblazen. Even later werd bekend dat de CHN per 1 januari 2008 gaat fuseren met Hogeschool Drenthe (ca. 2500 studenten). De nieuwe instelling heeft dan, de studenten aan de buitenlandse CHN-vestigingen meegeteld, ongeveer evenveel studenten als de NHL (ca. 10.000).

Wat voor pokerspelletje wordt hier gespeeld? Wat is de strategie van de CHN om op de toekomst voorbereid te zijn? Meent de CHN bij een verdergaande samensmelting in het Friese HBO na de fusie met de Hogeschool Drenthe meer eisen te kunnen stellen? Robert Veenstra, bestuursvoorzitter: 'De NHL is een mooi meisje. Maar we hebben niet het gevoel dat we daar nu verkering mee willen' (LC 8 juni 2007) en later: 'Een fusie is op dit moment niet aan de orde' (LC 20 juni 2007). Maar wat wanneer de NHL een vrijage begint met de twee keer zo grote Hanzehogeschool Groningen? Mag je van een onderwijsinstelling als de NHL, die zich overigens wil profileren als een 'Regionale universiteit van toegepaste wetenschap' (LC 5 november 2007), verwachten dat zij rekening houdt met het belang van Fryslân?

Het trieste voorbeeld is natuurlijk de gemiste kans op een fusie tussen ABN Amro en ING in maart 2007. Daarmee werd de mogelijkheid verspeeld dat Nederland, en Amsterdam in het bijzonder, een belangrijk financieel centrum zou worden met de bijbehorende offspin voor hoogwaardige dienstverlening en het wetenschappelijk- en hoger beroepsonderwijs. Hetzelfde kan op onderwijsgebied met betrekking tot NHL en CHN gebeuren in Fryslân, tot groot nadeel van de provincie en zijn hoofdstad.

Provincie

De schaalvergroting raakt ook de bestuurlijke eenheid van Fryslân zelf. Het koortje dat zo nu en dan de mogelijke zegeningen van één noordelijke provincie zingt is nog klein, maar valt toch zo nu en dan te beluisteren.Verrassend genoeg zijn het juist geboren Groningers die het voorrecht genieten om het burgemeestersambt in Fryslân te mogen vervullen, die de solo-partijen voor hun rekening nemen. Hayo Apotheker, pas in Leeuwarden aangetreden, liet in de zomer van 1994 weten dat de drie noordelijke provinciebesturen uiterlijk in 2000 zouden moeten fuseren. Zijn collega Bertus Fennema van Schiermonnikoog verzamelde in 2001 acht argumenten voor een fusie van de drie noordelijke provincies. En in de eerste maand van 2007 bepleitte Bert Middel, burgemeester van Smallingerland, het opheffen van de drie noordelijke provincies en daarvoor in de plaats één groot bestuursorgaan. Middel voegde daar overigens aan toe dat de drie provincies cultureel wel zelfstandig zouden moeten blijven. In reactie op Middels opmerkingen schreef Pieter de Groot in de LC van 2 februari 2007 dat de provincies feitelijk te klein geworden zijn. Een sterke bestuurlijke koepel zou voor de thans nog afzonderlijke provincies voordeel kunnen opleveren. Hij vervolgde met de constatering 'gruttere bestjoerskrêft taast fansels de identiteit fan de provinsje net oan'. Bovendien zou ook volgens De Groot aan een of andere vorm van culturele autonomie gedacht kunnen worden. Twee weken later merkte hij nogmaals in zijn LC-rubriek 'Dwers' op dat één noordelijk bestuursorgaan geen aanslag op de eigen identiteit van de drie provincies behoeft in te houden. Er zou zelfs meer oog en begrip voor ieders eigenheid kunnen ontstaan. Inderdaad, in theorie is er veel mogelijk, maar wie het Friese heil verwacht van Groninger bestuurders dient de geschiedenis wel heel erg opzij te zetten. Is het niet alleen verhuizen van de economische machthebbers, maar ook nog de politiek-bestuurlijke weg laten gaan, overigens niet het moderne absenteïsme ten top? De Groot ziet geen euvel in het opgeven van het kleine beetje politiek-bestuurlijke zelfstandigheid dat wij hier nog hebben en dat bovendien een wezenlijk element is in het bestaan van Fryslân. Maar wanneer IJsland en Luxemburg voldoende inwoners hebben om als onafhankelijke staat te kunnen bestaan, zou Fryslân met twee keer zoveel inwoners dan te klein zijn om als provincie te functioneren? Relevanter dan een discussie over inwonersaantallen lijkt overigens een discussie over de taken van de provincie als bestuurslaag. Een terug naar de hoofdzaak, te weten een inspirerende en coördinerende Friese regiefunctie, zou een stap vooruit kunnen betekenen.

Betrokkenheid

Dit moet geen elegie worden. Wij willen vooral signaleren. De maatschappelijke schaalvergroting is een niet te keren realiteit. Bovendien ligt de doorgevoerde schaalvergroting mede ten grondslag aan de welvaartsontwikkeling die de provincie sinds de jaren zestig heeft doorgemaakt. Nog nooit eerder hebben de inwoners van Fryslân het immers economisch zo goed gehad, zo goed gewoond, zo'n cultureel aanbod gerealiseerd of voorgeschoteld gekregen, zo'n opleidingsniveau en mobiliteit bereikt en zo'n medische zorg verwerkelijkt. Maar dat alles heeft zijn schaduwkanten in het verlies aan eenheid, eigenheid en samenhang. Dat kan worden vastgesteld en dat is het dan, of er kan op zijn minst een uitroep- en vraagteken bij worden gezet. De veranderingen kunnen stilzwijgend en in passiviteit worden ondergaan of de alternatieven en mogelijkheden worden gemobiliseerd. Fryslân dient in onze optiek meer te zijn dan slechts een etiket, een merk in de markt of een gevel waarachter de globalisering wordt gerealiseerd. De Friese toekomst is op zijn minst gediend met een individuele en maatschappelijke betrokkenheid, alsmede een degelijke basis in het eigen verleden.

Ruim honderd jaar geleden stond het er met Fryslân in economisch opzicht niet best voor. Toen waren er mensen met visie en daadkracht die de coöperatieve beweging opzetten. Daarmee gaven ze het sociaal-economische leven in Fryslân een impuls die de hele twintigste eeuw de economische structuur van onze provincie zou blijven bepalen. Een van hen was Theo van Welderen baron Rengers. Op de Vrouwenpoortsdwinger in Leeuwarden staat sinds 1955 een standbeeld om hem te gedenken. Op de achterkant staat te lezen:

Yn neare tiden hawwe jo oan Fryslâns takomst leaud
Jo wiisden nije wegen, hawwe dy mei ús bigien
En skoander is hwat jo hjir bouden. Duorsumer as stien
Is dat it folk jins namme earet en jo tankber bliuwt.

Laten de tijden nu niet 'near' zijn, maar geloof in de toekomst van Fryslân en het wijzen van nieuwe wegen zijn wel opnieuw hard nodig. Quo vadis, Fryslân?

Bijlage: Absenteïsme

'Het vroor toen ik het woord voor het eerst hoorde.' Zo begint Simon Vestdijks roman Ierse nachten. De lezer wordt anderhalve pagina in het ongewisse gelaten over dat woord – er hangt een taboe omheen – maar dan stelt het hoofdpersonage de vraag: 'Wat is afwezig?' Daarmee wordt het thema van de roman geïntroduceerd: het absenteïsme. Dat is in de geschiedenis van Ierland een van de sleutelwoorden om de onderwerping van de Ieren aan de Engelse overheersing aan te duiden. Het verwijst naar het feit dat de landeigenaren in Ierland doorgaans in Engeland woonden, en de opbrengsten van hun land investeerden en consumeerden in Engeland zelf. Dat was schadelijk voor de economische ontwikkeling van het land en droeg bij aan de voortdurende armoede, emigratie en een negatief zelfbeeld bij de bevolking. Bovendien werden de belangrijke beslissingen over de Ierse toekomst elders genomen.

Op de eerste Dag van de Friese literatuur in Amsterdam, in november 2001, verzorgde Geert Mak het openingswoord. Hij prees Fryslân als 'het Ierland van Nederland', als het stukje Nederland met het hoogste gehalte literatuur per vierkante meter, zeg maar. Dat klonk mooi, heel mooi. Maar ook op andere gebieden had Mak gelijk, want, hoewel anders dan Ierland, kende Fryslân ook absenteïsme. Overigens dient opgemerkt te worden dat Ierland na 1990 een explosieve economische ontwikkeling heeft meegemaakt, die het land van het armste in de EU heeft veranderd in bijna het rijkste.


© Koninklijk Fries Genootschap / de auteur
Dit artikel hoort thuis op de website van het Koninklijk Fries Genootschap. Verdere verspreiding van dit artikel is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de auteur en / of het Koninklijk Fries Genootschap.

Valideer XHTML 1.0! Valideer stijlblad

Koninklijk Fries Genootschap voor Geschiedenis en Cultuur / Keninklik Frysk Genoatskip foar Skiednis en Kultuer