Taal menu: Nederlands | Frysk
Algemeen
Actueel
Publicaties

Uit: Fryslân 6;2 (2000), 3-5.

Pieter Jelles Troelstra (1860-1930)
Fries dichter, Nederlands staatsman

Johan Frieswijk

Sommigen zullen zich Troelstra allereerst herinneren als de Friese dichter Piter Jelles. Anderen zien in hem veeleer de grote Nederlandse staatsman, jarenlang de leider der sociaal-democraten in Nederland, naar wie straten werden genoemd en die standbeelden verdiende. Maar toch ook de figuur die de koningin wilde afzetten en Nederland in 1918 op de rand van de revolutie bracht. Voor zeer velen bleef hij echter in de eerste plaats degene die opkwam voor de verdrukte arbeiders: de 'verdoemden in hongersfeer'. Bij mijn grootvader hing Troelstra om die reden aan de wand. Pieter Jelles Troelstra was ongetwijfeld een der belangrijkste Friezen van de afgelopen eeuw.

Toen Martin Schouten in 1976 enkele sociaal-democraten, die Troelstra nog hadden gekend, interviewde. wezen ze hem op diens sterke verbondenheid met Friesland en de Friezen, journalist en schrijver Age Schetter noemde Troelstra een Fries nationalist en daarop was volgens hem diens blijvende verbondenheid met 'het volk' gefundeerd. In zijn Gedenkschriften ontkende Troelstra dat zijn liefhebberij voor het Fries een beminnelijke jeugdzonde was geweest. Nee. het was echte liefde gebleken. Hij refereerde aan het eeuwige gevoel voor onafhankelijkheid van 'zijn' Friezen, hun strijd voor het behoud van hun bijzondere aard en hun rijke geschiedenis. De democratische gezindheid uit de mythische periode van de 'Friese vrijheid' meende hij ook in zijn dagen nog aan te treffen.

Afbeelding 1. Portret van Troelstra.
Troelstra in zijn Haarlemse tijd, ca. 1900. (foto C. Leenheer sr. Amsterdam)

Harde kop

De ontmoeting met de bijna blinde redacteur van het Friesch Volksblad, Oebele Stellingwerf, aan het begin van de jaren tachtig zou het leven van Troelstra een beslissende wending geven. Hun contact kwam voort uit beider Friese literaire activiteiten, maar via diezelfde Stellingwerf belandde Pieter Jelles weldra in de spraakmakende Friese kiesrechtbeweging. In de memoires van Pieter Jelles Troelstra komt een dramatische botsing voor met zijn vader Jelle Troelstra, liberaal wethouder in Leeuwarden. Het is in 1890, de eerste keer dat de 'Dag van de Arbeid' wordt gevierd. De meetinggangers trekken langs het ouderlijk huis aan Achter de Hoven, waar Pieter Jelles die dag eet. Hij vindt de aanblik van al die meetinggangers een feestelijke, een heerlijke aanblik. Na afloop der meeting komt het tot een botsing tussen Troelstra en zijn vader. Deze dreigt zijn zoon te onterven vanwege diens sympathie voor het socialisme. Pieter Jelles bijt zijn vader toe: 'Denk niet dat ik die zaak ooit ontrouw zal worden. Ik moet, het is mijn roeping.' Maar in de tijd gezet, is het politieke verschil tussen vader en zoon niet eens zo groot. Beiden zetten zich in voor de gemeenschap én voor de Friese zaak. Beiden begaven zich graag op journalistiek terrein. Beiden waren politicus, de één een liberaal in hart en nieren, de ander een aankomend socialist. Beiden zetten zich in voor uitbreiding van het kiesrecht, beiden hadden een hekel aan politieke baantjes vanwege vererving. En, zowel vader als zoon hadden een harde kop. De symboliek van de botsing geldt de strijd tussen de oude (liberale) en de nieuwe (socialistische) vernieuwingsbeweging in het politieke veld. Het gaat immers rond de eeuwwisseling om de strijd om de macht, om de keuze voor de oude of de nieuwe maatschappij.

Bevlogen socialist

Het jaar 1890 wordt een breukpunt in Pieter Jelles' leven. De op dat moment veelbelovende advocaat en gevierde Fries dichter kiest er voor zijn leven voortaan te wijden aan de strijd van de arbeiders om hun ontvoogding en de strijd voor een rechtvaardiger samenleving. Dat het een echte breuk worden zal, maakt burgerlijk Leeuwarden hem overigens direct en onbarmhartig duidelijk. In 1893 verlaat hij zijn geboortegrond om zich volledig aan de socialistische beweging te wijden. In 1897 komt hij in de Tweede Kamer voor het district Tietjerksteradeel. Hij zal de aanvankelijk kleine maar immer groeiende Sociaal Demokratische Arbeiderspartij tot 1925 aanvoeren. Zijn strijdzang 'In Nije tiid' uit 1890 maakt deze overgang duidelijk.

Der giet in rop oer alle lannen,
In rop om frijdom, witnis, ljocht;
Der rust in wurd lâns alle strannen,
Dat seit, wat mannich herte tocht;
Der skynt in sinne oer tûzen knoppen,
Dy't tsjuster hindre om har t'ûntjaan,
En skrouske fûgels wurde roppen
Om ek de wjukken út te slaan;
Der waait in wyn mei foarske twjirren
Oer hiel de triljende ierde rûn;
Wat fêststie lange, lange jierren,
Falt no, fermôge, tsjin 'e grûn.-

Troelstra geeft een emotioneel, met veel sentimenten omgeven beschrijving van zijn eerste kennismaking met de Friese arbeidersbeweging. Die indruk overweldigt hem; hij neemt de emoties gulzig tot zich. De oproerige geest, het enthousiasme, het geloof in de nieuwe maatschappij van al die tienduizenden! Hij wordt onweerstaanbaar getrokken naar de socialistische beweging in zijn revolutionaire vorm. Wat er ook feitelijk waar mag zijn aan deze beschrijvingen van latere leeftijd, wie Troelstra's leven nagaat komt voortdurend diens hang naar revolutionaire retoriek, naar romantiek en naar emoties tegen. Zeker tijdens de dramatische momenten in de Nederlandse arbeidersgeschiedenis. Maar aan de andere kant is hij de partijleider en de pragmatische politicus. Beide kanten van zijn persoonlijkheid botsen met regelmaat. Troelstra's optreden vertoont daarom regelmatig tekenen van die gespletenheid: romantiek botst met pragmatiek, revolutionaire opvattingen met reformistische, directe actie met parlementair handelen. Maar doorgaans is hij in staat met zijn prestige en zijn grote retorische talenten de schade voor zichzelf te beperken.

De vergissing

'Met parlementaire arbeid is het niet mogelijk gebleken gelijken tred te houden met wat er in de mensen leeft en tot uiting komt.' Begin november 1918 spreekt Troelstra in Rotterdam de verwachting uit dat de revolutie die in Duitsland is begonnen, niet aan de grens bij Zevenaar halt zal houden. Daar hebben raden van soldaten en arbeiders de macht aan zich getrokken. Rusland was eenjaar eerder voorgegaan. En in Nederland zijn soldaten in het legerkamp De Harskamp in opstand gekomen. Op 12 november 1918 trakteert Troelstra de leden van de Tweede Kamer op dreigende woorden: 'Uw stelsel, mijne heeren, uw burgerlijk stelsel, is langzamerhand vermolmd en verrot.' Aan het slot van een urenlange rede eist Troelstra het recht op zonodig een greep naar de macht te mogen doen. De Nederlandse regering kan zich niet langer meer beschouwen als de aangewezen behartiger van de belangen van het volk. In Nederland zal de arbeidersklasse zelf de leiding van de staat in handen nemen, zoals ze dat in andere landen reeds heeft gedaan. Troelstra ruikt alom de geur van de revolutie. Maar partijvoorzitter Willem Vliegen niet: 'Een revolutie in een democratisch geregeerd land is een dwaasheid'. En dat er in Nederland van een revolutionaire stemming beslist geen sprake is, dat zijn zeer veel partijgenoten en ook de moderne vakbeweging met hem eens. Er gebeurt dan ook verder weinig opstandigs en Troelstra moet retireren. Hij zegt van een machtsovername niet te hebben gesproken. 'Lafaard' klinkt het van de tribune. Troelstra stort in en zijn vervanger Schaper moet in de Kamer de aftocht dekken. Dat weekend houdt de partij een in allerijl belegd congres in Rotterdam. Men vraagt Troelstra te komen. Bleek en ziek komt hij de zaal binnen. Het hele congres staat op en hoort ontroerd zijn verklaring aan. Troelstra zegt dat hij zich heeft vergist. Hij krijgt een ovationeel applaus. Ook nu is de rol van Troelstra nog niet uitgespeeld, al is zijn invloed in de partij duidelijk minder geworden. Nee. hij zal liever hebben teruggedacht aan de 'rode dinsdagen' van 1912 en 1913 toen een politiecordon de immense stoet van kiesrechtdemonstranten - met Troelstra voorop - in Den Haag wilde tegenhouden en moest wijken voor die massa. Dat waren zijn gloriedagen. Zo zag hij zichzelf ook het liefst, aan het hoofd van die massa.

Virtuoos spreker

Afbeelding 2. Rouwend gezin.
De arbeidersklasse rouwt om het heengaan van Troelstra in 1930, op een tekening van A. Funke Küpper verschenen in Het Volk en in Voorwaarts.

Toch blijft me de vraag bezighouden, waarom Troelstra ondanks enkele overduidelijke misstappen dertig jaar lang de SDAP kon blijven leiden. Al in 1903 had hij zich ook door zijn emoties laten meeslepen in een revolutionaire beweging, die hij in een later stadium - toen de algemene werkstaking echt voor de deur stond - met een voor hem zo kenmerkende koerswijziging en zonder enig overleg trachtte af te remmen. Bij interne partij discussies was zijn koers evenmin erg standvastig geweest. Toen de partij aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog discussieerde over het deelnemen van sociaal-democraten aan een regering werd hem dat verwijt opnieuw gemaakt. De 'godsvrede' met de burgerlijke partijen toen de wereldoorlog uitbrak, was hem niet in dank afgenomen. En in 1918 ging het opnieuw mis. Zijn glanzende carrière van arbeidersleider wordt ook gekenmerkt door enkele niet geringe misschattingen van de situatie van het moment. Door grove tactische blunders, zogezegd. Bovendien stortte hij op die cruciale momenten geestelijk en lichamelijk in en moest dan tijdelijk de leiding aan anderen overlaten. Zeker, Troelstra had uitzonderlijke kwaliteiten als propagandist in woord en geschrift. Hij was een virtuoos spreker die iedere zaal uit zijn hand kon laten eten. De journalist M J. Brusse beschrijft een optreden in 1915, op het SDAP-congres. Troelstra speelt er groots toneel, willens of niet, is schoolmeesterig, zonder weerspraak te dulden. "t Is overweldigend, 't is van een tactische genialiteit, die u met verbaasde bewondering naar hem op laat zien, vooral, wanneer ge, wat lucide gestemd, de finesses, de fijne wendingen hier en daar meent aan te voelen.' Het congres laat zijn reserves varen en raakt dieper en dieper onderworpen aan zijn partijleider.

Hij was een goed parlementariër, een middenman, die in zijn partij de brug trachtte te vormen tussen de orthodox-marxistische linkervleugel en de pragmatische reformisten van de rechterzijde. Dat maakte zijn positie in de partij organisatie bij tijden moeilijk, maar zijn grote populariteit bij de massa van de arbeidersaanhang compenseerde dat ruimschoots. Troelstra, zegt zijn secretaris Johan Winkler, beschouwde zich als de vertegenwoordiger van de Nederlandse arbeidersklasse. Hij wilde hun leider zijn. In dat opzicht behoorde hij tot de generatie van de grote mannen in de Nederlandse politiek: Schaepman en Nolens bij de katholieken, Kuyper bij de gereformeerden, De Savornin Lohman bij de orthodox-hervormden, Domela Nieuwenhuis en Troelstra bij de socialisten. Met Vliegen, de partijvoorzitter, als zijn inhoudelijk adviseur en Schaper als roerganger in de fractie, vormde hij een gouden trio. Ook al boterde het niet altijd tussen de gewezen advocaat enerzijds en de voormalige letterzetter respectievelijk schildersknecht anderzijds, aan zijn positie durfden ze niet te veel te tornen.

Man van het volk

Voor de arbeidersaanhang in de SDAP bleef Troelstra immers de persoon, die hen vele jaren lang de weg had gewezen. Iemand schreef hem: 'Mijn arme oudjes, voortgekomen uit de onderste lagen van de werkersklasse, hoe hebt gij mede door uw bezielend woord en geschrift hun armelijk leven een rijken inhoud gegeven, nog zie ik hun oogen stralen, nog zie ik hen opnieuw opleven, geestdrift komen in hun leven van alle dag door 't Socialisme, daarvoor brengen wij u dank, zij hebben u in alle stilte en eenvoud geëerd.' Toen Troelstra in 1930 ten grave werd gedragen waren zeker 35.000 mensen op de been. Zijn begrafenis was een demonstratie van aanhankelijkheid van de gehele, mede door hem groot geworden beweging van de sociaal-democratische arbeiders.


© Koninklijk Fries Genootschap / de auteur
Dit artikel hoort thuis op de website van het Koninklijk Fries Genootschap. Verdere verspreiding van dit artikel is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de auteur en / of het Koninklijk Fries Genootschap.

Valideer XHTML 1.0! Valideer stijlblad

Koninklijk Fries Genootschap voor Geschiedenis en Cultuur / Keninklik Frysk Genoatskip foar Skiednis en Kultuer