Uit: Fryslân 8;2/3 (2002), 38-40.
Naar een virtueel Friesland
Internet als podium voor regionale geschiedenis
Arie Altena en Harm Nijboer
Het is op het eerste gezicht een vreemde combinatie: het internet en regionale geschiedenis. Waar bij de ene het karakter bepaald wordt door het ontbreken van geografische beperkingen, is bij de ander de geografische beperking juist de essentie, althans zo lijkt het. Het internet kent namelijk ook zijn regio's en virtuele gemeenschappen, gescheiden door verschillen in belangstelling, taal en cultuur. En aan de andere kant is een regio meer dan een keurig op de landkaart afgetekende landstreek. Regio's zijn doorgaans veel meer culturele entiteiten: een gevoel van plaats, of zoals de Amerikaanse schrijfster Eudora Welty ze omschreef, "places of the heart". Regio's zijn in feite altijd al virtuele gemeenschappen geweest, gemeenschappen die niet zozeer bijeengehouden worden door fysieke contacten of beperkingen, maar door datgene waar het Latijnse 'virtus' aan refereert: identiteit. Juist het internet biedt mogelijkheden aan zulke al langer bestaande virtuele gemeenschappen om zich te manifesteren en zelfs op te bloeien.
Dat regionale gemeenschappen op het wereldwijde web eerder gedragen worden door 'virtus' dan door 'locus' wordt treffend geïllustreerd door de vorig jaar door de Canadese Andrea Buma gelanceerde website I-friesland. Buma wil met deze website een forum creëren voor Friezen overal ter wereld om hun verhalen en geschiedenissen kwijt te kunnen. Opvallend is dat deze website is opgezet door iemand wier familie al drie generaties buiten Friesland woont, maar zichzelf desondanks nog steeds als Friezin beschouwt, en getuige het grote aantal Noord-Amerikaanse tekenaars van haar gastenboek is zij beslist geen buitenbeentje. Wat haar website als experiment verder interessant maakt, is dat zij regionale identiteit beschouwt als een bundel verhalen en (persoonlijke) geschiedenissen. Een identiteit die bovendien steeds in beweging is doordat mensen verhalen toevoegen en op andermans verhalen reageren.
Het delen en het onderdeel uitmaken van verhalen, geschiedenissen in de brede zin des woords, is inderdaad datgene wat mensen aan de regio bindt, of beter aan het gevoel van die regio bindt. Want voor het vertellen en delen van die verhalen is aanwezigheid ter plekke immers niet noodzakelijk. Die scheiding tussen virtus en locus wordt op het wereldwijde web, waar het begrip ruimte zelf virtueel is, nog duidelijker. We wijzen nogmaals op het feit dat I-friesland is opgezet door een Canadese.
Storybases
Er is overigens al eerder geëxperimenteerd om via een website historische verhalen over een stad of regio te verzamelen en zo mogelijk onderling met elkaar te verbinden. Zo is door Willem Velthoven in 1998 een pilot gestart, getiteld "Het geheugen van Zeist", een verhalenbank met herinneringen van Zeistenaars. Helaas heeft dit project nooit het internet gehaald. Wel te raadplegen is een beperkte storybase met betrekking tot het Amerikaanse Blacksburg (Virginia).
Het probleem met dergelijke verhalenbanken is vaak het punt van redactie. Hoe zorg je ervoor dat scribenten binnen het thema van de verhalenbak blijven, dat de verhalen onderling verbonden worden en blijven, dat de inhoud gevarieerd blijft? Het zijn vragen waarop de huidige technologie vooralsnog geen antwoord biedt. Bij zo'n project wil je natuurlijk niet teveel sturen en censureren, maar tegelijkertijd is een laissez faire, laissez aller ook geen optie. Waar dat toe kan leiden zien we bij de vele discussiegroepen op het internet. Pornoboeren, racisten en andere mensen met wie men zelfs aan de borreltafel niet wil verkeren, vinden in zulke discussiegroepen een - ondankbaar - podium. We zien het ook in de nieuws- en discussiegroepen op het internet die aan Friesland en de Friese geschiedenis en cultuur gewijd zijn: weinig substantieels en veel losse kreten. De verdwaalde seksadvertenties, de oproepen tot een grensoorlog met Groningen en andere ongein geven een weinig verheffend en naar onze overtuiging ook weinig representatief beeld van de wijze waarop Friezen met hun identiteit bezig zijn.
Er is inmiddels wel de nodige kennis aan het ontstaan over hoe dit soort processen te sturen is, of beter gezegd, hoe je het voor elkaar krijgt dat mensen serieus aan de slag gaan met het delen van verhalen. Maar op het moment zal men doorgaans toch zijn heil moeten zoeken bij wat ouderwetsere methoden, bijvoorbeeld door zo'n storybase te koppelen aan een situatie of gebeurtenis in de publieke ruimte; te denken valt aan een tentoonstelling in een museum, een conferentie of een feest. En men kan natuurlijk ook redacteuren actief verhalen laten verzamelen in bijvoorbeeld een bejaardentehuis. Maar het virtuele karakter van de zo ontstane verhalengemeenschap wordt dan wel geweld aangedaan. Het - op zeker moment - delen van een (geografische) plek wordt immers een voorwaarde voor het slagen van zo'n storybase. Bovendien is interactie tussen gebruikers op deze manier moeilijker te realiseren en kan men zich afvragen of er op deze manier nog iets van een 'verhalengemeenschap' overblijft.
Het web als storybase
Zal het idee van een virtuele Friese gemeenschap gebaseerd op de uitwisseling van geschiedenissen dan toch een mooi maar onuitvoerbaar plan blijken? ... Misschien, maar er is goede hoop van niet. We hebben het tot nu toe steeds gehad over storybases die binnen het wereldwijde web opereren. Maar we moeten niet vergeten dat het wereldwijde web zelf ook een soort van storybase is. Op het web zijn al vele particuliere websites te vinden die op de een of andere manier aan Friese geschiedenis refereren. En deze sites refereren via hyperlinks weer aan elkaar, of kunnen dat althans. Want in de praktijk is er slechts van een heel geringe verwevenheid sprake. Weliswaar creëren zoekmachines zwevende en continu veranderende verbindingen tussen, hopelijk, gerelateerde sites en ontsluiten 'portals' (webgidsen) sites over gelijkaardige onderwerpen, maar doorgaans ontbreken hier redactioneel beargumenteerde connecties.
De vraag blijft dus: "Wie breit de boel aan elkaar?" Het is twijfelachtig of we van professionele historici wat dit betreft veel initiatief kunnen verwachten. Er is namelijk wel het nodige aan Friese geschiedenis op het web, maar het is doorgaans een heel ander soort geschiedenis dan academisch geschoolde historici het zouden willen zien.
Geschiedenis in actie
Tien jaar in stilte werken en dan een boek publiceren, is een manier van werken die niet zo bij het web past. Het web is continu aan het veranderen en werd daarom onlangs door David Weinberger gekarakteriseerd als een "ongoing conversation". Woorden die doen denken aan Pieter Geyl die ruim een halve eeuw geleden geschiedenis typeerde als "een discussie zonder einde". Geschiedenis op het web is in zekere zin dan ook te beschouwen als geschiedenis in actie. Geen academische geschiedenis die streeft naar objectivering, maar geschiedenis zoals die dagelijks beleefd wordt. Geschiedenis die ook niet per se 'waar' hoeft te zijn.
Een mooi voorbeeld van hoe geschiedenis op deze manier kan werken, vonden we terug in een discussiegroep waar de vraag werd gesteld of tijdens de laatste ijstijd de spoorwegen ook door het kruiende ijs waren vernietigd. Waarop iemand antwoordde dat dat inderdaad het geval was en dat vooral de spoorwegen naar Drachten daar sterk onder geleden hadden, wat heden ten dage nog steeds te merken is.
Je reinste flauwekul natuurlijk, maar toch ... We zien hier wel een uiting van het historisch besef dat in het Friese landschap sporen van de laatste ijstijd terug te vinden zijn. Tegelijk zien we een nieuw verhaal ontstaan, een moderne mythe. Een verhaal met een moraal bovendien. Want wie herkent niet de vette knipoog naar de onhebbelijkheid van veel Friezen om elk actueel probleem in een weids historisch perspectief te plaatsen.
Geschiedenis op het web staat vaak dichter bij de orale traditie van sagen en volksverhalen, een traditie die dankzij het web en e-mail nieuwe impulsen heeft gekregen. Tegelijkertijd is het web ook een ruimte waarbinnen wel degelijk academische geschiedschrijving wordt bedreven. Er is in dat opzicht een parallel met de situatie in de negentiende eeuw toen in tijdschriften als De Vrije Fries zowel plaats was voor doorwrochte studies als de wat luchtigere anekdotiek en het doorgaans aan de fantasie ontsproten "mengelwerk". Het lijkt erop dat het web de afstand die in de afgelopen eeuw tussen beide metiers is ontstaan, weer wat heeft verkleind.
De toekomst
Het wereldwijde web bestaat nu zo'n tien jaar en het internet heeft dankzij dat web in het afgelopen decennium een enorme vlucht genomen. En gezien de vele dwaze voorspellingen die in de afgelopen jaren omtrent de toekomst van dit medium zijn gedaan past een zekere terughoudendheid bij het uiteenzetten van toekomstvisioenen. Maar een ding is zeker: er is iets als een virtueel Friesland aan het ontstaan en geschiedenis in de ruime zin des woords is daarbij een belangrijk bindmiddel. Hoe en of dit virtuele Friesland zich zal ontwikkelen hangt van veel factoren af. Laten we in elk geval de hoop uitspreken dat zich hieromtrent een levendige discussie ontspint.
Referenties:
- I-friesland (http://www.i-friesland.com/)
- Storybase Blacksburg, Virginia USA (http://research.cs.vt.edu/storybase/)
Discussiefora en nieuwsgroepen:
- http://www.drf.nl/cgi-bin/board/fryslan/fryslan.pl
-
alt.culture.friesland.frysk
- alt.languages.frisian
Literatuur:
David Weinberger, Small Pieces Loosely Joined, a Unified Theory of the Web. (Cambridge Ma. 2002) (http://www.smallpieces.com/)
© Koninklijk Fries Genootschap / de auteur
Dit artikel hoort thuis op de website van het Koninklijk Fries
Genootschap. Verdere verspreiding van dit artikel is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke
toestemming van de auteur en / of het Koninklijk Fries Genootschap.