Taal menu: Nederlands | Frysk
Algemeen
Actueel
Publicaties

Uit: Fryslân 8;2/3 (2002), 3-7.

Yme Kuiper: ‘Als je 5000 leden wilt hebben, dan moet je echt gekke dingen verzinnen’

Eelke Lok

Het Fries Genootschap bestaat binnenkort 175 jaar. En zoals bij elk jubileum is het gebruikelijk om een afweging te maken tussen verleden, heden en toekomst. Voor Fryslân ging Eelke Lok aan tafel zitten met de voorzitter van het Fries Genootschap voor Geschiedenis en Cultuur, Yme Kuiper. Op zoek naar het nieuwe elan van het Fries Genootschap. Meer bekendheid, meer leden, maar niet tot elke prijs. Want er is een grens - maar waar ligt die? Tegelijk zijn er externe factoren die het Genootschap verplichten een nieuwe weg in te slaan.

Het is misschien niet merkwaardig, maar toch opvallend dat de voorzitter van het Fries Genootschap, Yme Kuiper, historicus toch ook, in vloeiende woorden vertelt over 175 jaar geschiedenis van deze markante instelling, maar zodra het over de toekomst gaat een paar slagen om de arm moet houden. Wel zijn intussen de lijnen uitgestippeld waarlangs het denken van het bestuur van het Fries Genootschap (FG) loopt. Zoals, zich inzetten voor een volwaardige cultuurhistorische inbreng in het Fries Museum, waarvan de collectie nog steeds voor het grootste gedeelte eigendom van het FG is. En verder, dit blad (Fryslân) uitbouwen tot een magazine over cultureel erfgoed waarin ook het werk van de nieuwe fusiegroep (Prov. Bibliotheek, FLMD en Ryksargyf) tot uitdrukking komt en tenslotte meer naamsbekendheid voor Het Fries Genootschap zelf, waardoor binnen en buiten Friesland de belangstelling en medewerking zal kunnen groeien. De twijfels zitten eigenlijk vooral in de afbakening van die taken.

Vernieuwen om te blijven bestaan

We krijgen Yme Kuiper, sinds anderhalf jaar voorzitter van het Fries Genootschap, dus direct op de praatstoel als hem gevraagd wordt naar de markante punten in de 175 jaar oude geschiedenis van het FG. In 1827 waren er in Friesland een aantal heren die een genootschap oprichtten ter bestudering voor de bestudering van de Friese geschiedenis, taal en oudheid (wat later archeologie gaat heten). In Holland (1752) , Zeeland (1769) en Utrecht (1778) waren er al dergelijke genootschappen, met vergelijkbare, zij het iets bredere doelstellingen: de Hollandse Maatschappij der Wetenschappen, het Zeeuws Genootschap en het Utrechts Genootschap. Vreemd eigenlijk dat Friesland, toch een provincie met groot historisch gevoel, pas zoveel later aanschoof aan de studietafel. Kuiper nu: ‘Daar kun je heel wat filosofietjes op loslaten, maar de mythe dat we een groter historisch besef hebben is hiermee wel weggevaagd’. Het was de grote Gysbert Japicxherdenking in 1823 in Bolsward, die de stoot gaf tot de oprichting van het FG al zou het nog vier jaar duren eer een Harlinger koopman, een rechter uit Bolsward en een Sneker rector in hotel de Phoenix in Leeuwarden, met een twintigtal andere geleerde heren, kwamen tot de oprichting van het genootschap. Kort daarna kwamen ze nog eens in Franeker bijeen om de puntjes op de i te zetten. Voor wie de hele historie van het FG wil nakijken wordt hierbij verwezen naar de in september te verschijnen jubileumboek, dat overigens niet alleen deze geschiedenis verhaalt, maar vanwege het doen en laten van het genootschap ook een kijkje geeft in de Friese cultuur van diezelfde 175 jaar.

Liberale burgerij

De eerste jaarboekjes van het genootschap verschenen weliswaar in het Fries, maar in 1835 kwam daar al weer een einde aan. En als in 1839 de eerste aflevering van De Vrije Fries verschijnt, dan is die in het Nederlands. Kuiper: ‘Die heren spraken natuurlijk allemaal Nederlands met elkaar. Er was ook geen, wat we nu zouden noemen, politiek taalbewustzijn in het genootschap aanwezig. De idee was meer om het de Friese taal vast te leggen en te bewaren.’ Het Fries Genootschap was de gegoede burgerij met een adellijke rand. In 1844 werd het Frysk Selskip opgericht, op initiatief van met name kleinere burgers en onderwijzers en dat werd een echt Friestalig gezelschap. Ideologisch is het FG Nederlandstalig gebleven tot ver na de Tweede Wereldoorlog. Pas daarna kwam er op instigatie van onder anderen Jaap Kalma een krachtige tegenbeweging die naar streefde meer aan het Fries te doen. Toen ook werden er Friestalige artikelen in De Vrije Fries geplaatst. Die strijd was niet uitsluitend een taalstrijd, maar ook een sociaal-economische emancipatie, want eigenlijk werd het Genootschap tot na de Tweede Wereldoorlog gedragen door de gegoede liberale burgerij en nauwelijks gevoed uit de hoek van de sociaal-democratie of de christelijke zuilen.

Naamsverandering

Waarom dan even het accent op het Fries. Welnu, de naam van het FG is onlangs (zie elders in dit nummer) veranderd. Totnogtoe was het Het Fries Genootschap van Geschied-, Oudheid- en Taalkunde, maar het is nu Het Fries Genootschap voor Geschiedenis en Cultuur en tegelijkertijd ook officieel It Frysk Genoatskip foar Skiednis en Kultuer. Een tweetalige naam dus. Kuiper: ‘Het dekt veel beter de praktijk, als je ziet naar onze bladen: Fryslân en De Vrije Fries, daar staan zoveel Friese stukken in, het is al helemaal geen punt’. Dus ook meer studie naar de Friese taal- en letterkunde in de toekomst? Ja, letterkundige historische beschouwingen zijn beslist te verwachten, zeker als Kuiper met 'in skalk each' kijkt naar de zogenaamde Boterhoekfusie, die van de Provinsjale Biblioteek, het Frysk Letterkundich Museum en Dokumintaasjesintrum en het Ryksargyf, een instituut maken. ‘Dat wil natuurlijk ook aan de weg timmeren met extra activiteiten bijvoorbeeld op gebied van geschiedenis en educatie.’ Het FG is daarnaast een verzamelplaats bij uitstek van alle doeners, stipers, vrienden en amateuronderzoekers of hoe ze ook maar mogen heten, gevoed door de professionele mensen. Er zijn intussen besprekingen gaande om het tijdschrift Fryslân wat een breder fundament te geven wat zich bezighoudt met het culturele erfgoed met een historische rand.

Platform

Over historie gesproken, nog even terug naar de taken die het FG indertijd oppikte en nu door professionele instanties zijn overgenomen. De museale taak werd opgeslokt door het Fries Museum, de boekerij ging op in de Provinsjale Biblioteek en het wetenschappelijk onderzoek wordt nu gedaan door de Fryske Akademy. ‘Maar het FG is de moeder van alle belangrijke culturele en wetenschappelijke instellingen in Friesland’. En dan ligt de volgende vraag erg voor de hand: zou het zich nu ook niet beter kunnen opheffen, omdat genoemde instellingen floreren. Kuiper, bedachtzaam: ‘Nee, nee, er is zeker behoefte aan een FG dat naast die instanties bestaat. Wij willen een breed platform zijn en onze taak is om mensen op interessante dingen te wijzen. Zo zouden we bijvoorbeeld bepaalde informatie op historisch gebied die door die instellingen aangereikt wordt op een aantrekkelijke manier aan onze leden doorgeven’. Een soort vertaalslag, omdat die instellingen dat niet goed doen of zo? Kuiper: ‘Nou dat zou ik niet zo één twee drie willen zeggen, maar wij hebben via onze leden contacten in alle geledingen van de samenleving, door geheel Nederland’.

En toch blijft het vreemd dat het Genootschap als een soort platform zou blijven bestaan naast de instellingen die zelf ook weer hun vrienden, donateurs enzovoorts hebben.

Kuiper: ‘Goed, wil je het echt heel scherp stellen dan moet je nu eigenlijk de vraag stellen: gezien de instellingen die bestaan, wat willen wij nog? Nou dan is dit kennelijk het juiste moment om ons af te vragen: wat is onze doelstelling. Als bestuur van het FG willen we absoluut niet de kant op van een slapend instituut, een eerbiedwaardige oude instelling, maar ook niet veel meer dan dat. We hebben een bescheiden vermogen, we geven subsidies voor bepaalde tentoonstellingen en bepaalde boeken, we maken excursies in binnen- en buitenland en organiseren wat lezingen - zo zou je nog een tijdje kunnen doorgaan. In Friesland gebeurt veel op historisch en cultureel gebied, zowel binnen als buiten instellingen. Prima! Gezien het feit dat veel instellingen ooit vanuit het FG hun eigen wegen zijn uitgewaaierd is het een goede zaak dat er minstens één organisatie is die min of meer neutraal en, zeer zeker ook, vanuit een lange traditie het belang van de geschiedenis en de cultuur van Friesland behartigt. Los van subsidiepotten, competenties, politiek of wat je ook maar aan onderlinge barrières zou kunnen bedenken. En wat dat platform betreft, in Overijssel en Drenthe bestaat een Historisch Beraad of Overleg waarin instellingen als archieven, bibliotheken, musea en plaatselijke historische verenigingen met elkaar overleggen. Het FG zou het ideale gremium zijn voor een dergelijk overleg. Al was het alleen maar om de uiteenlopende initiatieven beter op elkaar af te stemmen’.

Het is duidelijk, het FG heft zichzelf niet op. Kuiper: ‘Tezamen met mijn heel actieve medebestuursleden en met het dagelijks bestuur voorop (naast Kuiper bestaat dat uit Elleke Makkes van der Deijl en Durk Osinga) zijn we actief bezig met de toekomst. Het voorgaande geeft al enigszins aan in welke richting wij denken.

Jubileum

‘We gaan trouwens in september een jubileum vieren waarvoor we behoorlijk in de buidel gaan tasten. Dat zouden we uiteraard nooit doen als we voor de strategie hadden gekozen van zeg maar kalmpjes aan, we blijven gewoon wie we waren’. Een soort van laatste keer van ‘jongens we zijn er nog steeds?’ Kuiper: ‘Nee, nee, een welbewuste poging om onszelf op de kaart te zetten. Maar vooral een signaal: we bestaan 175 jaar. In die lange periode heeft het FG hele boeiende dingen gedaan voor de geschiedbeoefening en cultuur in Friesland. Dat kunnen en willen wij ook in de toekomst’.

Maar er zijn in deze provincie, waar iedereen zo de mond vol heeft van het belang van cultuur, legio lieden die nog nimmer hebben gehoord van het FG. ‘Nou legio, …. Ze zijn er’. Maar het gemiddelde Friese gemeenteraadslid kent het genootschap niet eens. ‘Ja maar we hebben 1800 leden, en driekwart daarvan woont in Friesland, maar je hebt gelijk, de tijd van zelfgenoegzaamheid is voorgoed voorbij, we moeten op zoek naar meer leden en we moeten werken aan onze naamsbekendheid’. Dat klinkt als een verzekeringsmaatschappij die een voetbalclub gaat sponsoren. Zo’n soort instelling is het genootschap toch niet? En dan komt de essentie. Let op wat Kuiper zegt: ‘Ik denk wel dat het FG als dat wil blijven bestaan zal moeten veranderen. Je zult de geest van de tijd moeten verstaan. Geen populisme trouwens. Geschiedenis in de brede zin van het woord – dus inclusief cultuurgeschiedenis, kunstgeschiedenis, archeologie en literatuurgeschiedenis, om maar wat te noemen - op een aantrekkelijke en aanschouwelijke manier presenteren, maar zeker niet de wetenschappelijke basis ervan opgeven. En ook gerichte acties om in beeld te geraken Je moet een aantal dingen in je ransel hebben, zoals je beide bladen, een aantal manifestaties of studiedagen of congressen, je netwerk, daarmee breng je het FG in beeld. Samenwerkend met andere instanties, maar niet minder op eigen kracht’.

www.friesgenootschap.nl

De geest van de tijd verstaan. Dus verschijnt binnenkort op uw computer: www.friesgenootschap.nl (zie elders in dit nummer), is er een e-mailadres en is (sinds vorig jaar) de typemachine uit de vorige eeuw vervangen door een tekstverwerker. En toch: onontkoombaar is het beeld van oude grijze mannetjes die in stoffige achterafkamertjes in musea of bibliotheken hun geduldige maar o zo onnutte studiewerk verrichten. Kuiper (geboren in 1949): ‘Dat is beeldvorming, die op de een of andere wijze aan het gehele geschiedbedrijf en dus ook aan het FG als oudste instelling hangt. Maar vooral ook: onterechte beeldvorming’. Kan best, maar hoe doorbreek je dat? Voorbeeld, als het georganiseerde skûtsjesilen in Friesland 50 jaar bestaat, komt er geen artikel in de Fryslân, noch in De Vrije Fries. Wel in de Friesland Post. En toch is zulks een mengeling van cultuur en historie. ‘We doen wel eens iets aan sportgeschiedenis, maar misschien zouden we er meer aan moeten doen’. Dus, toch gedwongen tot populariteit?. ‘Nou ja, in de zin van dat dit onderwerpen zijn die een grote populariteit genieten, goed in de markt liggen kortom. Maar of meer aandacht voor sport meer leden zal opleveren? Ik betwijfel het. Kijk als je er echt naar wilt streven om vier tot vijfduizend leden te bereiken in vier, vijf jaar dan moet je echt gekke dingen verzinnen’. Hij is er persoonlijk geen voorstander van. ‘Is dat wel de taak van het FG. Je moet wel vasthouden aan de sterke doelstellingen die je hebt’. En die zijn uiteindelijk gebaseerd op wetenschap, Kuiper zou graag willen dat er meer medewerkers van universiteiten en instituten uit de rest van Nederland in de bladen van het FG over Friese geschiedenis en cultuur publiceren. Het vergt de nodige vaardigheid om de resultaten van wetenschappelijk onderzoek voor een breed forum uit te leggen. Maar –zie Fryslân– onmogelijk is dat allerminst, het is zelfs een dwingende eis. De wetenschapsbeoefening wordt tenslotte door de gemeenschap betaald. Die hebben recht om op zijn minst kennis te nemen van de resultaten. Daar is niks mis mee’.

Driebanden

Neemt niet weg dat het genootschap op een tweesprong zit. ‘Je moet ook realistisch zijn. Je hebt gelijk, wil je het FG in stand houden dan moet je iets doen. Je moet echt die bladen goed uitventen en die moeten ook kwaliteit herbergen. Onze leden krijgen gratis toegang tot het Fries Museum, ze krijgen vier keer per jaar Fryslân, één keer per jaar De Vrije Fries, kunnen gratis naar symposia en lezingen vanhet FG, nou ja…. In die zin bedienen wij het Friese publiek dat cultureel geïnteresseerd is op een goede en – gezien de lage contributie - goedkope manier’. En toch klinkt een paar keer het woord breder, professioneler ook. Het FG zelf moet breder, is allang niet meer het clubje uit de liberale burgerij. Aan de andere kant wil Kuiper liever niet dat De Vrije Fries te populair zal worden: ‘Nee, ons jaarboek moet beter gaan aansluiten bij de historische wetenschappen, zoals die met name ook buiten onze provincie worden bedreven. Wat dat betreft moet het FG eigenlijk breder kunnen werken dan bijvoorbeeld de Fryske Akademy, die al begrensd is door het taalgebruik. Met onze bladen biljarten we over twee banden, de derde band wordt door onze andere activiteiten gevormd.

Het brengt Kuiper op een, opnieuw persoonlijke, oprisping: ‘Laten we meer gaan doen aan vergelijkingen met de ons omringende gebieden. Ik zou ook best meer niet-Friezen over ons en onze geschiedenis aan het woord willen laten’. De cultureel antropoloog Kuiper zit plotseling op de praatstoel en vindt gaandeweg een groter gehoor in het FG. En, op het jubileumprogramma van september staat wel mooi een symposium over "Fryslân in groter verband". Bekende sprekers gaan in op de onderlinge verhoudingen tussen Friese, Nederlandse en Europese identiteiten - een actueel thema. Zij houden korte inleidingen. Korter spreken, meer discussie. Nieuwe geest.

Maar de geschiedenis van de taal dan, die heeft het FG de eerste pakweg anderhalve eeuw laten liggen. ‘Als er aanleiding voor is, moeten we vanzelfsprekend meer doen aan de geschiedenis en betekenis van de Fryske letterkunde. Wat ik eerder ten aanzien van Fryslân en de toekomst van dat blad zei, die ontwikkeling is al duidelijk gaande. En : ‘Wij hebben in het bestuur gezegd dat wij in de elitaire hoek worden geplaatst en dat het duidelijk moet worden dat je niet bij ons weg hoeft te blijven omdat we iets tegen het Fries zouden hebben’. Nog steeds niet volop Frysk dus, terwijl dat toch tegenwoordig leuk, aardig en vooral popie is. ‘Dat is wel het zwakste wat je kunt doen, buigen voor populisme. Meertaligheid is immers de wereld van vandaag en morgen’.

Toekomst

En dan komt het moeilijke moment voor een historicus, als de vraag als een fladderend lentepluisje op tafel valt. Hoe ziet het FG er over vijfentwintig jaar uit. Het blijft lang stil. Het woord ‘koffiedikkijken’ valt als een hondenbrokje naast het pluisje. ‘In de kern niet zoveel anders dan nu: een kerngroep van actievelingen en een geïnteresseerd publiek dat consumeert en ook lid van het genootschap wil blijven. Maar nogmaals, je moet ook vernieuwen om te blijven bestaan’.

Niet alleen wat betreft de eigen organisatie, maar ook waarschijnlijk in relatie tot het Fries Museum. Jawel, het Museum is zelfstandig, maar het beheert collecties die grotendeels eigendom zijn van het FG. In 1993 ging ons Eysingahuis over naar de Stichting de Kanselarij, maar wel met de bepaling dat het pand een museale bestemming moest houden. En intussen ligt de erfenis van architect Abe Bonnema op tafel. Achttien miljoen Euro, voor nieuwbouw van het Fries Museum aan of op het Zaailand. Als zovelen ziet ook Yme Kuiper eerst de voordelen en daarna de "tûkelteammen". Wat gaat er gebeuren met het Eysingahuis, behoudt dat zijn museale bestemming. En wat gebeurt er in zijn algemeenheid met de cultuurhistorische "poot" van het Fries Museum? Wat wordt sowieso de museale inhoud bij de eventuele nieuwbouw. ‘Het grote verhaal over de Friese geschiedenis is niet te vinden in het huidige Fries Museum, dat wel het grootste regionale museum van ons land is’, zegt Kuiper veelbetekenend. ‘Ook zonder het legaat van Abe Bonnema moet er volgens mij een soort groot verhaal, gebaseerd op bewuste keuzes, over de Friese geschiedenis komen. En natuurlijk inclusief de ontwikkeling van de beeldende kunst’. Wat gebeurt er trouwens met de spullen die eigendom zijn van het genootschap. En dan signaleert Kuiper een soort van achterstallig onderhoud. ‘Er bestaat eigenlijk geen goede lijst van al onze spullen en die is zeker niet met een druk op de computerknop te verkrijgen. Pas na geduldig zoeken in de ooit aangelegde inventarissen kun je een en ander terugvinden. En er wordt straks natuurlijk gesleept en geschoven met die spulletjes. Als Fries Genootschap moeten we hier de vinger aan de pols houden.. Een goed museaal plan en een goed beheer van onze spullen, dat mogen we toch zeker vragen aan het Fries Museum’.

Om onmiddellijk daarna de taken weer af te bakenen, Het FG gaat het niet zelf doen: ‘Wij kunnen niet museum spelen. We hebben het vermogen, de mensen en de typisch museale expertise niet’. Het FG gaat dus ideeën inbrengen. ‘Ja, waarom zou men ons niet als klankbord voor de presentatie van de Friese cultuurgeschiedenis gebruiken? We hebben in het verleden ons gezicht wel eens te weinig laten zien’. Dat wordt overigens een nieuw gezicht want Kuiper gaat in 2003 opgevolgd worden door mr Annelies Duursma uit Beetsterzwaag, waardoor voor het eerst, na 175 jaar, een vrouw de Genootschapskar gaat trekken.

Scheidslijn

Blijft over die vage scheidslijn tussen té populair om wetenschappelijk nog geloofwaardig te zijn en té wetenschappelijk om nog voldoende aantrekkingskracht te hebben. Opnieuw gaan we Kuiper met voorbeelden te lijf. Een boek als dat van de gebroeders Algra, waarin de geschiedenis van de dorpen staat, moet dat niet nodig eens worden herschreven en is dat nu niet een taak voor het Fries Genootschap, met al zijn vertakkingen naar mensen die geïnteresseerd zijn in en kennis hebben van de historie van die dorpen. ‘We doen veel aan lokale geschiedenis in Friesland, dus waarom zou een leesbaar overzicht van de bestaande kennis en inzichten niet kunnen’. Punt. Hij zegt het niet met zoveel woorden, maar is bang van nostalgie. ‘Wij zijn slechts bezig met datgene wat in afgeleide zin wetenschap is’. Moeilijk. ‘Nee, wetenschap is leuk als het goed gebracht wordt’. En : ‘Je moet oppassen dat je niet terechtkomt in de sfeer van alleen maar nostalgie en populariteit’.

De historie van de Frysk Nasjonale Partij (FNP)? : ‘O hartstikke interessant, waarom is die nog nooit geschreven eigenlijk?’ De historie van it Bûn fan Fryske Fûgelbeskermingswachten, it BFVW ?: ‘Ja daar ben ik iets minder enthousiast over …En toch, ook daarover is in Fryslân al gepubliceerd. De historie fan it Frysk Ljeppersbûn (FLB)? : ‘Nee, niet direct’. Je moet ook niet direct de pretentie hebben dat je alles wilt doen.

 

Eelke Lok is journalist en werkt bij Omrop Fryslân


© Koninklijk Fries Genootschap / de auteur
Dit artikel hoort thuis op de website van het Koninklijk Fries Genootschap. Verdere verspreiding van dit artikel is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de auteur en / of het Koninklijk Fries Genootschap.

Valideer XHTML 1.0! Valideer stijlblad

Koninklijk Fries Genootschap voor Geschiedenis en Cultuur / Keninklik Frysk Genoatskip foar Skiednis en Kultuer