Taal menu: Nederlands | Frysk
Algemeen
Actueel
Publicaties

Het journaal van Wytze Gerbens Hellinga, 1794 - 1795

Digitale bijlage bij: Karwan Fatah en Bouke Walstra, 'Een Friese schipper in Franse krijgsgevangenschap. Het journaal van Wytze Gerbens Hellinga (1794-1795),' De Vrije Fries 97 (2007), pp. 143-172.

Over de wijze van bezorging

Bij het collationeren van de tekst (zie daarover ook noot 1 bij ons artikel in DVF 2007) hebben we een paar beslissingen moeten nemen. Zo zijn naar modern gebruik komma's en punten gebruikt waar Wytze dubbele punten en/of dubbele liggende strepen gebruikt. Waar een ij staat zonder puntjes , is een ij met puntjes gebruikt. In sommige gevallen hebben we er voor gekozen een y te gebruiken, in het bijzonder bij Friese namen. We hebben geprobeerd Wytze te volgen in het gebruik van hoofdletters. Hij gebruikt bijna nooit een hoofdletter aan het begin van een zin, maar hij schrijft veel woorden met een hoofdletter (hoewel dat niet altijd duidelijk is). Het lijkt er wel eens op dat hij woorden wil benadrukken door ze met een hoofdletter te laten beginnen. Verder worden de z en de s door elkaar gebruikt en staat er vaak een f in plaats van een v. In de tijd dat Wytze het journaal schreef lag de spelling van de Nederlandse taal nog niet vast; standaardisatie begon pas in de Napoleontische tijd.

Het journaal

[p. 1]

JOURNAAL van Wytze Gerbens [Hellinga] van den 4 Mei 1794 tot den 21 Augs 1795 behelsende enige merkwaardige ontmoetingen, door het gevangen nemen en berovinge van zijn gevoerd Koffschip de Jonge Gerbrand, zijn verdere verblijf In Frankrijk als Krijgs gevangen,en zijn wederkeren tot Amsterdam

den 18 Jan. 1794 kwam ik met 't kofschip de Jonge Gerbrand van Carrijl in Spangien met Ballast in St.Ubes [Setúbal] in Portugal, en kogte een Lading Zout die ik innam voor Scheeps Rekening en wagten een Konvooij dat ons beloofd was. ik ging met Enige Schippers in Perzoon over Land na Lissabon en na van alles aldaar onderrigt te Zijn Keerden wij naar onse Schepen te Rug, en nadat wij de beno-digde in Structiën of Zeijnboeken ontfangen hadden vertrokken wij op de ontfangene order van den Commandant

den 4 Meij van St. Ubes distinatie Amsterdam, met een Noordlijke Wind hielden het Snagts gaande onder Kaap Spiegel, en den volgenden dag kwam onse Chef bij ons uit Lisbon, daar ik met enige uit St. Ubes komende Schepen mij mede verenigde. enige van St. Ubes komende waren reeds uit ons gezigt afgedreven die alzo ook zig niet bij ons bevonden hebben. ons Convooij bestond Cirka 60 Koopvaardijschepen en twee oorlogs Fregatten, de Waakzaamheid van 24 Stukken 8 ponds Capt. van Hamel [p. 2] als Commandant en de Alliantie van 36 stukken 12 ponds. Wij vervolgden onse reis met N.lijke, vervolgens W.lijke winden zonder merkwaardige ontmoetingen wel eens Stijve en Harde koeltens en goed weer tot

den 20 Meij hadden 's midd Vertrouwde bek. NBr: 47°7' - Wen; van Kaap Finisterre gegist 35 mijl. hadden 's voormiddags een oorlogs Brik gezien, zijnde de wind NNO die regt uit de wind op ons kwam aanloopen: de Commandt zeijnde de Aliantie op de zelve Jagt te maken, zeilden daarop zijn Voor-steng Stukken, en overboord. tegelijkertijd verloor Jan Pieters Visser van Pesens ook zijn Steng van de Kof. de Brik om de west lopende bleven wij ZO overleggen, maakten Topzeil vast en Reven in de onderzeijlen. Zagen Cirka 2 uur 's nademiddags uit het Oost of OZO een Schip voor de wind op ons toe komen en kort na het zelve nog 2 Schepen, de Kimmen wat deijnzig en geen klaar gezigt. Kort voor 3 uur hees de Comt de geele vlag van de grote Top, het Zeijn van vlugten. Kort hierna kwam hij in gevegt met het eene Franse Fregat. tengevolge van 't gegeven zeijn van vlugten deede een ijder alle vlijt te ontkomen, mede de Alliantie die Regt voor de wind bij-zette wat dienen kon. ik stelde mijn koers West alle reven uit, hadden zoo veel wind als ons tuig kon voeren, en een Frans oor-logs Fregat ons [p. 3] vervolgende, en naderende van tijd tot tijd, tot wij bijna zijn geschut konden tellen, keerde hij tog tegen den Donker van zijn jagt op ons te Rug. met den donker stelden onse Coers NW

den 21 Mei hadden mooij weer oostelijke wind. maakten Plan bij mogelijkheid benoorden Engeland om. hadden smid NBr. 47°32 Wen Kaap Finisterre 61 mijlen, op 360° Lengte van de Piek van Teneriffe. 's agtermid 5 uur zagen wij een vloot in 't Zuiden alzo meest in ons Kijlwater ons koers Noorden, tegen 8 uur ontdekten wij dat een jagt op ons maakte. Cirka 9 uur noodzaakte ons door een KanonSchot bij te draijen en Cirka 9½ uur was zijn Sloep bij ons aan boord. 't eerste was onse Zeinboek over boord, bij de ontdekking dat het Fransen waren. Schoon ik bij de aannadering veronder-stelde te kunnen zien het een Fransman was, vleijende mij egter zelve 't niet wel te kunnen zien, dewijl hij regt van Agter ons met scherpe zeijlen kwam inlopen, 't ligt wat hij naderde ook begon af te nemen, bleef mij alles tot 't eind onduidelijk en de Equipage die ik had, hadden geen twijfel of ons vervolger was zeker een Engelsman. konden ook geen vlag zien tot zoo lang, dat hij ons door een Kogel noodzaakte bij te draijen. bij de ontdekking dat wij ons in 's viands handen zagen, gaf dit voor mijn een Schrik die alle bedenking overtrof.

de eerste Luitenant, die over bij mijn in de Kajuit kwam verklaarde mijn Schip voor prijs. mijn Aandoening door gemelde opgemerkt zijnde, zeide ik mijn in mijn Lot moeste troosten, dat het zelve het Fortuin des oorlogs was en dat [p. 4] men mij zeer wel zou behandelen, en dat ik mijn goed mijn kleeren, alles moest meeneemen en dat mij niets zou afgenomen worden en dat ik in Frankrijk, altoos zeker op mijn Parool konde rekenen.

ik moest egter direkt mee in hun sloep nam mijn Scheepspapieren in een Bos mee en wierd in hun Boot gedreven, in de zelve zijnde bragte mijn Koksmaat mijn Deken een Kussen en een Vries [?] Sargie Rokie. Riep mij in 't afzetten der Boot na - bewaart dit want anders heeft UE niets, en alzo wierd ik met 3 man van boord genomen, en 7 Francen wierden bij mijn Stuurman en Jonge aan boord van de Kof gelaten. Zijnde alles wat mogelijk was van Kledingstukken van mijn en Equipage door de Francen geroofd en meegenomen Stuurmansgereedschappen Proviant Fruit wijn ook al de kleijnighede die ik voor mij zelve hadde meegenomen.

Alzo in dit begin al zeer aandoenlijk en de gevolgen noch treffender.

ik wierd alzo met de Drie man van mijn Equipagie Aan boord van het oorlogs Fregat Le Gentille van 36 stukken 12 ponders Capn Kanon, voor desen of vroeger Kapt. op de Ws indiën te Borduanx [?] geboortig a Blaye - dan al vroeg ondervond ik hier dat de belofte der Luitent mijn gedaan zeer slegt gehouden wierd - dewijl mijn de helft wel weggenomen was- van het Weijnige dat ik meegenomen had, om wat te kleeden en te kunnen redden. hier aan boord wierd mij niets gezeid nog gevraagd. Boeken Rekeningen ScheepsPapieren Raakte [p. 5] alles weg, Zoo dat mij weinig meer als 3 a 4 Hemden en 2 a 3 paar kousen buiten dat ik aan mijn lijf had overbleef. Zij wesen ons onder de Compagnie of onder 't Halve Dek op de vlaggezakken als wij wilden Rusten.

den 22 meij 's morgens wierd ik geroepen bij de Kapt. en meerdere officiers tot het ontbijt in de Kaijuit en bewesen mij alle vrind-schap genietende ik alles bij mijn verkiezing als zij zelf en dit Continueerde ook zoo lang ik bij hun aan Boord was als zulks de omstandigheden toe lieten

den 23 Mei wierd mij een Hangmat gegeven daar ik 3 nagten gebruik van had, de 4de nagt bevond een Jonge die ziek was mijn Rustplaats had ingenomen: door medelijden, liet ik hem mijn Plaats behouden en ik zogt vervolgens een plaats op het Dek of op de Kisten, zoo lang ik op dit Schip geweest ben meestal in de Konstapelskamer.

Als zij jagt hadden of jagt maakten wierden alle presonniers omlaag gesloten en ik met de twee Engelsche Kapts. omlaag gebragt tot zoo lang dat zij hem verkenden.

Mismoedig zijnde in mijn ongeluk en mijn Sitiatie met Ernst be-schouwende en het Donker vooruitzigt, benamen mijn niet weinig mijn gewone Lust en moed en dit liet zig ook duidelijk zien in het gelaat en houding mijner Lotgenoten. de Engelsche Kapt Rigte wel eens bijzonder zijn Rede tot mijn, het zij hij bemerkte ik het een en ander uit [p. 6] hunne Discoursen te verstaan, dan of een en ander anders hier aanleijding toe kwam te geven daar hem en de andere officiere veele havens in Frankrijk te voren Reeds door mij bezogt waren eens ter Tafel mij aansprekende, Hollandsche Burgers a La Couragie neem UE glas dan Drinken wij eens Broederschap het is het Fortuin des oorlogs. gister trof UE dit Lot van genomen te worden, wie weet morgen is het mogelijk onse Beurt, nu willen wij maar vrolijk leven en goede sier maken zoo lang dit geschieden kan. Komt UE in ons landt dan is 't onaangenaamste UE Parool.

Eens over den Oorlog sprekende met Engeland en daar bij latende volgen ook Holland nog zoo hoog van zig dagte, dat zij zich niet ontzien hadden, ook aan de Franse Republijk den oorlog te verklaren, daar zij toch niets tegen hun konden uitvoeren. Blijken hiervan dat zij hunne Schepen maar zagen wegnemen zooals ik bij hun ten bewijze verstrekte en hunne kragt en onse Swakheid, bewesen wierd.

ik schoon gevangen man - tog in mijn eer te veel gekrenkt - verantwoorde mijn en mijn naar mijn vermogen in hun taal uitdrukkende Zeide: Steldt u Eer niet in het nemen van een Weerloze Koopvaarder - maar in het veroveren van een Oorlogs Fregat van gelijke groote als het uwe van mijn Natie - want was dit het geval geweest met mijn, dat ik een Schip van 24 Stukken en een behoorlijke Equipagie gevoert had, dan had ik liever mijn Kop verloren dan voor u te strijken.

Hierop zeide de Kaptein niet te Permiteeren dat nog den een nog den ander iets zou aanvoeren om mij nog mijn natie te Blameeren.

ik was ge-kleed wolle Baaitie duffelbroek, dat ik bij 't nemen als Zeeman had aangehad, hebbende een paar Jassies meest Nieuw mee van boord genomen die mij weggenomen waren. na eenige dagen heeft zeker eenijder [p. 7] der Equipagie, die volgens zeggen uit 300 man be-stond mij leeren kennen, onder de Equipagie was ook een klein ge-deelte Militairen, ik meen 50 man uit de Elsas. een dezelve sprak mij aan in 't Hoogduitsch en zeide zijt gij niet de Schipper van het Hollandse Schip voor een dag a 3 door ons genomen. heeft UE al wat UE behoorde bewaart van kledingstukken. ik antwoorde zij heb-ben mijn meest alles weggenomen. hij vroeg mij, wie heeft dat gedaan en ik Antwoorde, dat weet ik niet, maar veel van mijn kleding heb ik hier aan boord verloren. Hij zeide ik zal dit de Kaptn zeggen die moet UE dit weer ter hand stellen, en hij ging direkt na de Kaptn die verontwaardigt en gemelijk in de Kaijuit liep, en mijn daadlijk door een Jonge liet roepen. ik bij de Kaptn beneden komende had een Nieuwe Bruine Lakense jas die ik mee van mijn Schip ge-nomen had reeds voor hem op de tafel leggen en zeijde, is dit de Uwe, neemd hem dan mee en Zorgt dat dezelve u niet weer wordt weggenomen.

Een van de Engelsche Kapts die twee dagen na mijn ge-nomen was, met een gekaperd Fregattie en gemonteerd met 12 stukken kanon en 28 man Equipagie komende van Liverpool en gedistineerd na Jamaica, had een Passagier een Jongeling die om de Commercie gesonden wierd, zijnde wel van Aanzienlijke Familie of Handelshuis en Zeer Ernstig de Zorg van Kapt Marchel was aanbevolen, en na also op zijn Schip hier in gemaintineerd was. dan nu met zijn matrosen gelijk gesteld wierd en wat moeite ook aan gewend door Marchel om de zelve bij zig ter tafel te krijgen. nu nog presenteerde hij de France Kaptein. daar wij ter Tafel waren een Recommendatie Brief van dien jongen Heer, Adres aan een der voor-naamste Handelhuisen in Jamaica en in het Frans geschreven, de Capt de zelve openende las in de zelve het Eerste Garde Dieu hier op was het dat een tweede Luinenant in viel, wij hebben geen God meer in Frankrijk en alzoo wat spottende den brief [p. 8] doorgelesen vorderde voornoemde door dit middel ook niets.

29 meij kwamen wij bij zes France oorlogsSchepen, hielden het bij Elkander zoo veel mogelijk was.

30 meij kwamen wij met ons Zeven Schepen bij het Gros van de France vloot met mist de Wind ZW over stuurboord bij de wind WNW leggende liepen wij tege de Agterste Schepen van de France vloot, die in een lijnie meest NNW alleen voor hunne Marseils lagen drijven, zoodra zij hunne vloot herkenden was 't geroep Vyve Le Republiek. nu en dan zomwijl daags wel 3 a 4 maal, zongen zij de Marseilliaanse mars, onderscheidene malen zag ik maar een kleijne jonge bij de Kaptn kwam zeggen, zoo maar plat weg (citoyen), die naam was algemeen, laat ons eens zingen (en aanheffende) Les Enfants de La Patrie, en dan zong de Captein en een ijder mee.

Schoon ik bij tijden wel eens aan den Kaptein bemerkte dat de Egaliteé te sterk gedreven wierd, zijnde de Comande verbaasd slap, het ontzag bijna geheel weg. de Kaptn drukte zig nog eens tegen mij uit over zijn Equipage (Zation Equipagie d'diable).

den 31 meij nog mistig. na den middag klaarde de mist op. Zagen de Engelse vloot meest in het ZW de wind Wlijk, zeilbare koelte. zoodra dezelve de France vloot ontdekten maakten zij na in Lijnie gerangeerd te zijn Jagt met de Bramz. op de kruin [?] en liepen boven de wind van de France vloot en regt boven de windt zijnde, minderden zij weer zeil. De France vloot lag in Lijnie gerangeerd 26 stuks in getal onder dit getal 3 Driedekkers en 23 Lijnieschepen waarvan de kleinste 74 [p. 9] stukken voerde en buiten deze genoemde nog 7 sware fregatten die onder de Lijnie lagen zijnde alles aan boord van ons Fregat en de Gansche vloot alles tot gevegt gereed.

Savonds bij ons Soupe of Avontmaal scheen onse kaptein zeer opgeruimd en gemoedigd, en kwam mijn te vragen wat mijn wel dagte van de Engelse vloot. ik trok mijn Schouders op, daar ik mijn hart als gevangen man niet dorste uit te spreken. ik zeide ik een gelijk getal engelse meende geteld te hebben als de France Vloot, maar dat na mijn inzien en beschouwing de Engelse schepen ligter van Caliber waren dan de France , dit antwoord voldeed hun heel wel. Daarop zeide de Kaptn morgen zullen wij met hun vegten, en dan nemen wij 6 of 7 Stuks van hun schepen mee en dan gaan wij na Brest.

Zondag den 1 Junij 1794 Smorgens heel vroeg kwam ik op het Dek, Wind West met een heel frisse koelte, de Rust of slaap had niet Erg geweest, en ofschoon mijn Bed of Leeger niet had meede gewerkt, zoo waren ook mijn gedagten omtrent hetgeene stond te gebeuren niet zonder nadenkinge, schoon een stille Hoop bij mij overbleef dat ik mijn Vrijheid zou kunnen bekomen als wij mogten genomen worden, ook kwam hierbij 't Denkbeeld - ik kan nu tog ook niets meer als 't Leven en dat vertrouw ik tog dat zulks in een goede hand is.

de france Vloot sterk 26 sware Schepen lagen in een Lijnie om de Noord, alle voor getopte Marzeils en voorstengstagzeil de onderzeijlen digt gegijd, Bramz. kluifers en Boezaans, vast alle een gelijke Afstand van Elkander Cirka 4 Scheepslengten precies of 't afgemeten was. [p. 10]
bij mijn boven of op het Dek komen agter op 't halve Dek kwam een tweede Luitenant zeker de wagt hebbende daar de meeste Equipage in Rust althans beneden was Zeer Couragieus mijn vragen, Rust gij niet Citoien, ik antwoorde niet meer hij zeide ik denk dat u Ede vrees voor 't Combat is u E de de Rust belet of afgebroken heeft. Enigszins hem in zijn zeggen - gelijk gevende -vervolgde hij - wij vreezen nooit en hierop zijn Zabel uithalende sloeg hij daarmede in het Boord en zeijde, wij zullen vandaag vegten als L'Diable - ik Antwoorde zij dit moesten, daar de Engelse niet zouden mankeeren.

ik zag dan met sonsopgang of iets voor het zelve de Engelse vloot mede voor de Marzeils leggen Regt in de wind van ons stijve koelte en vrij wat Zee en Dijning, zijnde de Vloten na gissing 3 grote Duitse mijlen van Elkander.

dan zoo dra 't dagligt de vloten Elkander behoorlijk deed zien, draaijden de Engelse Schepen voor de wind op ons toe, met Bramzn Lijzeils als wolkens in de Lugt, daar de France vloot alle hunne vlaggen geheesen, gerangeert in Lijnie hunne Partij wagten.

de Engelse hard naderende draaijden den voorsten bij op een mijl afstand van de france vervolgens alle op die Distantie hun Lijnie geformeerd kwam nog een Driedekker 't Laast zijn Post vatte en hees een kleijne Engelse vlag. op eenmaal hesen alle Engelse schepen hunne vlaggen en hielden op de France Lijnie af alleen voor getopte marseils en voorsteng Stagzeil, en digt gegijde onderzeijlen overigens alles vast.

ik nog boven zijnde ook de twee Engelsche Kapt wierden [p. 11] gecom-mandeert door den Kaptn des arm, bij ons den Provoost genaamd, om met hem omlaag te moeten gaan. ik verzogt mij te vergunnen om op het dek te mogen blijven. mijn verzoek proponeerde hij den Kaptein, dan die zeide dit tegen hunne krijgsorders waren, en nu, na beneden gaande, ontmoete mijn of ik de Luitt die 'smorgens in de boord sloeg en zijn Dapperheid bewees en voor enige Tijd te voren gemeldt bij 't lesen in een brief (Garde Dieu wij hebben geen God in Frankrijk meer) die zelve man zegt nu in 't voorbijgaan (O.Mondieu mondieu) en ik antwoorde hem nu is 't voor UE tijd van vegten. onse provoost leijde ons tusschendeks omtrendt middscheeps nevens het groote Luik dat gesloten was al vroeg in den morgen was mijn 3 man en de Equi-pagine van de beide Engelse in 't ruim gejaagd en gesloten.

de Provoost bragt ons hierop voor in 't Ruim agter de Vokkemast bij den Docter en meester die hunne medicijn en zalfkisten en instrumenten Linnen windsels en plukzel alles in gereedheid hadden, hier in dese Situatie enige tijd vertoevende hoorden wij Cirka 10 uur het begin der Kanonade, die met enen zoo aller hevigste was dat 't de gedagte die men daar van ook vormen mag overtreft, daar-op beide vloten Calcula 4000 vuurmonden geplaatst, zekerlijk de helft daar van op Elkander speelden en dat Zoo spoedig mogelijk den een den ander te vernielen. de omstandigheid voor een gevoelig hart aller aandoenlijks het gedruis [?] ontzettend en verschrikkelijk en de gevolgen verwoestend, de lugt Swart van Rook, zoo dat ik bij tijden door 't luik na boven ziende, niets van 't boventuig kon zien.

Wij hadden boven ons Luik een gewapende wagt om voor onse uitgang te sorgen.

[p. 12]

Op ons Fregat was alles stil en lagen Kort onder de Lij dus Stuurboord op order tot Assistentie om de Seijnen van den Admiraal te Raporteren. Sonder van ons Schip een Schot gedaan te hebben.

het Frans Admiraalschip Le Montagne voerde 124 Stukken Kanon de Equipagie bestond tusschen de 1400 en 1500 menschen.een kleijn half uur na 't begin der Kanonade kregen wij 2 kogels van 't Engels Admiraal Schip, die denkelijk het France Admiraal- Schip missende ons troffen, een een grond Schot een voet a 4 onder water bijna op de zelve plaats vaar ik wel bijzonder was zittende en smoorde in 't Touwerk en bleef in 't Ruim. de kogel naderhand gewogen had 42 Pondt Frans gewigt, en het Water liep zoo hard in dat wij tegen het pompen aan in een half Uur 5 voet water in 't Schip hadden; daar wij reeds zeijn van Sinken gedaan hadden verwijderden wij ons van de vloot en de Timmerlui gelukte het gat van binnen te stoppen, also het Schip weer digt. tegelijkertijd met de eerste Kogel een tweede van dezelve groote door de breegang tegen een 12 ponds Kanon stuk, de knop er af de Kogel gebarsten weer door de breegang over Boord en twee brokken der kogels maakten 2 gebleszeerden, een Stuk trof een Sergeant aan de Bil en 't ander stuk een Jongetie ook aan de bil. beide ligte quetzuren, die in ons presentie direct verband geleid wierd. de Militair kwam geen trek in zijn wesen bij 't verband, De twede zeer gevoelig men trooste hem dan eens medelijdend en dan eens dwingende en dit gedaan zijnde liepen zij weleens boven. beneden komende vroeg ik dikwerf hoe gaat het willen zij noch niet Eindigen, [p. 13] meestal het Antwoord het gaat woedend moordadig, in den namiddag zeide een aan mijn, daar zijn Reeds al 4 a 5 Schepen die hun tuig verloren hebben zij vleijden zich dit Engelse Schepen waren. dan niet lang hierna berigten mij de Francen dit van hun Eigene Schepen waren. Twee man bij ons beneden komende voor een ogenblik wensten de Engelse hun genomen hadden of nog namen, daar toch voor dat gebeurde voor hun geen Rust [?] was. Want nu binnen komende worden wij tog direkt weer naa Zee ge-jaagd, tot zoolang dat wij van de Engelsen genomen zijn.

Snademiddags cirka 5 uur nam het gevegt een Einde en de France vloot Retireerden van het slagveld, op de beste voor haar mogelijke manier, nog daar wij beneden waren en ik een en Andermaal Ernstig verzogte om eens boven te mogen zien, dat mijn telkens geweigerd wierd, kon ik hun af-wijking van de Engelse vloot niet Zien, doordien de End mijn wens was te hebben gezien, 't welk in mijn volgend Leven tot leering zou verstrekt kunnen hebben. omtrent 6 uur wierd mijn door de Captn des Arm gepermiteerd om op 't Dek te komen. een en ander-maal hadden zij ons brood en wijn aangeboden die wij vriendelijk weigerden, daar de omstandigheden ons geen eetlust maar een Huiverige vrees veroorzaakten. mijn beide Colega's de Engelse Kapts waren Ernstig aangedaan. ik op verlof op 't Dek komende mits onder verbot niet op het halve Dek of Compangie, konde nu door de Schutpoorten Zien, telde nu de geheele France vloot 19 Schepen van Lijnie, onder dit getal waren 3 Lijnie Schepen die alle hunne masten verloren hadden en nog 2 Drie Dekkers beide hunne grote en bezaans masten en een der laatste ook nog zijn voorSteng, welke genoemde alle door andere Schepen of Fregatten gesleept wierden hebbende wij ook Een met ons Fregat de Gentille met een Kabel of Swaar touw agter aan [p. 14] makende Jagt Zoo veel mogelijk met bramzeils en Lijzeils om Brest op te zoeken daar zij hunne koers na rigten.

ik konde de Engelsche vloot nog hoog en klaar voor Kleinzeil zien leggen drijven, leggende nog om de N, en kwamen onse vloot niet vervolgen. Zeer waarschijnlijk met hunne ver-overing voldaan, die zij zonder verlies ook niet zullen bekomen hebben.

Een Frans Lijnie Schip was in de Bataille vegtende met de Equipagie gesonken en Ses zegge 6 Lijnie waren door de Engelse vloot verovert, dan later berigten 5 Lijnie Schepen in Engeland waren ingebragt, en 1 Lijnie Schip 's daags na het gevegt gezonken was, door de bekomene grond Schoten. Wij hielden mooij weer en Redelijk goede wind en spoeden zoo veel doenlijk was onse Reis.

Den 8 Junij Zagen wij 's middags een vloot van 18 zeijlen in 't Oost van ons opkomen Wind Wlijk welke koers wij ook hielden. een Fregat op kondschap uitgezonden maakte op een Distantie nog van haar zijnde Signaal waarna door de Franse vloot op die Schepen jagt gemaakt wierd, zij om de Noord leggende, leijden het Daarop om de Zuid, en maakten met hunne Schepen een halve Cirkel Rond onse vloot en maakten zoo veel Zeil buiten de France hun bereijk te blijven, tot 's namid. toen zij in het ZW van ons waren, en hielden toen hun Koers, en schoon onse vloot met de mastelose Schepen hun vervolgende alle hunne vlaggen gehesen hadden, toonde geen een der zelver zijn vlag nog Signaal, zijnde alle Fregatten en duidelijk herkend voor Engelse. de Engelse nu in ZZW zijnde, liepen wij met ons Fregat 't Schip dat wij gesleept hadden aan een ander overgedragen zijnde, met no 4 Fregatten en het Admiraalschip de France vloot vooruit als jagt op de Engelse makende, die toen voor de Marzeils en de onderzeijlen digt gegijd, ons Koelmoedig schenen in te wagten en wel toonden Lust te hebben met ons Smaldeel eens te willen Passen daar de overige [p. 15] France vloot 10 a 12 Lijnie Schepen benevens de mastelose ten N.oosten van ons een heele Distantie van ons verwijdert waren. alzo de Franze niet Raadzaam vindende hun aan te Tasten wenden wij alle weer na onse vloot en vervolgden onse Retraire.

den 11 Junij kwamen wij buiten Brest in de Brezon [?] met de geheele France vloot aan Anker en Leggende Wierden de geblesseerden en zieken van de Sware Schepen op de Fregatten afgeladen, ons Fregat dito, zoo veel als zij maar konden Plaatsen. dese ongelukkigen moest 't medelijden gaande maken, die nog enig menselijk gevoel bezat. Enige hadden hand of handen andere voet of voeten verloren, onderscheidene hunne gezigten verbrand door het kruid, mede een Aantal zieken dese alle leverden een Aaklijk toneel op, hierbij van sommige een jammeren dat het Hart moest breken, boven desen hadden Duizende het Leven met de Eeuwigheid verwisselt in de Bataille, daar ik kort na de geleverde slag verstaan had van een Luitenant die onse Kaptein kwam te Zeggen dat op 't Admiraalschip alleen over de 400 doden waren,hij kwam ons nieuwe Seijnen brenge.

wij met onse zieken kwamen 's nachts voor de stad Brest en ik kroop 's nagts in 't agterstagzeil op dek om wat te rusten dewijl men be-neden niet konde duren van 't gejammer en ook alles bezet was. eer ik ter Ruste ging lag nog aan boord van 't Dek een jong mens ziek en geheel uitgeteerd, na mijn gedagte nog geen 20 Jaren oud, bad mij Ernstig om beneden te wesen, daar niemand hem hulp wilden bieden. ik rigte hem op, nam zijn handen over mijn Schou-ders en torste hem op mijn Rug Langs de Kajuits Trap na beneden. de Kaptn op de Trap mij tegenkomende zeide waar wilt gij met die Perzoon heen, ik Antwoorde (a Votre Chambre) hij mijn herkennende zijde Bon Bon gij zijt een Beste Burger,

den 12 Junij wierden alle de Zieken en geblesseerden aan de wal gebragt met Boten of Sloepen en na [p. 16] dezelve alle de Krijgsgevangen, zijnde grotendeels alle van KoopvaardijSchepen. aan de wal komende in de stad Brest, wierden wij in een gewapende Ring militairen ontfangen. hier vond ik Captn van Hamel met zijn Equipagie en schippr Jarig Attes met zijn twee Zoons en verder Scheepsvolk, hebbende elk zijn goed bij zig dat hij Rijk was. het goed van dese bejaarde Jarig Ates met zijn twee zoons, zijn oudste zijn stuurman van mijn jaren, in het geen hij in een zakdoek had ingebonden voor hun drien , een Aaklijk vooruitzigt thans in dit Tijdstip en dat wel van Vrijheid gelijkheid en Broederschap. het Spande ook alles zamen om te moeten Denken den dood gaan wij nu tegemoet, daar men ons niet alleen scholden vloekte, maar ons ook Dreijgde om te brengen, bijzonder Enige Vrouwen, die verwoed als Tijgers, met Blote hoofden, en hun Losse haren, met eenen woede, die alle bedenking overtrof met geweld tussen de gewapende Militairen tot ons Zogten door te dringen, zoo dat de gewapende magt de handen vol hadden. dese wraakzugtige in hun woede te beletten welligt de oorzaak was wegens 't verliesen hunner Betrekkingen in de gebeurde ZeeSlag, om zig hier over aan ons te Wreken daar men zeker nu Seide dit is van die Natie die het ons gedaan hebben of nog doen.

Van hier moest elk zijn goed dragen Zijnde wij nu omtrent 300 man na een binnepleijn van Een Gouvernementshuis, houdende na bij den ingang of Poort, door de militairen de wagt zijnde hierdoor nu beter beveijligt voor 't woeden van het Grauw.

hier kwamen Wagens daar de gevangene hun goed opgepakt wierd en toen met een Sterk geleijde militairen hun geweer alle met scherp geladen weer op mars dit Escorte diende principaal niemand deserteerde, meer dan [p. 17] om ons te beveiligen. kwamen in de namiddag in Pontaneesen. nu en dan in 't marceeren waren wij met vloeken en scheldwoorden begroet.

hier Zijnde wierde wij een voor een naukeurig bezogt door daartoe gestelde onder Assistentie van Militairen met laden geweer en anderen Rondom met de Zabel in de vuist. de kleren wierden ons los gemaakt de broeken ons neergehaald en tot op het blote Lijf bezogt en ofschoon dit ondraaglijk was zoo dwong ontaard geweld al wat bij ons onder de kleeren in de zakken of elders gevonden werd wierd ons alles afgenomen messen scharen geld knopen gespen of geld en alles wat Zilver en goud was wierd alles weggenomen als zij 't vonden

ik was nog als van boord gaande in dezelve kleeding broek en Baaitie gelijk een matroos, bij mijn visitatie zeijde mij een dat is maar een slegte matroos niets bezittende, jaagt die maar na binnen, wel mogelijk die mijn volgde na hun gedagten beter aan hun Roofzugt zoude voldoen. zij hadden een mand bij hun staan daar zij alles in Raapten, en Reeds een aanzienlijke Hoop van 't geroofde vergaard was, ik op hun vrindelijk Gegevene berigt - Stale Boegre - wagte geen Explicatie maar maakte al hoe Aaklijk mijn aangewesen Locaal mij ook mogte toeschijnen, dat ik betrekken moest maar zoo spoedig mijn mogelijk was, om onder de handen van deze Roverbende weg te komen bewarende nog mijn Horlogie en wat Goudgeld. daar de Vrind Sybren Beekes, een Schipper van ter Horne die nog een paar Hondert Gulden Spaans Goud in Voorzorg had meegenomen om in geval hij genomen wierd zig nog wat mee te kunnen Redden alles uit zijn Zakken gehaald en weggenomen wierd benevens zijn Horlogie en Schoengespen houdende [p. 18] niets over dan enige Spaanse daald die hij in zijn laarsen dien hij aan had, toen hij de Visitatie aan andere zag doen, had laten in zakken, dit was ook 't enigste dat hij bewaarde. hier vonden wij Reeds omtrent 800 man, onse Bagagie of pluniën moesten buiten blijven Leggen.

13 Junij kregen wij order, dat die den vorigen dag waren ingekomen, hun goed konden inhalen mits kwamen twee a Drie telkens uit, buiten zijnde zogte ik mijn zakie, uit den Hoop gezogt hebbende moeste die voor mijn Rovers uitstorten op de Grond en daar zogten zij hun gading uit, wierpen zij mij toe hetgeen hun niet Aanstond te houden, mijn Dassen Doeken kousen en Schoenen nog een kleijn Trommeltie met een weinig thee & mijn Scheepspapieren Rekenboeken namen zij alles weg. tegelijkertijd visiteerde een Engelse Kaptn zijn Koffer, die man een sterk jong mens, en van woede, over mits zij hem ook bijna alles wegnamen pakte een Fransman in de Borst om hunne ontaardheid, waarop mijn Visiteurs hunne makkers tegen hem hielpen met 't geweer en zabel hem op den Borst te zetten. ik pakte mijn Resteerende vlug in mijn zak en nam 't onder de arm, en ging na binnen, bestaande mijn geheele Rijkdom in een Lakense Jas, een vesie en een korte Broek, ik meen 4 a 5 hemden alle met wijde mouwen, een paar oude schoenen 2 paar oude Kousen en een bont Tafelkleedtie, zijnde dit thans mijn geheele Rijkdom ook nog een Sargie Rokie een Lege Doppezak een wolle Deken en een hoofdkussen, buiten dat had ik niets. ik gaf Direkt aan Jarig Ates twee van mijn Hemden, daar hij met zijn twee zoons maar een Hemd hadden buiten dat aan hun Lijf was.

Deze Preson was een houte gebouw of Loots na gissing 500 voeten in Lengte en Wijd 30 voet zonder zoldering op zijde dog heel hoog hier en daar een [p. 19] venster. dit gebouw waren in de midden op staande Ribben of stokken 't heele Locaal langs om hangmatten op te hangen, dan een Enkele was hier- van voorzien. op de Binnezijde van onse Preson was een Pleijn of Ruimte van gelijke grote als onse Prezon, dat aan de overzijde van ons Prezon door een dito huis als 't onse bepaald, aan de Beide Enden was dit met een heel hoge schudding bepaald, in 't midden der Lengte was een kleijne deur daar wij vrijheid hadden op dit pleijn te kunnen gaan.

dagelijks wierden wij geteld, jagende alle Presonniers uit de Preson op het Pleijn en dan een Commisss zoo als zij die noemden met Militaire in de Deur en ijder 7de man ont-fing een Noem na welke het Ransoen wierd uitgedeelt bestaande thans in ½ Pd brood de man 3 malen des daags de man ¼ vles wijn, smid wat vlees zoep of visch en 'Savons wat erte of Bone of Rijst zoep, dat wij in kleijne Bakkies of houte Topies voor ijder 7 man in of uit de keuken of kokerij kwamen af te halen. mijn eerste maaltijd in dit Logement niet van een Lepel of mes voorzien zijnde, Leende van ijmand een mes, Sneed een Stuk uit de houte Vloer, daar ik mijn een gebrekkige Lepel van praktizeerde om mijn maaltijd mede te doen dan dit gebrek wierd geholpen door een Vriend die mijn een tinne Lepel bezorgde.

Als 't aantal der Presonniers hier te Sterk of te groot wierd, daar meest dagelijks weer nieuwe wierden ingebragt dan Transporteerden zij weer een 400 man landwaart in.

Een maal 's daags wierden wij geteld, precies als schapen door de Deur-. hadden geen Vrijheid om iets te kopen, dat al in de Preson kwam was duur, een pondt Boter koste 5 Frans en nog bijna niet te krijgen. Snagst sliepen in Hangmatten die dezelve had. Andere gelijk ik mede op de vloer zoo digt in elkander als Haring in de Ton, zoo dat zelf geen [p. 20] Passagie overbleef en hoge en lage Perzonen den Kaptn van het Hollands oorlogschip en een Jonge hadden eene Be-handeling hun Leus Egalitéé.

Eens alle op het buiten of Pleijn gejaagd zijnde, wij dagten van tellen namen zij alle Dekens weg die zij konden vinden zelv van de Zieken namen zij die af. 3 of 4 dagen voor mijn vertrek van hier wierd de Wijn die ons verstrekt was ingehouden, konden toen water drinken, dat menigmaal bijna niet te krijgen was, 't water wierd in Oxhoofden op 't Plein door de Hoge Schut-ting door een Deur ingerolt - de deur direct gesloten, dan daar een Partij om heen om wat te krijgen, Zonder order deed elk zijn best den een somtijds over den ander heen om wat in zijn Eetbalie te krijgen, ja men vogt dikwils om wat te krijgen, veele moesten zelv dorst Lijden & Rakende meestijd de helft weg, daar wij anders dit in order omgedeelt wordende voor den dorst, hadden voorzien geweest.

als 't Regende waren wij daadlijk buiten als wij vangen kon-den van goten of daar 't van 't Dak afliep met een Kommettie of ons Eten Tobie of wat wij maar hadden om te Drinken, of om te Wassen wat door velen in hun water of Pis geschiede door gebrek aan Water.

Dewijl wij 's nagts omtrent op Elkander leggende zonder enige ver-schoning van Linnen, altijd de kleren aan het Lijf houdende om het Stelen, 't ongedierte ik bedoel (Luisen) aanmerkelijk vernomen wierden Also had hier al spoedig Zonder dat men Schaamte hier voor konde hebben dagelijks een algemeene Jagt Partij plaats, dit alles was nog maar een begin, de gevolgen wierden noch Drukkender.

het grootste getal der Aanwesenden bestond in Engelse natie Zijnde meest Jonge mensen Lustig en moedig in dit ongelukkig Lot.

Dagelijks hadde dezelve hun onderscheidene Diversementen, [p. 21] de ene partij Balslaan kaartspelen een ander troep hadden vertel-lingen Romans, op een andere Plaats had men Vendie dan tussen beijden hadden van de Engelse Ernstige vechtpartijen plaats, met het Bovenlijf Bloot, dat hun zomtijds het Bloed langs de Leden liep zooals zij dit noemen Bokse.

de Engelse wel te verstaan 't Grauw daarvan, Want geen Kaptein of bevelhebber van geen natie had hier eenig ontzag, veel minder voorregt, hadden een uitge-kozen, als Regter, wel denkelijk eenen die bij hun erkent wierd, voor een van de Repaillezoort [?] die zij de Admiraal noemden. deze gekosen zijnde wierd door een man a 4 op hunne Schouders de Preson Rondgedragen en alle moesten dezelve met het ligten der Hoed Respecteeren. bij desen wierd een gekosen als Strafuitvoerder die zij de Bootsman noemden, door desen wierd ijder zijn Regt gehandhaafd zooals zij dat geliefden te noemen. Dieverij wierd als zij zulks bewesen, gevonnist en gestraft met een Kat op de blote Rug, zijnde een kleijne Zweep met dunne touwties met knoopies in ijder touwtie aan hunne Enden. ik heb hun Straffen wel gezien dat de beschuldigde 't bloed langs de Rug liep, ik zoude zeggen gevoeliger dan geselen.

den 22 Junij op een Zondag vertrokken wij 's voormiddags uit Pontanesen met 400 man hebbende ik tot mijn Reisgenoot Zybrand Bekes van terhorne hebbende aan ijder man voor ons vertrek een Ranzoen brood uitgedeelt, wordende door een Aanzienlijk Escorte militairen gewapend, geleid, die alle buiten de Poort zijnde op Comando hun geweren met Scherp laden. vervolgens, onder 't Drijgement, dat die buiten hunne Lijnie kwam zou dood geschoten worden. met ons op mars gingen.om 1 uur 's mid kwamen wij in een Dorpie, daar wij wat Rusten op de weg, en ons wierd Water gebragt in Tobies van enige Vrouwen die daar woonden, zoo dat wij nu Zad konden drinken, en die nu een Stukie brood had of kogt kon daar zijn middagmaal bij nemen. Vandaar weer op Mars, met enige Wagens met Bagagie en Zieken die met ons getransporteerd wierden Kwamen Wij 's avonds in [p. 22 "Junij 1794"] Landernau met onse Treijn, vonden ons Logement gereed zijnde een Paardestal daar een weijnig Stroo in geleijd was kregen eerst wat vleeschzoep met vers vlees en 2 man een brood van 3 pondt, en na 't zelve was onze Rust-plaats digt aan Elkander in 't Stroo of op de Steenen.

den 23 Junij die geld had kogt een Kom Koffi of wat melk of wat Brandewijn dan 't grootste gedeelte, niet van Kontant voorzien, moesten ook zonder iets te nuttigen op mars. 'S middags hielden wij op den weg eens stil, met ons Escorte en namen ons middag maal met een Stuk brood van den vorigen Avond overgehouden en een Dronkie water en toen weer op mars, nu en dan moest een en ander op de wagens die niet meer Lopen of gaan konden 'S avons kwamen wij in een stadtie Chatelain daar wij met ons goed in de Kerk kwamen, een Roomse Kerk nu geremoveerd was. hier kwamen Enige vrouwen in, die in dese plaats woonden met Koffi met Melk en ook Karsen op wat te verkopen en Kogten van den een en Ander Kledingstukken. Lakens en Dekens waren zij zeer begerig na voor hunne Assignaten en al hoe hoog nodig een ijder had te behouden het weijnige dat hij nog had, zoo moest tog om wat geld te krijgen om wat te kunnen koopen, springen om wat te kunnen Kopen moedigende de francen alle Sterk aan om te verkopen met ons te willen verzekeren dat in Quimper daar wij na toe getransporteerd wierden ons tog alles zou worden afgenomen. 'S Avonds kregen wij weer een Soep en een Stukkie vlees, dat uitmuntend wel was, en de man 1½ pd brood, en alhoewel dit ons verkwikte bleef ons de toekomst hoogst Donker. en op ons verzoek wierd ons wat Stroo bezorgt, dan de Engelse die de meerderheid hebbende, ook meester spelende pakten dit alles weg zoo dat wij op de blauwe Stenen onse Rust moesten nemen.

den 24 Junij kwamen een of twee Francen in de Kerk [p. 23] met Brandewijn om te verkoopen aan die geld hadde den enen nam de Predikstoel die vrij Laag geplaatst was tot zijn Tapkast en bediende van daar zijn klanten die wat van hem kogt. daar het Altaar scheen geweest te hebben, was op eene kleijne Afstand van het zelve een Armbus op Een Sware voetstuk alles van Sware qualiteit gegote metaal, hier op deed een Engelse matroos zijn behoefte met te zeggen, Ik mag niet na buiten en ik wil het zelv niet bewaren, bewaart het nu hier in voor U. vervolgens na ons ontbijt van ons Brood van vorige dag en nadat onse Bagagie zieken en zwakken op Wagens ge-laden waren, gingen wij onder ons gewone Escorte weer op mars. wij wierden niet zeer mededogent behandelt daar zij menigmaal nog ziekelijke of swakke die bijna niet konden loopen, met Schelden Stoten en slaan voortdreven als of zij Beesten voor zig hadden. Kwamen 's avonds in Froe kregen ons Logement in een Geremoveerde Kerk als de gepasseerde nagt, ons Tractemend en Bed ook als voren. Eenige Kaps en officieren van de Engelse kregen op hun verzoek vrijheid of Permissie om uit te mogen gaan.

den 25 Junij vertrokken wij weer van Foe met de zelvde bijzonder-heden als den Vorigen morgen kwamen des namiddags in Quimper Corentijn gemeenlijk bij de Francen alleen quimper genoemd, welke plaats en naam bij desselvs herinnering onvergetelijk blijft, wegens alle die onaangenaamheden mij aldaar ontmoet en zoo veele mijner Land en Lotgenoten den dood gevonden hebben, herinnering van 't zeggen van mijnen Braven en wellevenden Reisgenoot Zijbrand Beekes, die met mijn voor de Poort van het gevangenhuis staande daar wij Reeds vele ge-vangene in, uit de Vensters zagen leggen zijn zeggen tot mijn 'daar is onse Kerker' aandoenlijk was ook zijn Situatie, hebbende Zijn Vrouw met ik meen een Aantal van 7 Kinderen meest klein, van Schip kleding en geld en alles beroofd, hebbende niets overbe [p. 24] houden buiten dat hij aan had, dan alleen een Kistie met Boeken, bestaande meest in Godsdienstige, enige natuurkundige van Martinet, ook eenige Rekenkundige en Reisbeschrijving, die Schoon alle fraaij en nuttig- hier in het geheel geene waarde hadden. hierbij hadde dese man voor een Zeeman een Zedelijk en Zeer godsdienstig ge-voel, en Schoon hij een Sterk man Scheen te Zijn, was hij egter dit niet, daarbij gevoelig, zoo dat Zijn moed en kragten in dese omstandigheden Van tijd tot tijd Verminderden. ik was bij herinnering van alles ernstig Aangedaan, ik dagt echter niets beter bij mogelijkheid mij in mijn Lot aan Gods wil te onderwerpen en vervolgens met moed en kragt alles tegen te Gaan en dat God magtig was te doen, dat wij niet Konden doorzien. Wierden vervolgens na binnen geteld en bevonden hier al reeds 1800 man.

Sybrand Bekes en ik kwamen met onze beijde Stuurluij bij 3 Engelse op een kamertie waar in de twede en derde verdieping afgedeeld waren Zijnde voor de Revolutie een Nonnenklooster gediend en desen kamers waarschijnlijk ijder van een der zelven gedient hadden, en nu van 7 man ijder derzelver betrokken wierd kregen hier nu nog de man 1½ pd brood en hier bij wat wat vlees zoep of Rijstzoep zijnde meest Wa-ter met eenige koolsbladen daar in, in ons Tobie voor ijder Bak van 7 man zoo als zij dit noemden ook wel een Bakkeljouw die bijna bedorven was.

hier een paar dagen geweest wierd ik onpasselijk wel denkelijk door de ongewone Slegte Levenswijs op 't Hout slapende en meer onnoemelijke onaangenaamheden. hiermede mistroogtig over mijn ver-lies en het Donker uitzigt voor de toekomst en dit wierd Ernstiger zoo dat mijn stuurman met nog een ander man mij [p. 25] den 30 Junij op een stoel na 't Militaire Hospitaal bragten en dit gebeurde wel bij-zonder op een Ernstig verzoek van een Workummer Schippr Teeke Hania, een man van mijn Vaders Jaren die mijn van Kind op gekend had en nog vrij wat invloed scheen te hebben bij onse Presons Commissaris, en bij mijn aankomst bijzonder over mijn Lot zig aange-daan toonde. deze was voor Konkernoi, een kleijn haventie niet verre ten Westen van Quimper genomen en opgebragt, wierd de-zelve op quimper getransporteerd. Enige tijd voor ons daar in Quimper troepen of Garnizoen lag dog bij zijn Aankomst noch geen een presonier aanwesig was de Commandant of Generaal plaatste hun in het Militaire Hospitaal welk tog bij alle ingangen schild-wachten had en alzo dese 7 of 8 man meteen konden bewaren.

intusschen den Generaal om dese gevangene eens te zien en wel bij-zonder den Kaptein, maakte een bezoek, en herkende den zelven vroeg hem hoe hij het had, hij namelijk Hania weijnig zig kunnende uit-drukken in 't Frans, maar naar zijn jaren bijzonder vrolijk van Aard, en na zijn Rang altijd Netties en proper gekleed. ook heel wel leefde als hij Land had niet tegenstaande hij ook Extra knap zeeman was Antwoorde, ik heb het hier anders wel maar ik moet eens uitgaan in de stad, Promenéé of ik ben dood, mort. de Generaal ver-liet hem met een Lag, en 's volgenden daags hem weer bezoekende deed Hania zijn vorig verzoek waarop de Generaal hem vroeg of zijn Persoon niet bij Hania bekent was, hij zeide neen. [p. 26] hierop zeide de Generaal is UE niet onderscheidene malen voor 3 of 4 en 5 Jaren in Marseille geweest. hij zeide of hij zig niet konde herinneren dat hij in Marseille wel gewoon was zich te laten scheren en zijn haar te laten opmaken bij een Pruikemaker hij zeide Ja. daarop zeide de Generaal die man was ik, en dewijl gij mijn toenmaals een Rijkelijke beloning wel eens gaf met te zeggen daar dan kunt gij daarvoor een Stukkie brood kopen voor u kinders daar ik t in die Tijd hoognoodig hadde, daar hebt gij nu een vrijheids Briefie of Permis om op Ue Parool in de Stad te kunnen gaan alleen 's avons met de Tap Toe weer in UE Locaal, en dit bewijs wierd bij verwisseling van bevelhebbers geaccepteerd, zoodat hij altijd zoo lang wij hier gevangen waren altijd in de stad heeft kunnen gaan, en deze man heeft mij nu en dan wel eens van een verquikking of noodwendigheden verzien, na mijn herstel, dat hij voor mij insluitte voor mijn betaling, als ik geen middel meer wist om anders wat te bekomen.

ik nu dan in 't Hospitaal gebragt zijnde zomtijds geheel buiten Kennis leide men mij op een houte krib, voorzien van eene goede strozak dito Kussen en Deken en een Schoon Laken trekkende mijn ook een schoon hemd aan, en gaven mij ook een Slaapnmuts. in dit huis lagen omtrend de 400 Zieken en gekwetsten en ijder Apart op een krib en alle genommerd - alle morgens kwamen 2 Docters, alle de zieken die in Tweën afgedeelt, zijn toevertroude bezoeken, den Eenen Zeer Verwassen in de Rug- alzo Crates [?] was mijn Docter.

bij mijn Aankomst den Eersten Avond bragt men mij [p. 27] een Drank in een melkkommetie Rum een quastmengel inhoudende, en een paar man die mij dit bragten Dwongen mij dit alles in te nemen. Nader-hand bevond ik een dergelijke alle zieke bij de Entree wierde toegedient.

veelen waren ook hier na den volgenden dag geen medi-cijnen meer nodig.

ik lag den eerste 8 dagen vrij Ernstig Ziek schoon mijn Docter mij alle morgen een Visite kwam doen en dan de middels opgaf die mij moesten toegedient worden die dan door een paar Klerken die hem verzelden in gedrukte Lijsten opgeteekend wierden, ijder op zijn No. ook mede wat en hoeveel Eten een ijder moest hebben. Reguleerden zulks ¼ of ½ of 3/4 of 1 pondt brood per dag wat vleeszoep volgens hunne Lands gebruik, daar een weijnig groente in gekookt was. Volgens toegewesene brood, pro Rato een Stukie brood bovengemeld mede een weijnig Wijn wordende dit in 2 delen 's daags verstrekt 's voorm 11 uren en 's namiddags 4 uur. voor Extra zieke of swakke had men nu en dan wat gekookte Pruimen, ook wel eens aan Enigen wat rijst en melk gekookt. een Engelse Bootsman die een buitegemeene Zware Ziekte had gaven zij bij zijn herstelling wel eens Een of Twee Eijeren, maar die Koortsig was of wierd, zeide mijn Docter als die zulks bemerkte (A rien) niets. de Dranken die de zieken nuttigden be-stond in Dranken bij hun tijzaan genoemd zekerlijk in onderscheide-ne Zoorten door de Bedienden volgens order de Zieken toegediend.

'S nagts hielden zij wagt bij de zieken, die nodig had te Drin-ken gaven zij Boullion, ook Rookten zij nu en dan eens door de vertrekken daar de Zieken lagen om de lugt te Zuiveren Zoo dat hier over 't Algemeen een goede order gehouden wierd.

dan na mijn 8 daags verblijf begon mijn gesontheid een weijnig te herstel-len en wel eetlust krijgende kwam mijn Docter mijn Zeggen, gij zijt weer koortsig vandaag niets daar ik 's daags te voren al half portion gebruikt had. mijn Aptijt zogt voldoening, ik kogt een broodtie van een bediende van 't Hospital onder belofte van geheimhouding een Roggenbroodtie van 3 pd en nu [p. 28] aan 't Roeren ge-raakt mijn Broodtie dien dag half geConzumeert. den volgenden morgen bij de Visite mijn Docter de hand toe reijkende dagt ik als gij kunt Zien ik mijn wat buitengemeen in mijn Roggenbrood ver-gast heb, dan komt 't voor mijn bekaaijd, daar ik al weer na mijn Roggebrood verlangde, maar ziet hij zeide gij zijt wat Beeter-, weer een vierde of ½ Porsie vandaag, ik wel in mijn Schik, gij na verwijdering der Docter blijmoedig aan mijn droog Roggenbrood en dit opgenomen wagte ik met verlangen 't uur van mijn Deel door den Docter aangewesen, vervolgens herstelde ik Lang-zamerhand weer geheel.

ik wierd eens terwijl ik herstelde, eens door een gering toeval, die mijn een matroos Hamburger die mijn wel eens zijn Dienst bewees bij mij zelve dat ik nog voorregten boven de zelve genoot, schoon bepaald niets waardiger, hoe groot mijn verlies ook mogte en hoe aandoenlijk en Donker onse uitzigten ik tog de Zaak niet konde veranderen. God, zijn raad volbrengen en alles beslissen zou, die s omgezet van alle Swarigheden ter Zijde, en gemoedigd 't lot beschouwt, wat voorregten gij boven veele geniet, met te Denken gij hebt immers geen besorging als UE alleen t Lot der oorlogs berokkende mijn dit verlies, aan pligtverzuim vind ik mij niet schuldig, heb ik wel alles verloren wat in 9 jaren met Swerven verdiend had Zonder bijna de Plaats mijner ouders of woning te mogen zien. gij immers niets meer als 't uwe verloren schenkt mijn de Heere maar eens ik een gezond lighaam in mijn Vaderland breng in vrijheid, dan met moed weer alles beproeven. ik zou zelv bij vernedering 't vak van matroos kunnen bedienen, en dan vind ik kost en kleding - en of Schoon ik bijna van alles beroofd ben, zoo vind ik mij immers nog rijker dan veelen onder ons. ik verzogt aan een bediende om een stuk papier pen en inkt dat ik bekwam Schreef [p. 29] mijn vader te Amster-dam bij gissing hij bevond zig ook daar, ik ben hier zijnde genomen door de France UE zeker Reeds bekend heb het hier uitnemend best op mijn Parool, alleen ontbreken mijn Contanten, laat niets onbe-proefd hier zoo spoedig mogelijk in te voorzien. alleen had ik reeds een teken in de brief dat ik mijn vader had opgegeven, waaruit hij ons Slegt onthaal alhier konde Afleijden. Addresseerde de Brief te Amsterdam bij de Heeren van Heijnen en TenTije sondt de brief open alhier de Municipaliteit in handen die tog alle gesegelde briefen openden en dezelve door hunne Entreprete lieten translateren iets onaangenaams in de zelve vindende Roijeerden. de mijne dan met hun Conzept strokende, wierd door hun verzegeld, en de gevolgen bewesen, dat hij op zijn Tijd volgens Adres te regt was gekomen hebbende ik op dezelve op mijn verzoek in Quimper weder behoorlijk berigt ontfangen.

terwijl ik hier Lag is overleden Schipper Eyze Yges van de Lemmer en de Stuurman van Hidde Cornelis de Heer Silvia, een koopman van Amsterdam met een Portugees schip als Passagier genomen en veele andere onbekend. Gerben Zybes was hier ook mijn dagelijks in mijn ziekte mijn komende bezoeken, zijn wel ziek geweest en hoewel nu weer wel zijnde, door zijn Docter die men ondervonde meer menslievendheid te bezitten als mijn Crates [?], deze G. Zybes om zijn hoge Jaren hier nog liet blijven. ik wierd den 4 Aug van mijn weggaan door den Docter verwittigd na de Preson te moeten gaan. Doordien mij een pd Brood 3/4 vles Wijn benevens ½ pd vlees verstrekt wierd. dit was daar de uitzetting, alles wat toegedient wierd was best te meer was dit genot alhier daar voor te houden , in tegenstelling van de Preson daar Alles Aaklig was.

den 5 Aug kwam ik weer in de Preson Redelijk gezond tog nog Zwak zijnde. hier zaten nu bij de 3370 mensen in een huis, onderste verdieping pakhuis voor Rommelarie, twede en derde verdieping beide zijden kamerties en tussen beijde een heele brede gang, van 't eene tot het ander Einden [p. 30] en boven de 4de verdieping zijnde een zolder over t gehele huis sonder afschutting alles in een, zijnde 't overal met Stokken of Schutten om met Hangmatten aan te kunnen hangen, door de menigte mensen egter alles zoo bezet dat men 's nagts geen voet bijna zetten Kon of daar lagen in de Gangen op de Solder, in de Kamers alles even vol.

ik Kwam met verzoek op een Kamer daar mijn Vrind Zijbrand Beekes was en ziekelijk zijnde enige dagen daarna naar het Hospitaal gebragt wierd. toen be-kwam ik zijn Plaats voor hem aan de Bak 's voormid kregen wij voor 2 Rogge Broden hard Brood en 's mid een Rond gerste brood van 3 pd voor ijder Bak van 7 man met een Stukie vlees of spek voor 7 mensen dat 2 man wel aankonden en dan kregen wij 's avons wat gekookt Water met wat Koolsbladen en men zeijde ook wat Boter in deze Zoep gekookt wierd. dan 's namidd gedurende Aug dan eens Zoep van grote bonen en dan eens Witte bonen dan eens van groene erten van alles van het Laastgenoemde was veel door bederf vol-strekt oneetbaar. waardoor veele door moedeloosheid, ja Wanhopig deden wesen Liever bij den Turk te willen gevangen zijn dan hier.

Alle invoer van levensmiddelen was op de Strengste wijze verboden. -dat nu al ingesluikt wierd bij zoo veel menschen, wierd meer als dubbeld betaald. bij de meesten was geen geld, en daar wij bijna van alles beroofd waren, geen finantie geld te maken en Crediet was tot nog toe voor niemand te vinden. Schipper Eizo IJges overleden zijnde had bij zig dat hij naliet Calcula 1000 gulden aan Goud, dit onder de Schippers verdeelt tegen behoorlijk bewijs, her-stelde voor een moment onse Kas. ik verkogte mijn Horlogie zonder [p. 31] ketting voor 600 Lievers of Francs, weijgerende men mijn 10 Lievers of Francs in Azignaten voor Een Goude Ducaat.

Den 31 Aug vertrok van hier 50 man die Landwaart getransporteerd wierden

den 1 Sept van hier weer 50 man men seide na Rennes

den 2 dito kregen wij savons Paardebonen daar een weijnig Boter in gekookt van een goede kwaliteit en wel gekookt waren die van ons op onse kamer meest Schippers als een Delikates genuttigd wierden, en een ijder zig spoede uit onse tobie dat onse Schotel was, zijn Aandeel te bekomen. Kaptn Hania had alleen benevens een Spaanse vrouw alleen vrijheid om eens in de Stad te mogen gaan buiten desen mogten geen buiten de Preson alleen dezulke die zieken na't Hospitaal kwamen te brengen.

T.Hania bragte mij nog wel eens een en ander mee, onder anderen nog een Steene Pottie om in te koken, wat Tabak, wat Thee of wat Boter, dan hij 't zelve in moest sluiken altoos een geringe quantiteit.

Enige zoldaten die ons bewaakten bragten ons ook nog wel een en ander in Schoon hun streng verboden. onderscheidene malen daar zij dikwels door de Preson Patrouillieiren, heb ik 't uit hun Patroontassen uitgehaald, de betaling in Assignate weer ingedouwt en dan naderhant op hun Post Staande in 't voorbijgaan hun gevraagd of ik wel betaald had. daar wij niet met hun in gesprek mogten wesen. dit bestond al meest in een Stukie Brood, dan daar de wagten en garnizoene alle ogenblikken verwisselde was mijn Correspondentie dikwils spoedig geEindigt en ik derhalven genood-zaakt nieuwe weer op te zoeken. om de 5 dagen kwamen zedert begin September Enige vrouwen met fruit in de Prezon om te verkopen bestaande in Appel en Peren en Pruimen, mede pijpen en Tabak anders niets.

[p. 32]

de Prezon tevooren gemelt was een Nonneklooster geweest en van 4 verdiepingen Hoog, zijnde op de grond in manier als een winkel Haak gebouwd, ten lengte in 't geheel na gissing Ruim 400 Vt en goed 40 voet wijd vervolgens de twede en derde verdiepingen met kamers een brede gang tussen beijden van 't eene tot het andere Einde.

buiten 't zelve was een pleijn daarop een Put daar wij uit moesten Drinken, ter andere zijde een Ruimte van een SesHondert Schreden in 't Rond zijnde en een tuin geweest en enige vrugtbomen. en Huis ook 4 verdiepingen als 't onse mede met Presonniers bezet dog hebbende de 1/4 groote van 't gene wij betrokken, een hoge muur van 9 a 10 Vt omvang, alle voornoemde behalve een huis buiten dit genoemde die in de Ringmuur verbonden. de militairen tot Hoofdwagt verstrekte daar zeker altoos 25 man ter post de wagt hadden altijd met Scherp geladen geweer in de kleijne Preson bij ons zoo genoemd was de Kokerij of Kombuis, 't welk onder opzigt van een Fransman door presonier bedient wierd voor een geringe beloning, zijnde tog de bediende in de Keuken in gelegen of gelegenheid hun zelve van 't gekookte te kunnen voor-zien, van hier moesten wij ons eten bekomen daar 't telkens op de Noemer wierd uitgedeeld.

Een ijdere natie zogt zoo veel mogelijk zig bij Elkander de Engelse hadden verre de meerderheid, dan de Hollandse, en dan de Spaniaarden en dan Portugesen. toen de sterfte onder 't volk zoo erg begon toe te nemen, hakten zij de vrugtboomen uit de Tuin af en gaven toen vrijheid in dit voorma-lijk hof te gaan. wij bragten van de afgehouwe boomen zooveel wij konden tot brandstof op ons kamer. zoo veel wij maar bekomen konden dat zoo wat oogluikend toegelaten wierd daar zij na [p. 33] Enige dagen tevoren een Engelsman in een Boom geklommen om daar takken af te breken tot Brandstof hadden doodgeschoten. nadat de Bomen nu opgeruimd waren dan alles in dese Tuin en hof groen bewassen was lieten zij de gevangene nu vrij, om in dezelve te kunnen gaan, daar men vervolgens na twee dagen na het Zelve geen Enkele gras-halm meer in te vinden was. in dese Tuin was ook een Bron daar wij nu meest uit Dronken en Wasten.

op een Dertig Schreden ten oosten van ons Preson wierd bij onse aankomst, een grote Vierkante Kuil gegraven tegen de Ringmuur dienende tot Apartement=Secreet. velen bragten egter dit niet op de Distinatie, zoo dat het Zelve door de warmte buiten en in de Preson Een Lugt gaf, mede door de zieken binnen, dat het niet is uit te drukken.

bij dit alles een gewoel, dat verwonderlijk was. Met Vendie of boelgoed, en een ander had Negotie den enen Koffi, een ander Zoep of iets anders. een ander Schoenmaakte, een ander was kleermaker. een ijder die maar wat geleerd had, of wat in Praktijk wiste te brengen om wat te verdienen, en daar Levensbehoefte voor konde bekomen deede zulks, daar ons Levens onderhoud niet toereikend was voor een Jong en gezond mensch.

Wat ook op Levens straf op 't ogenblik ver-boden was wierd een half uur na hetzelve weder uitgevoerd. dan eens maakten de Franzen in en buiten de Preson alle Vuren uit, en dikwerf geen halfuur na hetzelve was alles weer 'tzelvde aan de gang.

Alhier Dreijgen van Doodschieten gaf geen Afschrik schoon alle wagten Rond de preson en bij ons binnen zijn muren en in de Preson met Scherp geladen alle hunne Post betrokken.

Aller-hande Tijdingen waren geduren de in omloop dan uit Engeland, dan uit Holland, dan van uitwisseling van de gevangene, dan van over-winningen en dan eens van Vrede, en daar volstrekt hier geene Effectieve berigten hoegenaamde in kwamen Waaren het Altijd op zijn Engels gezeid Histories.

den 3 Sept overleed heel Subiet bij ons in de Preson Hessel-Jans de Jong van Staveren, denkelijk aan de gevolgen van een kwade of benaude Borst.

[p. 34} den 8 Sept kregen Savons weer Koolzoep, denkelijk onse voorraad van Paardebonen weer geconzumeert de Ziektens onder de Presonniers vermeerderde nog hebbende wij van den 7 tot den 14 deser 100 doden in een week.

den 12 en 13 en 14 wierden alle morgens alle Prezoniers in de gewesen Tuin gejaagd, door de Commissaris en gewapende Zoldaten. Zommige wierden met stokslagen afgedreven en daar moesten wij blijven tot 3 a 4 uur zonder eten, die nog niet een Stukie brood bij zig had van den vorigen Avond.

Den 15 Sept Diende onse de Commisss aan om alle weken 10 Sous per Bak te betalen voor het uitvegen van de Preson en bij de weijgering hiervan zou hij ons Noodzaken zulks zelve te doen.

Den 16 kreeg Pieter de Lange mede Kofschipper geweest van Rotterdam varende een Vrij Pas en zijn ontslag. Zijn Patroon in Rotter-dam een Vrind en meedewerker van 't Franse Zystema hadde bewerkt.

Wij waren nu op een dubbele kamer met 14 personen en daarvan 6 Zieken, konden dezelve niet na 't Hospital krijgen die wij die gezond waren na vermogen moesten helpen en schoon wij wel meesters en Docters bij ons in de Preson hadden konden wij tog geen medicijnen bekomen, zoo dat men in dese omstandigheden moedeloos moeste worden. uit onse en andere Kamers in de gangen of gaanderijen lag 't meest alles bezet ja zoo vol dat geen Pasagie meer over was om door te komen, alle voorwerpen van medelijden, en den geenen die Enig gevoel bezat, het hart moest grieven dat de meeste alle Jonge anders vlugge mensen in den bloeij van hun Leven, nu ziek en zugtende wegens alle mishandelingen zonder hun eenige ver-kwikking in hun Eigen ongemakken, zoo Hulpeloos na de Eeuwig-heid gingen, daar dezelve onder Gods zegen [p. 35] door verEischte Hulp-middelen menselijker wijze ligt te Herstellen waren geweest. bij dese aandoenlijke Situatie waren wij ijder ogenblik in vrees om door den Commisss en Patroullie afgedreven te zullen worden in de Tuin, dat ons dagelijks gebeurde meesttijds onverwacht.

25 Sept bragten wij schippr Johannes Kalf van de Lemmer, die mede gelijk ik onder Directie van den Heer F.Fennema gevaren had na 't Nieuwe Hospital in een Hangmat met 7 man, onder een Escorte. wij hadden reeds op ons Kamer 5 nagten hij hem gewaakt, zijnde meestijds buiten Zijn Kennis.

27 Sep vertrokken weer 50 man Presoniers onbekend waar na toe.

28 dito vertrokken weer Prezonniers 50 man zijnde 20 Holl. en 30 engelse onbekent wat hun Distinatie was elk kon meenemen wat hij dragen kon willende niets Transporteeren. wij ontfingen Zedert den 12 deser een Rantsoentie Spek.

den 1 October vertrok-ken weer 50 man zijnde 42 Engelse en 8 portugesen of Spaniaarts zij gaven nu voor de man 1 pondt Broot Smid een Ranzoentie Spek en 'S avons Paardenbonen, zijnde alle met wormen en hoewel 't Ranzoen schraal was hadden wij nu enige dagen brood genoeg, zoo dat wij nu nog een andermaal meededeelden aan die gebrek hadden.

'Savonds en 'smorgens kookten wij ons nu wat Thee water een koper Keteltie gehuurd hebbende van een Zekere France meid, ik denk een van goede 30 Jaren die bij haar moeder die Wwe zijnde was inwonende, haar zuster gehuwd zijnde, had onse Commissaris der Preson, bij haar als Commezaal inwonen met wiens Consent zij nu en dan eens Schoon Linnen in de Preson bragt. dese scheen bijzonder met de Hollandse natie in genomen. Zij bragt eens een Stukie vlees in onder haar Linnen van een Pd a 10, voor onse Natie, Schoon op Lijfstraf verboden en ik heb wel gezien dat zij aan Hollandse matrosen zoo veel Azignate a 5 Sous uitdeelde [p. 36] zeker driemaal zoo veel als zij in beurde. wij kookten nu 'savonds en 's morgens ons wat Theewater en 's middags als wij wat hadden Aardappels Appels of Rijst of Zoep zelv van Rijpe Pruimen en kruimen van hard brood elk voor zich zelve in een Steene kruik of Pottie of 't Pleijn of in de Tuin op 2 a 3 Steenen met Prikies en alles wat maar wilde branden.

2 October overleed Kaptn Johannes Maalder in 't Hospital heb-bende een Hollandse slavenhaalder gevoert. 'S agtermiddags kwamen ons enige manschappen bezoeken uit 't Hospital onder een Eskorte die hun weer terug bragten zijnde dese van ziektens hersteld.

3 Octob vertrok 's morgens weer 50 man hier onder 20 a 22 Hollanders en de overige Engelse hier onder eenige Kapteins die hun Kisten en Koijen meekregen hetwelk ons bemoedigde die nog iets had, daar men ons tevoren had verzekerd, dat die van hier getransporteerd wierd niets kan menemen dat alleen dat hij zelve dragen kon.

6 October kregen wij een bezoek van 3 a 4 Citoiens van de municipaliteit met een Generaal die onse Victualij en Provisie bezigtigden en enige zieken, dan daar een zodanig bezoek al meermalen ge-schiedt was, wagten wij hier op weijnig verbetering.

10 Oct 'S nagts is overleden Schipper Jarig Atez van IJlst en Schipper Age Obbes van Balk.

16 dito Schipper Jacob Zouw wonende te Amsterdam. Van den 12 tot den 17 october 's daags de man 1 pd brood en de man 6 once Paardebonen en verder niets.

20 Oct kreeg ik voor 't eerst permissie in de Stad mogen gaan, ik nam enige Provisie mee als brood enige aardappele en andere kleinigheden alles ter sluik, want die de Poortier in de Hoogwagt [p. 37 "1794"] bij 't inkomen visiteerde en afzette die was 't kwijt 1 Pd boter 25 a 30 Sous ossevlees 15 à 20 Sous ook niet altijd te bekomen, Schape en kalfvlees nog hoger een ordinaire witte kool 10 sous sipels of uijen 1 Ss p Stuk

Den 20 en 21 deserteerden weer onderscheidene Presoniers, dat al meermalen gebeurd was die gemeenlijk door de Sjend'arms of StrikRuiters wierden opgepakt en teruggebragt en dan Enige Tijd in de Stadspreson moesten zitten en dan in leven zijnde bij ons in Preson terug gebragt wierden. onderscheidene malen wierd ik door Enige mijner Landgenoten ten sterksten aangezogt om eene onderneminge te beproeven, zijnde matrosen en vliegg, dan ik Rade hun altijd zoo veel mij mogelijk, zodanige ondernemingen af om onse vrijheijd te bekomen, wegens de verheid die wij van ons vaderland en de bijna onmogelijk om ten Noorden van Bretagne een vaartuig te bekomen om over 't Kanaal Engeland te bereijken een distantie van 30 duitse mijlen Calcula. schoon ik onderscheidene malen hier Ernstig over nadagt, bleef hij mijn de bijna onmogelijkheid de Reden ik dit niet beproefd heb. Schoon 't egter noch eenmaal een getal van 10 a 12 Engelse gelukt te Deseerteren aan Zee komende met een kleijne kustvaarder daar vindende die zij bemagtigden daar zij mede in Engeland kwamen.

21 october moest wij Briefies van ijder Schip inleveren wanneer en van wie genomen hoe veel manschappen hier nog aanwezig waren, en hoe veel overleden waren pr order Preson Commissaris. Wij hadden nu weer een paar dagen in de gewesene tuin een Complete markt. onder de Presoniers verkopende Koffi en Thee, gekookt vars vleesch en Zoep Rauwe en gebakke Zardijnen (is bijna als Haring) Wit brood, bij heele en bij Stukken ook Apelen en Peeren Karstanies, ook Boter pannekoeken en Aardappelen. Zoo dat de Fransen nu alles Schenen te Permiteeren om in te brengen en die geld had nu krijgen kon en geen honger had te Lijden, dan 't geld mankeerde bij de meesten, alle dagen verkoping Vendie van Kleg om Kontanten te maken, een Donker vooruitzigd daar de meeste niets hadden als aan hun Lijf. Zommige nog [p. 38 "1794"] daarvan verkogten daar wij de winter vast naderden. Zondags hadden wij geen verkopingen als Eetbare waren, alzo wierd dezelve nog min of meer gevierd, zonder dat hier eenige Godsdienstige oeffeningen verigt wierden. Hoewel 't niet verboden wierd had elk bij en voor zig te verrigten, die hier belang in stelde, tog heb ik dit niet veel kunnen opmerken.

bij alle bedienden en militairen van de Francen kwam de zondag niet in Aanmerking Alleen na hunne nieuwe Tijdrekening (Dicadi) of Tiende Dag en schoon mijns wetens zoo lang ik hier geweest ben geen Godsdienstoeffening Publijk verrigt is, wierd de Zondag bij de meesten sonder werken doorgebragt daar ook nog al veele Katolijke Godsdienst verrigten in Cognito, somwijl in gevaar van hun Leven.

26 Oct vroeg het gemene volk in de Preson gezamenlijk meer brood of Eten, dan aan hun thans wierd uitgedeeld waarop hij tot Antwoord gaf dat alle Eetbare Waren in de Preson verkogt wierden, en dat hij niet meer dagt te geven. zoo lang als zulks geschiede hierop door de Admiraal de regter alles Verboden wat eetbaar was, op verbeurte van het zelve. alleen Koffi en Thee wierd toegelaten, waarop zij nu verwagten wat meerder Ranzoen te zullen bekomen.

28 Octobr overleed Schipper Johannes Kalf van de Lemmer in het Nieuwe Hospital, die ik met Enige Schippers en zijn Stuurman op ons verzoek onder geleijde van een gewapend Escorte dien zelven dag begroeven hebbende nog een doodkist voor de zelve bekomen tegens de betaling der zelve.

29 Wierd 'S nachts een kist gestolen die aan 2 man van onse Natie behoorde. de ledige kist wierd 's morgens in 't Secreet gevonden, de waarde begroote man over de Duizent Gulden bestaande in Contanten Gespen en Horlogies, het wierd in de Preson en ook in de stad omgeroepen dat de Dader [p. 39] wiste aan te wijzen zoude 500 Francs Premij genieten.

30 Oct ging ik bij de Commissaris en verzogte om een permie om eens in de Stad te kunnen gaan, hij beloofde mijn een in 't vervolg te zullen geven, maar dat die in de Stad gingen een teken PM met Zigtbare kleur van een Tamelijke grote op de mouw moesten Dragen 't welk bij Wijze van Placaat den volgenden dag wierd bekent gemaakt, zoo dat ik binnen moeste blijven, zoo dat nu weer niemand zonder bewijs uitgelaten wierd. voor een paar dagen eens in de stad zijnde wierd mij gezeid dat hier alreeds 1440 Presoniers gestorven waren. in de Preson wierd het nu ook Ruim wegens 't Aantal dooden,ook waren de meeste Engelse Kapteins en Passagiers in de Stad gaan wonen op hunne Eigene kosten.

1 November wierd ik en Sijbrand Beekes uit de Preson gehaald zijnde, een Heer van de Municipaliteid een kleijne koopman winkeldoende Commenij Thee & Koffi. Zeijde hij order van Brest had ons geld te kunnen geven. ik gevraagd hebbende of zulks voor dit moment was dan of zulks Continueeren zou het Antwoord 't Credit voor UE is onbepaald in de Zom en in de Tijd. ik nam 250 Francs en Zijbren Bekes 500 Francs en zeide mijn daar hij nog ziekelijk was, nu wil ik mij als het te krijgen is de nodige verkwikking nemen, hij zeide voor 3 Schipps de order te hebben en wel Jarig Ates en Sijbren Bekes en mij. hij scheen gevoelig Jarig Ates en zijn oudste zoon die zijn Stuurman was Reeds beide overleden waren, ik zeijde nog een zoon van Laastgenoemde in de Preson in leven was, daar ik wat Geld voor verzogte. dit zeide hij eerst in Brest te willen vragen aan de Heer Marzin zijnde de Deense Konzul, die door de Heer en de Weduw Arent van Deurs & Compe te Elseneur tot dit Crediet voor ons verzogt was. de jongste Zoon van J. Ates was 12 a 14 jaren.

het koken van vlees en Zoep en Negotie ging in de Preson weer als voren, daar 't Ranzoen niet vermeerderdet. 't Papier-geld de Azignaten wierde Aanmerkelijk minder [p. 40] in Waarde, zilver en goud en muntspecien de waarde monteerde

4 October [moet zijn November] ging ik op een ander zijn Permie in de Stad en huurde een kamer voor 5 Schipps en 2 Stuurluij mits als ons de Commissaris zulks permiteerde dan hoe Ernstig ik dit 3 a 4 dagen agtereen verzogt kreeg ik geen toestemming, niettegenstaande meest Reeds alle Engelse Kapteins in de Stad Woonden.

8 0ct [Nov] moesten alle die in de Stad woonden Weer in een Preson, Zijnde een groot Edelmans huis Properite Nationale een Weijnig buiten de stad, daar hun Ranzoen hun toegediend wierd als aan ons, en moesten zelve koken, en die uitging niet Zonder Escorte. thans mogt niemand meer van onse Preson uitgaan, alleen kwamen Enige onder Escorte buiten om Brood voor de Preson en 4 a 5 man dagelijks om de Doden te begraven, die ons tersluik eenige benodigde behoefte inbragten.

Den 7 October [November] ontfing ik een Lettertie van mijn vader uit Amsterdam meldende de Welstand mijner Familie het-welk mij in mijn Noodlot zeer verblijde en weer een Nieuwe Hoope gaf, dat God ons verder uit alle Dringende en Dreijgende gevaren mogte Redden en daar Hij magtig was ons eerlang nog met een Spoedige Redding mogt begunstigen.

11 October [November] alle in de Tuin gedreven zijnde en vervolgens in de deur weer ingetelt ieder Bak 7 man kregen hun No 148 in plaats van ons vorige N° 283 dus veel vermindert. ik kwam met nog 3 man op een Kamer daar Sr Gerben Zijbes en andere Hollanders waren zijn de op dese Kamer een Haardstee of Combuis. 's middags is Schippr Sybren Bekes van terhorne bij ons in de Preson overleden na een Langdurige Ziekte en moedeloosheid geheel uitgeteerd.

[p. 41]

'S avons ontstond een Brand een groot Huis zijnde een magazijn van Voeragie voor de Paarden 't welk maar een weijnig buiten de Muur van onse Preson Stond hetwelk zoo geweldig toenam dat 't bijna in een ogenblik dat gehele gebouw in vlam zette. gelukkig was en bleef het weer stil, en dus minder gevaarlijk. het verwekte egter vrij wat Convusie en Verwarring bij de gevangene, dog Direkt Strenge orders in de Preson alle ligten en Vuren uit in Buiten Rond de Preson en Binnen en in de gange of gaanderijen, wierden overal wagten gesteld met Lantaarns, en niemand mogt uit zijn Kamer daar hij Loseerde, moesten also in den Donker op de Kamer 't Einde met gedult afwagten. 'S avonds 10 uur zagen wij de brand aanmerkelijk vermindert was. wij gingen dus maar Leggen en Slapen die Kon. bij ons bestond geen vrees voor verlies van Goederen alleen het Leven, dat hier tog zeer wisselvallig was. 'S morgens konden wij de brand nog zien.1

12 Novembr 'S middags begroeven wij Zybren Bekes met ons 10 Hollanders 't welk de Commissaris op verzoek Permiteerde met een Escorte gewapende Militairen.

't Dagelijks Ranzoen nog hetzelve de man een Pd ook wel ens 1½ pondt brood de man 's daags eens een Stukie Spek 'S avons wat Paardebonen of Koolwater ook wel eens Stokvis, die zonder kloppen en Schoonmaken gekookt wierd, ook wel eens groene erwten dog alles wat gekookt en gegeven wierd, was bijna niet te eten. alzo [p. 42] vermaakte ons, al 't geen verstrekt wierd Zeer Weijnig en door slegte Directie enige dingen onteetbaar wegens bederf.

Wij kookten ons nu samen op ons Kamer Savons en 'S morgens wat Thee of Koffi, de meeste een stukkie droog brood hier toe. smid Kookten wij zelven een Weijnig Aardappele of appelen of zoep wat wij maar hadden of wat te bekomen was. 't Brandhout was nog het ergste van alles, niet alleen dat het duur was, maar niet te krijgen.

19 Nov is overleden Jan Jeltes Kalf van Belzum bij mijn geengageert geweest als matroos op de Kof de Jonge Gerbrand, hij was een sterk vrij swaar en gezond jong mensch oud na mijn gedagten goed 26 jaren, hebbende zijn nalatenschap gemaakt aan een matroos, die hem in zijn ziekte opgepast en geassisteerd had. dagelijks stierven nog al in de Preson en Hospitalen, dan niet zoo aanmerkelijk als wel voor eenige Tijd, daar ons getal zeker reeds tot de helft vermindert was. egter hadden wij nog altijd een aantal zieken in de Preson, die men met geen mogelijkheid na de Hospitalen konde krijgen, wat moeite ik of wij ook mogten aan wenden. wij waren nu op onse Kamer 12 personen onder dit getal 2 Zieke Schippers.

20 Nov kreeg Jacob Jarigs 't berigt door een Portugees, die uit het Nieuwe Hospitaal bij ons in de Preson kwam dat zijn Broeder Atte Jarigs gewesene Stuurman bij zijn vader Jarig Ates een jong mens van mijn jaren Reeds al voor een dag a 6 in dito Hospital overleden en [p. 43 "1794"] begraven was. Ongelukkige en beklagenswaardige toestand, daar wij ons in bevonden. geen verzoek om zijn zieken Broeder eens te mogen zien of bezoeken, vond bij dese Fransen die ons be-waarden enige ingang die alle mededogen of menselijkheid schenen uit geschut te hebben.

des namiddags wierd in de Prezon omgeroepen dat die in de maand maart en April genomen was zijn naam op de Bureau van de Commissaris moeste opgeven met Bijvoeging dezelve uit-gewisseld zouden worden.

21 Nov wierden 'S namiddags eenige Kledingstukken uitgedeeld, alleen aan dezulke die op Engelse KoningsSchepen gedient hadden, alleen ook maar aan dezulke die dit niet meer en hadde den eene een Baaitie den andere een Broek of een Hemd of een paar Schoenen of een muts nadat hun gebrek was. men zeide dit door een Engels-man die hier ook als Presonnier aanwezig was gedaan wierd.

22 dito. gelijk als de Vorige dag wierden nog Enige kledingstukken aan behoeftige van Koning Schepen uitgedeelt

23 dito Zijnde op zondag kwamen 's avons een heele troep Engelse op ons Kamer zijnde van de allergemeenste Klasse, en zeijden ons dat zij 's anderendaags nog met 14 man op ons Kamer wilden komen, dat zij het op de Zolder wegens de Koude niet konden houden, dat ons de preverentie om op dese kamer niet meer toekwam als aan hun en meer Brutaliteit Egalitéé. wij riepen daarop de Admiraal en Boots-man, met belofte een Douzeur, als zij ons Assisteerden.

24 dito wierden 's morgens weer in de Tuin gedreven 's middags weer na binnen geteld zijnde ontfingen wij ons Ranzoen. Na 't zelve kwam de Dreijgende troep van vorige avond, met de vraag wat zijde van de kamer verkiest u nu te behouden. Wij Riepend ons op de Regters (du peuple) ook kwamen hierbij enige Kapts van andere kamers, en zeijden, hier is een volle bezetting van 14 man en geen kamer in Preson zijn meer geplaatst. en wij niet voor hun [p. 44] willende op-ruimen kregen het tog zoo ver dat wij met de Hulp van andere en de onbillikheid van hun zoeken [?] dat zij van hun voornemen afziende zeer onvergenoegd hun vorig Legerplaats weer betrokken dat ons verblijde. als zij zig bij ons ingedrongen hadden zoude zij ligtelijk wat zij krijgen konden ons afgestolen hebben. wat bijzonder was de kombuis of 't Haardstee op onse kamer, de voornaamste oorzaak die zij ons misgunden buiten alle vuren Streng verboden zijnde en binnen ook hadden wij min of meer ocasie althans Rizikeerden wij In Cognito wat water te Koken een stukie Broodkorst verbrandt in 't water te doen in Plaats van Koffi - dan kregen wij toch nog wat warms, boven alles ondervonden wij bij zoo veel Engelsen hunne gemene manier dat daar zij de meerderheid hebben zij de meester Speelen. 't minste dispuut dat zij met een onser natie hadden wierd altijd in hun voordeel beslist. Zomtijds met klappen, ik heb zelf tot mijn Leedwesen een en andermaal de vuist moeten bezigen, Schoon mij dit telkens nog heel wel kwam af te lopen & dese handelwijze was Zomtijds bijna niet te ontwijken zoo men geheel geen Slapjanes wilde zijn, die zig in dese omstandigheid door mismoedigheid versloeg, wierd spoedig in 't graf gebragt. ik moet tot eer der Engelse be-tuigen geen officier van hun, van hoge of Lage Rang of Kaptn mij ooit beledigde veeleer Respecteerden, zijnde ik ook meest bij alle bekent als de jongste Hollandse Schippr te meer dat ik mijn in de France taal beter [?] wist uit te Drukken.

26 Nov. daar door 't Regenagtige weer op ons Pleijn en in de gewesene Tuin eenige Waterplassen bleven die niet konden Aflopen om het zelve te verbeteren tot dat Einde goten of door een Riool, dit onder de muur die ons Fortres omringde te willen afleijden Requireerde enige Presonniers zoo veel hem noodig dagt, om de meest bevuilde Steenen die door gebrek aan Secreten, die aan die Plaats lagen daar met de handen weg te werken, dan de daartoe genome manschappen geen Lust toe hebbende Liepen op Eenmaal alle weg den ene hier en de andere daar, waarop de Commiss (Prevot) [Precini] niet weijnig vergramd [p. 45 "1794"] ter stond de geheele Preson leeg joeg en een genoegsame gewapende militaire magt bij zig nam, en houdende hij een genoegsaam getal der Presoniers zoo veel hij oordeelde, en stelde hun bij het hem voorgenomen werk, en Rond dezelve de gewapende militairen Zoo dat alzo het Deserteeren belet wierd. moetende nu na zijn genoegen alles opruimen.

'S namid 3 uur kwamen weer binnen en ontfingen ons RanZoen. 'S avonds bragten wij 3 zieken uit onse kamer na het Hospital, kwamen met ons 4 Personiers van ons kamer mee, om de Zieken heen te brengen onder Escorte. te Rugkomende bragten Enige Provisie mee dat wij insluikten. alles wat in de Preson gebragt door de Doodgravers en Broodhaalers was zeer duur, een kleijn bosie Brandhout van 5 Sous in de Stad was 20 Sous in de Preson.

27 Nov wierd een grote Steen boven uit de Preson gesmeten zoo digt agter de Commissaris neer, dat hij de Slip van zijn aan heb-bende Jas Raakte, dus hij wel denken moeste, dit hem gemunt was, de Dader na een Streng onderzoek werdt niet gevonden.

29 Nov wierd in onse Tuin Justitie gedaan in Presentie der Commissaris aan 5 Engelsen die 's nagts een schilderhuisie ge-sloopt en gestolen hadden, Een ijder kreeg 6 slagen op de Blote Rug, een der zelven die wat Ziekelijk was wierde Vrijgesproken. ons Preson wierd ook van Tijd tot Tijd bijna alles uitgesloopt, de Venster Ramen en Deuren op Zommige Plaatsen de Planken uit de Zolder zoo dat Reeds vele voor opene Deuren moesten Leggen Slapen of Rusten.

30 Novr wierd ik op de Bureau geroepen moetende bij mijn Correspon-dent gaan met een Escorte welke mijn zeide hij order van Brest had ontfangen om aan de zoon van Jarig Ates geld te kunnen geven, als hij benodigd was, mits ik voor het van hem ontvangene wilde Tekenen, houdende mij smiddags bij hem ten Eten, na den Eten wierd ik door een militair weer Afgehaald die mij weer in de Preson geleijdt

[p. 46 "1794"]

December

den 2 dito kregen enige hier zijnde Kapts brieven dat Reeds Enige Hollandse Frontier-Plaatzen door de France troepen belegert waren. kregen ook berigt uit Nantes die melden dat enige Hollandse schippers in Dinant Hunne vrijheid bekomen hadden.

den 3 Dec vertrok weer 50 man, alle Engelse, namen al hun goed mee wat zij hadden, waar na toe onbekent.

den 7 Dec vertrok weer 50 man als boven met hun Plunien, onbekent waar na toe; men sprak in de omstreeke van Parys.

den 11 Dec wierden weer opnieuw geteld; dan de Engelse bragten het in de war, dat bij de telling meer manschappen waren dan de laaste maal, daar reeds zedert veel getransporteerd: zieken na ‘t Hospital gebragt en ook doien waar uitgebragt. vele Engelse ingeteld zijnde en gingen door een Venster weer na buiten en lieten zich weder tellen, zommige tot 5 en 6 malen, ‘t welk zij ontdekten toen zij bijna gedaan hadden. Zij dreij[g]den Enige met de stads preson (dat tog niet gebeurde); zij seijden ons weer te zullen tellen.

den 12 december vertrokken weer 50 Engelse, ook onbekend waar na toe.

den 17 dito vertrokken ’s morgens weer 50 man, waaronder verscheidene Engelse Kapteins en een Hollander, ook onbekend waarheen.

den 18 Dec Wierden wij ‘s morgens weer geteld. Enige Engelse lieten zig weer 2 maal tellen, dog de [p. 47] maatregels der Fransen belette hun nu om het zoo te doen als de vorige keer. wij hadden nu no 109.

Wij leverden 's middags een lijst in van onse Natie bij de Commissaris met verzoek om ook van hier getrans-porteerd te mogen Worden. Wij vreesden hier blijvende voor de pest of sterfte, daar wij hier wegens vuijligheid en stank geen verschoning van kledingstukken, Slegte en Schrale Levensmiddelen, hier blijvende te wagten hadden; en wij hier blijvende als de koude wat overging: de omstandigheid hier nog zou verergeren voor die dan nog in Leven was, te meer als dan nog meer gevangene hier na toe gevoerd wierden.

Zedert den 27 Novr hadden wij van onse Wrede Commissaris Prevot [Precini] geen Last van uitdrijven, nog om iets na te zien. ook was op geen ding order om wat Schoon te maken of Schoon te houden, zelv onse Trappen en in de gangen alles bevuild en buiten de Preson kon men geen voet zetten. reeds 3 kuilen ingerigt voor Apartement Liepen over: zoo dat men overal een stank had die niet te verbeelden is. de Preson wierd nooit eens uitgeveegd, veel minder schoon gemaakt. daar de stank gemakkelijk door eens met Kruiden te Roken had vermindert kunnen worden. maar hier wierd niets gedaan, het geleek aan hunne handelwijze geheel ons alle in den Kuijl te helpen. Wij hielden op onse kamer zoo veel mogelijk schoon dat wij daar Roem van hadden bij anderen, en onse gezontheid Conserveerden. met het Ranzoen in dese maand tot heden 'smiddags ook wel eens 'savonds groene erten in de smaak van Boullion gekookt. door slegte Directie zomwijl als knikkers; om de 3 dagen een stukie spek van [p. 48 "1794"] 3 pondt voor 7 man of een baks volk; ook wel eens stokvis in plaats van erten. door de slegte behandeling, schoon de qualiteit ook goed was, bijna niet te Eten. hier wierd dan een Weijnig Azijn bij verstrekt, daar dan het meeste getal onser Lotgenoten hun Buik mee te vreden moesten stellen. 's daags de man 1½ Pd brood, het ? van dit brood van Gerst en meel de overige ? Hard brood, Zeer oud en slegt.

19 December 'savons voor ijder Bak van 7 man 5 a 6 Aardappelen in een goede Kom Water gekookt bruin van kleur, denkelijk met Sand en Klei in 't water stukken gekookt; dit onse soep van de republijk boesemde ons geen Crediet in voor het zelve. maar wij in hunne handen ondervonden hun Fraternité tot ons innigste verdriet, dat ook Reeds velen met hun leven geboet hadden.

Wij waren thans op onse Kamer 14 personen, hier van 3 Schippers en de overige Stuurluij van Hollandse schepen; van dese laaste waren 6 die negotie deden, kokende 3 man in Co zoep met vleesch, de andere 3 kookten Brij van water met Boekweite meel en wat Zuiker of Honig in gedaan, dat zij in de gaanderij staande verkogten, bij Porsies van 5 Sous, de kleijnste Azignaten die in omloop bestonden. Geen mensch kan zig verbeelden wat niet uitgevonden wierd om wat te verdienen, Snijders en Schoenmakers konden zomtijds niet verdienen om hun honger te stillen. Armoed en gebrek vertoonde zig bij velen in de hoogste Graad, en die nog wat hadde moest het nagt en dag aan of bij zig hebben om het stelen; die op geen kamer woonde, zeer durfden zij ‘Snachts hunne klederen niet uittrekken. Wij hadden dagelijks nog al een dode door Elkander in de Preson. ook stierven nogal dage-lijks in de beide Hospitalen.

25 December Kersdag waren in de gepasseer-de nagt 7 presonniers in ‘t Nieuwe Hospital overleden, benevens 4 doden in de Preson. Gerben Sybes van Grouw lag nu al een dag à 4 ziek en alle moeite die ik aanwende was vrugteloos. op het Bereau daar ik bij onse [p. 49 "1794"] onheuse Commissaris Prevot, waar ik onder-scheijdene verzoeken kwam doen voor den Een en den Andere als jongste schipper en mij best in ‘t Frans nogal kunnende uitdruk-ken, op het Vriendelijkste verzogt wierd en ik dus bij hem reeds had bekend gemaakt onderscheidene malen met het verzoek om Gerben Sybes na het Hospital te krijgen; volgens zijn manier en stelsel deser ontmenste Fraternité Humanité met 't woord Halie Boegre: wat maakt gij hier. Direkt in Preson also moest ook mijn vrind G. S. hier bij ons blijven gelijk veele Anderen, die hier door ge-brek van Enige Hulpmiddelen, koude en ongemak zonder eene ver-kwikking kwamen te sterven.

den 29 December wierden alle de namen van Deenen en Zweden opgegeven die op Hollandse en Engelse schepen gevaren en gedient hadden. den 30 dito wierden alle gevangene vrouwen met hunne kinderen vrij gegeven, Engelse en Spaanse vrouwen die zig alhier bevonden

's agtermiddags bij wijze van plakaat bekendt gemaakt dat alle Amerikanen nog dien zelven dag hunne bewijzen daarvan aan den Commissaris moesten vertonen

den 31 December 1794 wierden weer 8 presonniers begraven in de Preson in Hospitalen gestorven.

den 1 January 1795 zijnde op Donderdag wensten wij elkander volgens gewoonte den Nieuwe jaars groet in toewensing dit nieuw begonne Jaar voor ons alle gelukkiger mogte zijn dan het Afgelopene, daar wij hoewel nog in Leven zijnde met schrik over ons toekomstig Lot moesten denken dat Aaklik was, want na Lange Reeds op beterschap gewagt te hebben, wierden de omstandigheden van dag tot dag treuriger. ons Nieuw Jaar dan ontfangende 1½ Pd brood [p. 50 "1795"] van hard en week brood Aardappelzoep met water hadden 's middags een Aard-appel en 's avons 3 Aardappelen en de Restant water en dit was voor 7 man. alle invoer van Levensmiddelen was streng verboden, klagten over een en Ander vonden geen gehoor en aan wien konden of zouden wij zulks doen. aan den Commiss die scheen veel eer een ontmenschde Wredaart te zijn, dan dat hij gevoel in zijn hart bezat. De Francen die nogal eens bij gelegentheid onse Klagte op-merkte, trok op zijn best de schouders eens op, of hij trooste ons met te zeggen, het zal in de gevolgen wel beter worden. daar ik wel gebeden heb in mijn binnenste Heere neem mij weg, als gij mijn Einde hier bepaald hebt, dog schoon ik het Lijden niet door-zien kan blijft gij Egter magtig, dit Houdt mijn Hoop Levendig; daar ik anders moest bezwijken al hoeveel het Leven mij waardig is.

de voormelde Aardappelzoep kregen wij nu alle Avonden, Somtijds ‘s middags ook gelijk nu op onse Nieuwe jaarsdag, ook wel eens 2½ gezoute makereel voor 7 man of een stukie spek. Van de Koude liepen sommige heele en halve nagten op de Zolder heen en weer op de warmte en dat in den Donker, vuur en ligt op de Dood verboden; 't brandhout te duur om daar bij te warmen, in onse tuin was een plas water alzoo hard gevroren dat wij die overliepen, dan hoewel alle vuur en ligt op doodstraf verboden maakten wij alle onse deekens om onse haardstee en een binnen dezelve maakte vuur en kookte ons een keteltie water en een stukie brood swart ge-brand in dit keteltie bij gebrek aan koffi. de overige op de wagt verwijderende zig een yder van onse glazen, [p. 51] daar buiten overal wagten stonden, die bij de minste ontdekking van vuur of ligt met Kogels door de glazen schoten meermalen hier geschiedt. Wij rizikeerden dit gelijk meermalen de vrees des doods, dikwerf niet in Aanmerking kwam, ons Koffi klaar zijnde en elk zijn deken in zijn hangmat of om de Rug toen om ons Tafel stoelen van Kisten en toen elk met zijn Kommetie uitgenomen en met een stukie droog brood geconzumeert, verstrekte ons nog tot een Delicates, dit Waren ook onse Nieuw Jaars koeken.

den 2 Jan vertrokken van hier Enige vrouwen van de Engelse natie per As na Brest om van daar na Engeland getransporteerd te worden. ‘savons kreeg ik Permissie om Gerben Zybes na het Militaire Hospital te mogen brengen, door behulp van een Hollandse matroos die in dit zelvde Hospital bediende was, die ik daar 25 Francs voor betaal-de Vrijdmorgen hem met 7 man in een hangmat na ‘t militaire Hospital hebbende al een dag a 10 ziek geweest, hebbende een nagt bij hem gewaakt zijnde nu en dan buiten Kennis.

5 Jan. wierden weer als voren uit gedreven in de tuin, en in de deur weer ingeteld wij kregen No 102 in alles 145 Noem. [?] waaronder ver-scheidene niet vol de man 1 pondt brood, van Haver en garst ge-bakken en tweemaal ‘sdaags wat paardebonen en schoon dezelve van een slegte qualiteit waren, tog Evenwel door den honger geconsumeerd wierden

7 Jan wierden alle vuren in de Tuin en binnen weer uitgemaakt en zeer streng verboden, geen vuur meer te maken, dan geen halfuur daarna als zij maar Ocasie Zagen, probeerde men [p. 52 "1795"] opnieuw, dan nu overal wagten gezet en in de Preson de Patroullie met scherp geladen alzo moesten de vuren uitblijven Nu kwam een Generaal ons Preson bezigtigen, maar kwam niet in de Preson. een Engelse vrouw die een kleijn kind had, en hier bij haar man die matroos of Bootsman geweest had, en hier bij haar man gebleven was vroeg door een Tolk aan dese Generaal of zij voor haar en haar kind niet wat vuur mogte hebben, dan hij sloeg haar verzoek op een Bitze toon met Neen af en seide alle uren de Patroullie de Preson zouden nazien, en dat niemand zig verstouten moeste om VUUR of ligt te maken.

Wij wagten tot den Donker en toen met onse Dekens weer Rond ons Haardstee gehangen kookten wij in ons Vis Keteltie ons wat Koffi tog met vrees, en hielden ons van de Vensters af en binnen een paar man op de wagt, ons Koffi kokende 't vuur Direkt uit en Consumeerden het met smaak dat wij in den donker ook al gewoon wierden.

13 January onse Levensmiddelen die wij kregen meest op de zelve hoogte de man 1 pond ook wel eens l½ Pd ‘sdaags het Brandhout wierd streng opgepast dat het niet ingebragt wierd zoo dat zij in de Preson overal geweldig sloopten en die maar wat had kookte en Brade weer als te voren, wij betaalden som-tijds 2 Francs voor een haardtie vol houdt, volstrekt uit nood, dat wij nog wat warms kregen in de felle koude en hoewel de officiers van onse Hoofdwagt strenge orders hadden om niemand uit te laten in de stad zoo [p. 53] Waren egter tog nog wel enige, die dit op ernstig verzoek dit nog eens Permiteerden. Ook kregen enige per gratie wel een permie van de Commissaris, dan dit geschiede thans dat men een of andere Fransman met geld bekogt, die dan op sijn verzoek ons een Permie van den Commissaris bezorgde. 'S agtermiddags of in avondschemering kwamen 9 man Spangiaarts stil door de wagten in de Preson, de wagten dagten zeker zij in de stad geweest waren met een gegeven verlof dan dese waren 5 a 6 dagen bij nagt uit de Preson gedeserteerd, met oogmerk hun Vaderland op te zoeken, egter bij nagt in een vreemd Land moetende reisen, hun levensmiddelen verteerd zijnde, en de felle Koude niet kunnende ver-duren, daar zij altijds onder de Blote Hemel moesten verkeeren, dagte hun 't beste om weer te Keeren, en de preson weer op te zoeken, zij hadden nog Enige hunner kleedingstukken aan hun kameraden, die hier gebleven waren, in bewaring gelaten, dat zij nu weer te Rug bekwamen, hunn[e] abzentie wierd door de Franse niet ontdekt.

Veelen onser Lotgenoten moesten Honger Lijden die niets meer en had om wat bij te kopen en dat wierd nu Algemeen het geval, het Ranzoen kleijn in quantiteit alles mager en droog, en nu al enige dagen geen vlees of spek verstrekt zijnde nam de Honger toe met de strenge Koude, alzo dat de Honden die te krijgen waren geslagt en gegeten wierden.

15 January wierden 7 Presoniers in de Tuin gestraft, om dat zij in de Preson sloopten en daar bij betrapt waren, in Presentie der Kommissaris Kregen toen Permissie om wat Brandhout in te brengen, daar wij ook daadlijk gebruik van maakten Schoon duur 2 Knuppels van Calcula 3 duim dik en 3½ voet Lang 20 Sous of een Franc

16 Jan. wierde ons Kleijne Preson leeg gemaakt, men Zeide dat alle die in de stad woonden dese zelve zouden moeten betrekken. [p. 54 "1795"] 21 January ‘Svoormid 10 uur is Gerben Zybes van Grouw overleden, hebbende ik dezelve onderscheidene malen in zijn Ziekte bezogt, ik had mijn Correspondent bewogen bij den Commiss hiertoe voor mij permissie te bekomen onder mijn voorge[ven] dat vorengemelde mijn oom was ‘sdaags voor zijn Afsterven, had ik nog bij zijn een be-zoek gedaan (zijnde wel bij zijn Kennis) dan hij zeide mijn gij ziet mij niet weer, als gij het Leven houdt bezorgt dan mijn Vrouw, dat ik hier nalaat, en zeg dan mijn Vrouw mijn Situatie alhier. be-graaf mijn Stoffelijk deel in een Kist en in bijzonder graf alleen, ik Antwoorde te zullen volbrengen aan zijn Eisch, als zulks voor mijn moge-lijk Was, dan dat hij zelv van onse omstigheden Kennis had, en wel wiste hoe gering onse verzoeken, niettegenstaande alles door ons Aangenomen Wierd te betalen, bij hun in Aanmerking kwamen, en wij niets buiten hunne toestemming konden uitvoeren, hem intussen na mijn Laaste vaarwel gezegt te hebben, en daarbij noch herstelling, daar dit nog bij God mogelijk Was, kwam hij mij nog Ernstig aanziende te Seggen, Neen jonge dit wens ik niet meer, daar ik nu weer herstellende tog voor mijn Zelve maar ongelukkig was, Zijnde Enige van zijn tonen reeds afgezet, mogelijk vervroren geweest ik ging hierop bij mijn Correspondt om voor mijn ten mijnen Koste een Graf en een Kist voor mijn bij den Commiss te verzoeken, die zich ook direkt [vel]edigde mijn verzoek in te Dienen, dan dit wierd mij geweigerd tegen alle aanzoeking hiertoe mijn Correspondt ook gebelgt, zeide mijn ik zal u een kist laten maken en als gij ‘t lijk na ‘t graf brengt, Zal ik U de kist op dien weg laten brengen dan kunt gij het Lijk dan daar in de Kist Leggen, een Apart graf kan ik U niet besorgen.

den 22 Jan. kreeg ik voor 8 personen permissie mits onder Escorte het Lijk te begraven Zijnde een der 8 personen Bootsman bij den overledene aan boord [p. 55 "1795"] geweest. Wij droegen vervolgens het Lijk uit 't Hospital op den weg bragten een paar Fransen ons een Kist daar wij het lijk in geleijdt hebbende hetzelve in de Algemeene grafkuil moesten begraven zijnde gelijk een droge sloot ter lengte van een mensche lighaam daar toe gegraven de Lijken wierden zonder kisten naast en op Elkander ingeleidt en dan een weinig Aarde daar over. Zijnde reeds bij voorraad zooveel Ruimte gegraven dat zij genoegzaam alle Aanwesige Presoniers die hier waren bevatten kon.

Wij namen gelijk meermalen bij de begrafenis te Rug komende in de Stad reeds tevoren gemeld een Wwe moeder van ‘t meisie die ons wel eens een stukie vlees in de Preson had ingesluikt, een klein middag Eten met toestemming van ons Escorte, die ook wat met ons nuttig-den. Schoon zij dit niet mogten Permiteeren daar hun Salaris krap zijnde, Rizikeerden zij gaarne als zij wat konden met ons nuttigen na dit gebeurde Escorteerden onse geleijders ons weer in Preson

Bij ons afwesen 1 pondt brood de man willende uitdeelen wierd zulks geweijgerd waarop een nieuwe telling gedaan zijnde 1 ½ pondt brood de man wierd uitgedeeld

26 Jan. Wierd weer een hond geslagt door de Portugesen, in een maand was niet meer Spek verstrekt en omtrent 3 maanden geen vleesch. Zedert de laatste maal spek 's daags 2 maal een Ranzoentie Paardebonen of Aardappelezoep dat meest water was.

den 28 en 29 Jan. yder dag een Hond geslagt en het vleesch gekookt of gebraden en gegeeten. Enige dagen geleden waren alle Presonniers die in de Stad woon-den in een Huis in de stad bij Elkander geplaatst, zijnde alle gewesen Kapiteins & passagiers

February 1 op Zondag kwamen hier de Berigten per Post: de France Troepen Amsterdam betrokken [p. 56 "1795"] hadden, hebbende geheel Holland ingenomen dese Aangename tijding voor de Francen wierd ons zonder uitstel medegedeelt krijgende nu ook smiddags een Ranzoentie Spek en ‘s avonds weer gewone Aardappelzoep.

6 February wierd het Volk nog-maals uit de kleijne Preson weggejaagt, Komende nu alle bij ons over, denkelijk om het Slopen, ‘s nademiddags haalden zij nog 8 a 9 man uit dito Huis, die nog opnieuw weer aan het Breken waren en Wierden getransporteerd na de Stads Preson en toen wierden wagten gestelt, dat niemand meer in dat Huis mogte Komen, zijnde alreeds geheel Geruineerd geen een glas deur of venster meer in te Zien.

den 9 Febr. waren 'snagts Enige Engelse in de Boddeleg [?] gebroken, niettegenstaande alles met wagten bezet was, namen een partijtie Spek en brood en men Zeide ook van wijn en namen dat mee, dan de Fransen zekerlijk iets bemerkende Atrapeerden nog eenige, door welke hun Cameraats ook bekendt wierden, Zoo dat sij de morgens een 20 man in Arest hadden. Wij kregen daar op dien dag Alleen Brood en anders niets

Wegens 't vogtige weer nu Enige dagen, kon men bijna geen voet buiten de Preson zetten wegens de vuijligheit de Secreten vol, enige door Luijheid andere moede-loosheid een derde door onmagt, het wat ter Zijde te kunnen brengen, Zoo dat maar buiten onse kamer komende in de gangen en Trappens, een Aaklijkheid had die alle bedenking overtrof, en een Lugt daar men van ijzen moest.

Regel nog order was hier niet de Commiss was dit Jaar nog niet in de Preson geweest, en geen Mensch bekommer-de Zig meer over ons Lot [p. 57] alleen strenge bewaking door militaire magt Zoo dat onse gesteldheid in en Rond onse woning allerjammerlijkst was en niet te beschrijven

den 11 February wierd pr order de Commissaris bekent gemaakt dat elke 7 man of Bak een briefie moeste inleveren behelsende alle hunne en met wat Schip elk derzelver gevaren had en hun qualiteit

den 12 dito kwamen hier Wagens met Paardebonen van welke vervolgens 2 maal

s daags wierden uitgedeeld en ook wat meerder kwantiteit als te voren

den 20 February kwam een Hollandse Passagier die in de Stad woonde bij ons in de Preson met Konsent om een Rekwest tot ons ontslag door hem opgesteld te Laten tekenen door de Schippers hier waren thans 2 gedeputeerde van Paris die Enige Krijgsgevangen in Bordeaux hun Vrijheid hadden doen bekomen.

21 Febr. kwamen Enige France officiers in de Preson, aan de welke een Garnezeer die allen de France taal magtig zijn uit naam der Engelse alhier zijn beklag te doen wegens de slegte behandeling die wij gedurende ons aan zijn hier ondervinden moesten, en tot heden niets verbeterde. dese onse behandeling Scheen hun te treffen, alzo wij op dien Avond nog een Ranzoen Spek bekwamen en men Verzekerde ook enige die de Directie in de Preson hadden afgezet wierden, en men zeide dat de Hollandse natie eerst daags alle in de Stad zouden wonen.

22 February wierden door den een en anderen hier Brieven ontfangen uit Amsterdam getek 5 deser dat de Fransen enige dagen geleden in onse Republyk getrokken waren.

27 dito kreeg ik en Enige andere Hollanders [p. 58 "1795"] Een Permissie van de Commissaris om in de Stad te gaan, kunnende nu weer wat Provisie inbrengen volgens zeggen was nu alles vrij uitgenomen Brood. dan alles wierd inportant duur, de Waarde der Azignaten verminder-de, zilver goud nog Kopergeld zag men niet bij een Fransman, dit wierd opgesloten, Zij waren nu alle zeer gereed om alle vreemde munt van ons in te wisselen en wilde nu wel 3 en vier maal zoo veel besteden voor alle muntspecien als bij onse aankomst alles monteerde ook in prijs een Pd ossevlees 3 Franc een pondt Boter 5 Franc een pondt Koffi 12 do en zoo alles pro Rato.

den 1 Maart mooij weer zijnde schenen de Wagten uit de Preson in de Stad te laten gaan al die maar Zeide een Hollander te zijn, Zoo dat de meeste van onse Natie nu eens buiten Waren Kunnende alzo nu een Frisse Adem Scheppen, in de Preson wierd Aangeplakt, dat als de Aanwesige Provisie geconsumeerd was als dan de man 1½ pondt brood zou verstrekt worden, benevens 20 sous in Assignaten en dan 25 man aan een Bak, en dat een derzelve dagelijks de vrijheid zoude hebben om hun Provisie daar voor in te Kopen

2 maart gingen 3 Hollandse Schippers op hunne Eigene Kosten in de stad wonen: Frederik Cay, Pieter Piebes en Bauke Ulbes Hilver-sum.

4 maart: wierden de Hollanders in de Preson alle beneden geroepen, daar ons door den Schrijver van ‘S Lands Fregat de Waak-zaamheid in Presentie van zijn Kaptn en den Commissaris eene Missive wierd voorgelesen, die uit Holland toegesonden Was, [p. 59] behelsende dat in ons Vaderland, niemand overlast nog geweld nog eenige on-aangenaamheden zoude aangedaan door de Franse troepen die hetzelve thans betrokken hadden maar dat Zij ons aanmerkende als hunne medeburgers en ons in alle onse voorregten en vrijheden Zouden beschermen, dat zij ook nooit tegen de Hollanse Natie oorlog gevoert hadden, maar alleen tegen de stadhouder die aan Frankrijk op een onwettige wijze den oorlog had verklaart, en door het zelve ‘s land middelen hadde verkwist op een onbetamelijke en onverantwoordelijke Wijze.

‘Snamiddags Wierd door voornoemde schrij-ver een Lijst gemaakt van allede aanwesige Hollanders, zullende, wij volgens zeggen nu eerstdaags in een Ander huis uit de Preson

8 maart zeijde men ‘S daags te voren berigt uit Paris was aange-komen, dat de Hollanders Vrij waren, maar nog geen order te Transporteeren. Zij lieten thans ook weer niemand in de Stad, dan na alvorens weer een Zogenaamde nieuwe Permie van de Commissaris bekomen had, anders weer niemand buiten Zoodat alle beloften en bekentmakin-gen uitmuntend bevestigden die zij voor alle hunne bedrijven stelden Liberté Egalité Fraternite, en veele onser Lotgenoten ondervonden hadden: dat zij hier den dood vonden door hunne Barbaarse behande-ling en, die het leven behielden: nooit zouden vergeten. Een Staal-tie ter bevestiging: eens sprekende met onse Kaptein van Hamel, die ons geConvoyeerd had van St.Ubes komende zeijde mijn ik heb in 'S Hage mijn beminde 't voornemen bij mijn Retour met dezelve in Egt te gaan, die heeft een Buiten, gebeurt nu dit voornemen in gevolgen, dan wil ik op dat buiten een grote Dog op dezelve houden gelijk Zij een dito op dezelve heeft die wil ik Leeren, als ik daar een Vriend of gezelschap heb en dan een of ander Zegt Fransman [p. 60] Den Dog hem dan ijlings aanvliegt. In Holland is men ge-woon een Jongeling die zig niet wel gedraagd dat hij wild of slegt is, dat dan zijn ouders of voogden dezulke dreijgen met als gij u niet betert dan sturen wij u na de oost, maar og zulk een dreijgen maakt niets: Dreijgd dezulken met Quimpers Preson die is probatum

en schoon ons al een en ander maal nu verscheidene dagen een ander Locaal beloofd was had dit hoe ernstig wij verlangden tot nog toe geen gevolg.

9 Maart hadden enige met mijn verlof te zeggen onse Natie om eens een uitstapie in de Stad te mogen doen.

12 do 's morgens vertrokken weer 50 man Engelse onbekend waar na toe zij getransporteerd wierden kregen ook in dese Week en nieuwe Commissaris voor onse gehate {Prevot}

16 Maart vertrokk weer 50 man Engelse altijd door militairen geEscorteerd. Het genoegen om eens in de stad te gaan, was nu geheel weer afgedaan, zelv wierd ons geweijgerd om op 't Bureau een verzoek aan de Commissaris te mogen doen den vorige dag Wierden alle in de Stad wonende in hunne huisen gebragt en die in de Preson waren buiten Zijnde ook door gewapende magt weer in de Preson

19 dito 'S morgens gingen weer 50 Engelse op mars uit de Preson elk zijn Bundeltie op de Rug zonder meer

20 Maart wierden de hollandse Schippers of officieren Wiens Schippers overleden waren op ‘t Bureau geroepen daar ons Signale-ment in gedrukte Lijsten opgetekend wierd Zullende strekken tot nieue Permissiën om in de stad te mogen gaan, dewelke dan nog eerst door ‘t Distrikt moest worden getekend

21 dito ‘S morgens 8 uur in de Tuin gedreven zijnde, wierden alle Engelse hun Signalement genomen en wierden alle een voor een gemeten niemand [p. 61 "1795"] uitgezondert kwamen 's namiddags 3 uur eerst weer binnen. Zij zeiden nu ons afscheiden uit de Preson nu met een Paar dagen zou geschieden.

22 maart Wierden alle Spangiaarts en Portugeesen hun Signalement genomen Precies in alles gelijk de Engelse de vorige dag.

ik ging met nog 2 Schippers op de Bureau verzoekende onse Permissiën om in de Stad te mogen gaan, dan de Kommisss zeide tot morgen te moeten wagten.

23 Maart 'S voormiddags kwamen de Hollanders alle uit de Preson in eenHuis buiten de Stad genaamd Cremar, zijnde voor de Revolutie een Buitenplaats van een Noble geweest, met een vrij grote Tuin en in de France smaak netties aangeleid was, welke tuin ganschelijk Door een hoog ijzere hek van ons huis en plein dat voor dit huis was eer men op den weg kwam afgeschut was, daar wij alzo geen toegang in hadden. Dit Properite Nationale door een inwoonder der Stad in gekogt voor zijn Azignaten die hij bij zijn Fortuin in de Revolte bekomen ingekogt had 't zelve aan 't Gouvernement nu verhuurd tot ons verblijf. hier werd nu elk zijn Plaats Aangewezen om door den Kommissaris der Prezon benevens de 1en Luitenant van de Waakzaamheid wij kregen een Kamer vier Schippers en tien officiers alzo 14 personen en hoewel wij Ruim talrijk geplaatst wierden, buiten dit een uitmuntend vertrek, na dat ons Locaal geweest was, en hoewel ik dikwerf geanimeerd wierd, om in de Stad op mijn Eigene kosten te gaan wonen met te Zeggen, gij zijt een vrij en ongehuwd Persoon, dus geen besorging dan u Perzoon alleen daar bij Crediet in dese Plaats na u behoefte dan in Aanmerking nemende ik reeds alle Tormenten hadde doorgestaan en Vrij in de Stad Konde gaan om mijn Verkiesende behoefte in te kopen, ik nu voortaan alle on-noodzakelijke Kosten wilde vermijden, daar ik mijn Eigen alles ver-loren had, mijn Crediet door mijn Vader alhier door denzelven moesten vol-daan worden, [p. 62 "1795"] besloot ik daar mijn Hoop op ons ontslag en vertrek van hier bij mijn Levendiger wierd om met gedult het zelve hier te blijven afwagten.

24 maart tot voorkoming van alle ongeregeltheden bijsonder Diefstal, wierden door ons algemeen 3 officiers aangesteld om behoorlijke orders te houden en die zig Schuldig maakte te straffen het was bij ons in alles Compleet Egaliteé: alleen die wat bezat behield het nog voor Zig.

'Snademid wierd een Reglement door bovengemelde officiers opgestelt aangeplakt in verscheijdene Ar-ticulen bestaande waar na Zig eenyder had te gedragen ook kwam 'Snamid de Commissaris en bragt ons de Vorengemelde Per-missiën om na ons Eigen goedvinden uit te Kunnen gaan mits 'Savons met de TapToe weer in huis.

gedurende ons verblijf Hier hielden wij ons Locaal zuiver alle morgens uitgeveegd en Zaterdags uitgeschrobt en gespoelt

25 dito wierden 2 man hier op Cremar over Dieverij deeglijk afgestraft Sagtermiddags hadden wij weer Monstering Wordende alle onse namen opgeschreven, door de Schrijver en de Luitent van de Waakzaamheid, pr order de Commissaris, wij waren in alles hier 122 man.

26 maart wierd hier aangeplakt per order de Kommissaris dat alle Presonniers het Teken PM op de Linker Arm moesten dragen, en dat wel met witte Letteren van een Tamelijke grote. In de Stad wierd mij wel eens gevraagd wat dit betekende, zijnde dit vreemd die hier niet mee bekent waren, zeijde ik wel eens 't betekend Povre Misrable, dat zij gaarne toestemden. Schoon ‘t nu nog zeer verveelend Was kreeg men tog Lugt en die Enig gevoel bezat moeste Al-reeds aan God den innigsten Dank zijns harten Wijden, voor die Ruimte die door ons thans al genoten wierd, dan nu wierd de Tijd tot niets anders besteed dan om alleen te hopen naar 't TijdStip van ons vertrek, [p. 63] verlangende een yder na zijn betrekkingen. Totdat Einde vernemende nu alle Tijdingen die ons door de Fransen en briefen berigt wierden. ik beschouwde mijn Ledige Tijd ten mijnen nutte beter te kunnen besteden tot den Tijd van ons vertrek die ik Reijkhalsende inwagte.

ik sogt ten dien Einde een uitgewerkt boek van de Navigatie van Klaas de Vries dat hier aanwesig was op dat mij tot onderwijser verstrekte. daar ik in jongere tijd wegens Tijdgebrek, meer onderwijs in Wenste genoten te hebben, en oeffende mijnzelve om hier door nog eenige dingen wat grondiger te Leeren kennen, die mijn in latere leeftijd nog nuttig konden zijn, waarin ik mijn heb beziggehouden tot ons vertrek Reeds bepaald was, in welke Tijd ik Leersame Exempelen van Cornelis Douwes bij zijn zeemans Tafelen gesteld, mede alle heb doorgelopen, en Schoon verscheidene van mijn Lotgenoten, mij hier mee ziende beginnen, zig ook men mijn zig wilden oeffenen. Had dit met niemand voortgang om aan te hou-den, ook dikwerf ter verposing Zag ik eenige Natuurkundige werken van Martinet of een of ander Godsdienstig boek hier mede met een of ander mij verdiverteerende was ik zomwijlen wel geheel alleen op ons kamer, daar mijn geen morsigheid mij hier hinderlijk was, en ik mogt gaan als ik dit verkoos, was ‘t op de kamer niet Lastig, daar ik tog voor Consent te hebben niet na mijn vaderland mogte vertrekken, en menigmaal wij agten niets dan ons vertrek te mogen horen. tot dat einde gaan wij zoo veel nieuws te weten als ons mogelijk is, en kunnen ons Zoo in die wetenschappen al hoe nuttig die ook mogen zijn niet met uE oeffenen, daar veele mijner Colegas nog hier door uitgafen hadden, dat voor [p. 64 "1795"] hun Beter was te bewaren

31 maart kwam hier een Brief uit Holland, zeggende wij verwonderen ons, dat gij u ontslag nog niet hebt, en Raden u onverwijld Rekwest te Presenteeren aan de Hollandse Ambassadeur om u vrijheid

1 April gingen 14 man hier met Consent weg te trekken na een Dorpie Pont Labé [Pont l’Abbé] onder dit getal de aangestelde Regters zijnde, wierden 2 Schippers door 't volk in hun Plaats gesteld, dese nieuwe Regters een gevonnist om dat hij gestolen had, kreeg 30 slagen met de Koord, en een die den Avond van den vorige Dag niet bij 't Lesen der Rol niet Present wierd met 5 Franc geboet, dan 2 dagen Later het volk te onvreden op de Regters bedankten voor hunne Posten, Waarop wij enige dagen Zonder Directie waren

9 April ons uitgaan bleef nu gepermiteerd, veele gingen dagelijks uit werken voor een geringe Loon, eenige zelv alleen voor wat Eten ‘t Ranzoen dat wij Kregen was 1½ pondt Brood de man 'sdaags voor 7 man een Stokvis of de man 1/3 pond spek waarvan de meeste die gezond waren zig niet Zad Konden Eten en geen geld hebbende om wat bij te kopen dwong de Honger tot werken. Een Fransman in de Stad zeijde mijn hier in Quimper 1750 man overleden en gedrost waren.

14 dito kwam hier een Citoyen om hier werkvolk te halen om hout te dragen voor 't Gouvernement 10 man zullende 30 Sous ‘s daags verdienen, dan dese wijgerden, als zij door militairen zouden geEscorteerd worden, Waarop die man naar de Commandant een Generaal ging die 'S namiddags bij ons in ons Preson kwam, Vragende meteen na de Regters of officiers, die wij zeiden voor hun [p. 65 "1795"] post Bedankt hadden om Reden het gemeen geen orders wilden erkennen met te Zeggen 't is hier Egalitéé wij erkennen geen SchippS meer als een ander dan hij zeide zij zig tog aan die Regters zouden onder-werpen en zeide hij, hun weder aanstelde, dan de Regters bedankten Andermaal, waarop hij een officier aanstelde zijnde de Twede Luitenant van 0.I. Paketboot de Faam met verzoek een nieuw Reglement aan te Stellen en een goede Dicipline te houden, en die zig aan Enige misdrijven Schuldig maakte, zou hij bij aanklagte van dien officier in de Stads Preson laten zetten, En meteen verzoekende om 10 man 's anderedaags te werken en dat de reden om die te moeten Escorteeren was zulks nog hunne orders en een Krijgsgebruik was, en geensins moeste aangemerkt als Kleijnagting of belediging voor onse Natie

den 22 April hoorden wij ‘s voormiddags in de Stad dat de vrede getekend was tussen de Koning van Pruisen en de France Republyk, zijnde de vredens Artikelen in de Stad Aangeplakt, dit voede onse hoop op ons ontslag daar wij Vurig na Verlangden
30 April kregen de man 1½ pondt brood, zonder meer enige Schippers kregen een brief uit Paris van de Hollandse Ambasadeur tot Ant-woord op een Rekest aan hem gesonden om onse Vrijheid, meldende dat eerst een Alliantie moest opgesteld en getroffen worden, en dat zij daar nu over onse vrijheid zouden Werken, Zoo dat wij hier-uit konden of moesten besluiten, dat wij nog vooreerst aan ons vertrek niet hadden te Denken.

den 1 Meij wierd ons de man 1½ pondt brood toegedeelt, hierbij een weijnig witte bonen. de Commissaris zeide aan zijn order van Brest hier mede te voldoen. dit was egter te Schaars voor degenen die niets had om wat bij [p. 66 "1795"] te kopen. het uitgaan Was vrij voor mijn, en allen die permie hadden, ook die uit te werken gingen, ik was nu gedurend in gelegentheid mijne behoefte van Levensmiddelen aan te kopen, hadden 's middags wat gekookt eten te Samen, dat wij door een Jonge lieten koken op ons kamer. een onser op zijn beurt ging met onse Kok en kogten hetgeen wij tot ons middageten besloten hadden op de markt of in de Stad, en Smorgens en 'S Avons een Kommetie Thee of Koffi en ik was gemeenlijk Cassier en noteerde alle uitgaven, en Zaterdags na 't schoonmaken hielden wij Rekening en alles effen brood en Boter had yder voor zig zelve.

dan alles wierd van Tijd tot Tijd hoger in Prijs, de Reden mijns oordeels bestond, dat de waarde van de Azignaten verminderde zelv eenige Boeren op de Markt bij het verkopen hunner Waren kwamen met te seggen, ik wil geen Papier want als mijn huis in de brandt raakte, dan verbrand mijn geld ook, dan wij niets als papier bezittende wierden hier door wel eens afgewesen en gefopt de boter al 9 francs het pond Rijst 6 Francs een pondt Koffi 15 Francs een fles wijn 6 Francs voor een maatje Grof boekweite meel voor 3 man een maal 5 Franc Aard-appele 2 Frans dat een maal een man op kon eten, zoo dat die werk kon krijgen uit werken ging, al kon hij maar wat Eten verdienen die niets en had.

2 mei weer een vernieuwde order der Kommissaris om 't teken PM te dragen als ook de Engelse Spangiaarts en portugesen.

6 dito wierd yder man maar 1 pondt Brood gegeven zijnde de Reden volgens berigt gebrek aan Koorn, zoodat het met de Proviant nog verergerde, dit was al mede de Reden, dat de prijsen van levensmiddelen nog dagelijks hoger wierden.

9 Meij kwam hier een brief van Paris geadresseert aan de Hollandse presonniers in quimper in Antwoord op een Rekest door ons gepre-senteerd [p. 67] Aan de Nationale Conventie van den navolgende inhoud

Paris den 11 Florial het 3e jaar der Republyk Vrijheid - Gelijkheid - Broederschap of de dood. De Representanten des volks inhoudende de Commissie der verzoekschriften en Correspondente der versending

“ Aan de Burgers Hollandse gevangene te Quimper Er is ons voorge-dragen Burgers het Adres welke gij hebt gesonden aan de Nationale Conventie gedateerd den 27 Germinal, en gij verzogt hebt versonden te mogen worden over Land en niet ter Zee, in het midden uwer Familiën het is op heden aan het Comitéé van het Zalut Publyk overhandigt”

Heil en Broederschap
? get. Reedo ?

den 10 meij Savons na het Aflezen der Rol kwam nog een man binnen, mooi bezorgd met Drank zijnde een Zweed die bij de Engelse had gevaren die door een Hollandse Schipper voor een die van zijn volk gestorven was, uit de Preson meegenomen was, uit medelijden en om hierdoor met ons zijn vrijheid te bekomen, dat hij al meermalen gebakken had. de officier hem om Zijn misdrijf met 5 Francs boetende of aan de Boom om gestraft te worden, maar in Plaats zig aan Zijn Vonnis te onderwerpen, dreef hem de Brutaliteit tot vloeken op de Regter, en met veel Schelden op de Hollandse Natie

den 11 do Schreef de officier zijn misdrijf den Generaal die op dit berigt dese Zweed een paar Etmaal in de Stads [p. 68 "1795"] Preson liet zitten. Tevoren al eens melding gemaakt hebbende der doden hier in quimper van de gevangene dan nu heden een naukeurig berigt van den Comissaris Garnier meldende

hier in quimper zijn aangekomen Van den 9 meij 1794 tot primo meij 17953370 man
- van hier zijn getransporteerd in dese tussentijd1280 man
- Alhier begraven1710
- Gedeserteerd43
- nog in Preson Engelse, Spaanse en Portug147
- Hollanders op Cremar en in de Stad130
- Engelse nog in de Stad gelogeerd60
Dus een gelijk getal3370

16 Meij Kwam hier een Deense Schippr of Kapteijn die een Schip van de Natie gekogt had, leggende te {Paimbuf} [Paimbœuf] denkelijk een Prijs zij hadden hem beloofd, van de gevangene Deenen en Zweden vrij te geven zoo veel als hij tot bezettinge op het Zelve nodig had, hij nam de namen van de alhier gevangen zijnde Deenen op, en ging daarop na Brest om te Zien of hij aldaar hun Vrijheid kon bekomen

19 Meij stonden de Articulen der Alliantie tussen Holland en Frankrijk in de Courant of NieuwsBladen wordende ons zeer verschillende uitgeleijd.

20 dito passeerde de voornoemde Kaptein weer in Quimper hebbende in Brest voor niemand vrijheid kunnen krijgen

29 Meij onse Provisie ons Van de Natie gegeven Was de man ‘sdaags 1 pondt brood om de 2 dagen de man ½ pondt zout vleesch en daar bij de man 6 once Paardebonen of Witte bonen of Groene erten alle [p. 69] eetbare waren Wierden Dagelijks hoger in Prijs 1 Pondt Boter, 14 en 18 Francs, zoo dat wij dezelve spaarsaam gebruikten dewijl ons onbekend was, de Tijd wanneer wij nog ons Vaderland bereijken mogten, bij de meesten zelv de Schippers had ook gebrek aan Geld Plaats, beide aan munt en Papier.

31 meij kwam hier weer een brief aan onse Natie die ons berigte dat gelijk de nieuwsbladen gemeldt hadden reeds de vrede tussen ons en Frankrijk getekend was Zoo dat ons Hoop op de vrijheid hier -door wierd aangemoedigt, daar het nu Ernstig Vervelend wierd.

6 Juny de Vredens Articulen weer in 't NieuwsBlad Publyk gemaakt zijnde tussen Frankrijk en Holland wierd 'S avons in de Club voorgelesen, waar bij een en Ander onser Natie tegenwoordig Waren, door dezelve wierde Eenparig besloten, dat zij nu ons niet meer als gevangene moesten aanmerken, maar als hunne Broeders en mede-burgers en hierom de Militaire magt die bij ons Poort was op Cremar zouden weg nemen en ons hierdoor de zelve voorregten doen genie-ten als een Burger en inwoonder

's nademid passeerden hier twee Kapiteins met hunne volle Equipagien van Brest te voren van Aliona [Allone/Ollone?] gekomen Zullende 2 schepen van Port Louie [Louis] of Loriënt af-halen Zijnde dese Schepen Prijzen

den 7 Juny zijnde zondag Kwamen 'S namid 2 Heeren van de municipaliteit die ‘t Decreet 'Savons te voren genomen, aan onse Natie alhier bekent maakten het welk op hun verzoek door ons met het Roepen van (Vyve Le Republyk) moest beantwoord worden het Welk daarop zeer flouw gedaan wierd

den 10 Juny zeijde men ons dat in de nieuwsbladen stond, dese dag Aangekomen dat reeds orders tot ons ontslag aan de Kommisaren der Marine waren afgegeven dog niet op wat manier wij zouden getransporteert Worden. dan dese orders waren nog niet Quimper

[p. 70 "1795"]

ons Ranzoen nog meest gelijk de man ‘S daags van Rogge en Garst en men seijde ook met Haver een pondt brood, 3 a 4 once bone de man zegge bonen [?] om de 2 dagen de man ½ pondt zout vlees, de dagen tussen beijden de man gezoute Pelsters[Pilchards = Sardienen] 2 stuks een Vis bijna als Haring van smaak en grote zonder meer

die geen geld had moest zien wat te werken om geen honger te lijden, Enigen gingen Bedelen en het Scheen Enige nog van dezelve mededeelden Schoon de Boeren in dese omtrek wonende, daar zij hun behoefte aan Klaagden, zooveel ik opgemerkt heb, alle Zelve zeer Spaarsaam, ik zoude wel zeggen Zelve een Armoedig leven leijden.

den 11 Juny wierden hier 6 Spaanse officieren getransporteerd van een Spaanse Paket van de Havana op Corunha [La Coruña] gedistineerd, genomen door een Frans oorlogsFregat in ‘t gezigt van Caap Finnisterre

den 12 dito vertrokken van hier Enige manschappen onder den naam Van Zweden en Deenen, Zij kregen een wagen mee voor hun Bagagie en een Fransman die hunne Passen in bewaring had. de voor-noemde hadden op Engelse en Hollandse schepen gevaren.

den 14 Juny Zondag Wierden in de stad 2 Luitenants van de Waakzaam-heid opgepakt door (Chiendarms)[gendarmes] en in de Stads Preson gebragt daar zij tot den volgenden morgen moesten en bleven Zitten omdat Zij {geen} Teken droegen PM of een Kokarde

16 wierd op het Hollands aan ons Hotel Cremar Aangeplakt dat zig niemand van de Presoniërs buiten het Distrikt daar hij gevangen was mogte gaan buiten permissie van de Municipaliteit op Straffe van 6 jaar in de IJzers, en die zonder bewijs daarvan te hebben van vrijheid, in het Departement van Paris Kwam zou met de Dood gestraft worden en die [p. 71] gepermiteerd in Paris kwam mogt zig aldaar niet langer ophouden als 24 uuren mede op doodstraf

den 17 Juny kwam hier 's nademiddags het berigt dat een Aanzienlijke troep Koning gezinden bij de Republykeinen Fransen Veragtelijk Soeans [Chouans] genaamd zig in de nabijheid deser stad bevon-den, derwaarts wierd een Aantal gewapende Militairen gesonden en direkt alle in de Stad wonende Engelse, Spangiaarts en portugesen in een huis gebragt ingesteld onder militaire bewaking, dan de Hollanders in de Stad en wij op Cremar, hielden onse gewone vrijheden.

18 dito den man 1 pondt Brood en 3 pelsters in alles.

19 dito de man 1 Pt brood en ½ pondt gezoute vlees, wierd also niets meer uit-gedeeld, hier over teonvreden geraadpleegd, gingen Enige na de municipaliteit hierover klagen, geassisteerd door enige Schip-pers en officiers die in de Stad woonden, die ook hun Ranzoen dagelijks bekwamen, alzo ook in hun belang. een der Klagers toonde zijn Ranzoen en Schoon zij bekenden, dit niet genoegzaam was, zij zulks dit niet Konden verbeteren, als zulks de order was der Natie of Gouvernement, waarop de Commissaris en Bottelier geroepen wierden brengende een Brood van 3 pondt mee dat gewogen en acoort bevonden Wierd, Zeggende verder zij nog maar een weijnig gedul-dig, dat zij in ‘t minst niet Twijfelden, of ons vertrek zou nu wel spoedig plaats hebben, dewijl zij berigten van Nantes hadden dat van daar de Hollanders reeds vertrokken waren

den 25 Juny hoorden wij ‘S nademiddags van de Kommissaris dat hij order van Brest ontfangen had, om de Hollandse Presonniers van hier na Brest te Transporteeren in 2 Diviesen zullen de Equipagie van het Hollands oorlogs Fregat den eenen dag gaan, en den volgenden Dag de manschappen der [p. 72] Koopvaarders. Enige Schippers of Kapteins gingen verzoeken om van hier Direkt over Land na Holland te mogen gaan, en niet over Zee Kunnende, over Zee gaande en door de Engelse genomen Worden, en dan nog eens in Engeland presonnier gemaakt worden, dan zij Antwoorden wij eerst alle na Brest moesten gaan en aldaar onse Belangen aan de Representant du peuple onse belangen er konden voorleggen, maar eerst alle na Brest, Zelve de zulke die in Quimper zouden willen blijven

den 28 Juny ‘S morgens vertrok de Equipagie van het Fregat de Waakzaamheid om na Brest te gaan in al 85 koppen.

den 29 dito 'S morgens ver-gaderden wij voor de Bureau van de CommissS geen een van de aanwesige schippers nog officier de France taal magtig, wierd ik N.B. bij de Commissaris geroepen, die mijn Enige orders voor ons meede-deelde, ik bragt aan zijn oordeel of nu dezulke die Barvoets waren zulk een mars als wij nu moesten aannemen mogelijk was, Waarop aan Enige behoeftige Schoenen Wierden uitgedeelt Waren in alles 96 man sterk op ons verzoek 3 wagens voor onse Bagagie. Enige Schippers namen Paarden op Eigen Kosten en Wij kregen een Leijds-man, een Particulier man met Last aan de munipaliteiten voor Provisie en inkwartiering; en daarop Afscheidt nemende van onse Bekende ik nog van mijn Lotgenoot aan boord ‘t Frans oorlogsFregat Le Gentille een man van Calcula 50 Jaar genaamd Kaptn Ferrier van Londen nog in Preson, dan mij de hand gevende door Aandoening barste hij uit in Tranen zonder een woord te kunnen uitdrukken, daar ik mijn ook aangedaan gevoelde, als ik in aanmerking nam in wat om-standigheid ik dese mijn vriend verliet.

Van hier Gezamenlijk op mars tot voor het huisie van de Weduwe Cavalliëe wiens Dogter of Jonge mens te voren gemeldt ons dikwijls in de Preson wat had ingesluikt dan eens een stukie vlees of brood of anders iets, die te voren gemeld een Boezewinkel deed Commeny Tabak mede een [p. 73] obergie deden. Hier namen wij elk een kleijn glaasie (Eau de vie) brandewijn à 5 sous de oude vrouw en Dogter en schoonDogter in der haast aan allen bedienende zeide zij zoo wat ten halve zijnde, ik wil geen meer Geld, bediende vervolgens yder onser manschappen gratis wensende ons Vaarwel met Aandoening en zeide ik verheug mij over u vertrek waar in gij zooveel onaangenaamheden hebt moeten verduren, kan ik mijn 't gevoel dat moet hebben van blijde te zijn niet genoeg voorstellen, en nog meer zal dit Zijn in u vader-land komende aldaar uE betrekkingen weder te zullen vinden; hoe-wel uE verkeer mijn altoos hier in mijn huis tot veel genoegen ver-strekt heeft vervolgens alle weer gezamentlijk buiten dit Huisie (Hoezee) geroepen hebbende namen wij God zij den Dank de mars aan.

Van de Plaats daar ik zoveele onser zooveel hadden doorgestaan veele onzer lot-genoten hun graf hadden gevonden; daar wij nog 't leven hadden, en over ons vertrek ons verheugen mogten buiten op den Weg komende Zeide Kaptn F.Hanja van Workum een man van tegen de 60 jaar te paard zittende zijnde bijzonder vrolijk van Aart tegens mij Kom nu Jonge legt u Rok op mijn Paard en nu eens een vrolijk vaderlands Liedtie aangevangen, nu eens vrolijk nu gaan wij naar huis ‘twelk door den ouden Heer te Paard met Hoezee te Roepen met zijn Hoed boven 't Hoofd bedankt wierd, en door ons geleijdende Fransman die zeer bedaard van bestaan was zijn genoegen daarover met Dank betuigde

Want Schoon wij eene mars Route hadden te doen van Calculen 250 uuren gaans tot in ons Vaderland, Zoo wierd zulks niet in Aanmerking genomen: alleen op vrijë voeten te zijn en dat wij onse Akelijke woning verlieten die wij in het voor mijn nooit te vergeten Quimper Corentin, was een gevoel voor allen, dat een lange weg in geen [p. 74 "1795"] bedenken kwam, ik stelde mijn ook zeker voor dese weg te voet te moe-ten afleggen mijn schoenen ten dien Einde verzien in yder derzelve over de 300 kleijne Spijkerties ingeslagen bij de Francen (Point de Paris) genaamd, also vervolgden wij nu met blijde te zijn onse mars Route van 5 uuren gaans en Kwamen in Chatelain [Châteaulain] ontfingen hier door onse Leidsman aangedient twee en twee 3 pondt brood en een pond vleesch benevens een gedrukt Billiet voor onse inquartiering of ons Logement, dat nog een half uur gaans Was in een Dopie Pornolé [Pont-Launay?] daar wij ons Logement vonden in een kleijn huisie daar een vrouw in vonden met een kind. onse nieuwe Waardin ontfing egter ons niet zeer Vrindelijk dese moest ons vlees koken en ons van een Rustplaats voorzien, als een France militair bij hun de (Tap)[?] genoemd. ik beschoude de Huishouding, Als van een Arbeidsman derhalven verzogte ik dat zij ons een Zoepie wilde koken, als wij gegeten wensten wij gaarne een behoorlijke Rustplaats, en dat wij ‘t geen zij hier voor wilde betaald hebben zouden voldoen; dat wij vreemdelingen Zijnde ons moesten aan de France orders onderwerpen, en zij geen Schade bij ons moesten Lijden. dit geseide maakte haar vrindelijker Soo dat ik en mijn Kameraat Kaptein Frederik Kay ‘S avons een Delicate zoep en ‘s nagts een beste Legplaats op Bed, en Schoon Linnen, dan daar ik niet meer Bedgereetschap zag als wij besliepen, denk ik de vrouw, bij de buren gegaan is 'Smorgens een Kopie Koffi op ons verzoek gekookt hebbende, vraagden wij onse schuld, zij niets Antwoordende gaven haar na ons gedagten dat zij voldaan [p. 75] was, zij wenste ons goede Reis en onderrigte ons den weg, dat wij weer bij onse Treijn kwamen

29 Juny vertrokken ‘S morgens van het Dorpie Porlonéé en Leijden onse mars van Chatelein weer af 5 uur gaans tot in LaFou [le Faou] met een Digte Regen zijnde alle mooij doornat Kregen weer de Tap bij de municipaliteit yder 2 man 3 pondt brood en 1 pondt vlees verzogte mijn Billiet voor onse Tweën in een Obergie of Herberg mogt gegeven Worden, dat gedaan wierd in ons Logement ook weer geen Extra welkom, gelijk den Vorige dag. seide ik hun te versoeken, ons een goede Zoep te willen maken, en ons een goede Rustplaats te willen geven en dat wij wilden betalen, hetgeen zij meer als de wet vorderde ons zoude besorgen. hierna wierden wij 'S avons zeer wel bedient, en hadden 'S nagts op een Kamer yder een Ledikant, uit-muntend zoo dat wij op onse ganse Reis niet beter gevonden hebben en na 'S morgens wat Koffi gebruikt te hebben gingen wij onse Reisgenoten na alvorens ook een goede betaling gedaan te hebben, opzoeken

den 1 Julius gingen ‘S morgens weer op mars met Redelijk goed weer en kwamen ‘S avons in Landern[e]au weer 5 uuren gaans, op den Weg Zijnde passeerden ons (2 Chien de Arms) [gendarmes] te paard die 2 man te voet die met een Ketting aan Elkander gesloten Escorteerden. Kregen in Landernau met 8 Schippers alle ons Billiet in een Loge-ment onse inkwartiering en na ons nagtverblijf aldaar en 's morgens wat Koffi genomen te hebben [p. 76] mits voor goede betaling verlieten onse verblijfplaats.

den 2 july weer op mars en na 5 uuren gaans kwamen Wij weer in Brest Kregen ons Logys in de Cayenne, een huis van een grote omtrek, waar de matrosen die in dienst van de marine en niet op de oorlogschepen Waren, hun verblijf hadden en uit de Kas der Natie onder-houden wierden, dan die nu van ons op zijn Eigen kosten in de Stad wilde wonen konde zulks doen. ik en Frederik Cay huurden een kamer in de Stad, daar wij ons goed bragten en 'S nagts slie-pen, Konden ons Ranzoen uit de Cayenne bekomen mits ons bij de uitdeling tegenwoordig om te ontvangen, en die 'S nagts daar ver-koos te blijven was behoorlijk Logys voor en dat Ranzoen dat uit-gedeeld was ook genoegzaam en goed.

ik zogte nu de Eerste gelegen-heid mijn Correspondent de Heer Marzin op.

Reeds tevoren had ik door een brief in Holland gevraagd, of ik in vrijheid gesteld wordende, en mijn Schip weer konde inkopen, of een ander dat goed was, dat ik verzogt mijn eens te willen schrijven, of zij daar- wel toe inetineerden [initieerden?]: Zoo Ja, ik dan hun Crediet hiertoe verzogt. Hiervan kreeg ik Antwoord van een Solide man: uE Koopt daar wat gij voor u dienstig vind, voor dat mondant [mandaat?] disponeert u op mijn, bij boven-gemelde Heer Marzyn, vrindelijk ontfangen wordende, vraagde of ik nog Crediet bij hem had, hij zeide ja, verder als nu mijn schip of een ander Konde kopen, waarop hij mijn Antwoorde UE Krediet is bij mij onbepaald, gij kunt in alle geval op mij Rekenen een en ander maal was ik 's middags zijn gast Verzogte Marzin wat geld voor de jongste zoon van Jarig Attes, nodig op de Reis na Holland zijnde Calcula 14 jaar, dat hij aan dezelve tegen Wissel gaf, mits ik voor dezelve tekende, dat ik voorheen in quimper ook gedaan had, onderscheidene malen vraagde ik naar de Wisselkoers, dit Zeide hij mij telkens niet te kunnen bepalen, Zeide mijn eens als uE in Amsterdam komt Sendt dan mijn betaling in Assignaten te Rug.

Dagelijks gingen van onse Natie op mars na Holland 4 en 6 en 8 man Zoo veel hunne passen gereed waren. om te kunnen vertrekken kregen elk een Mars Route, waar in alle Plaatsen die zij moesten Passeeren uitgedrukt waren en alle 5 uuren gaans, de man 1½ pond brood en een ½ pondt vlees, de Schippers volgens de France Wett ieder mijl 20 Sous Azignaten zonder meer De Schippers verzogt bij Rekest om als de Matrosen te mogen genieten bij de Representant dan dit wierd ons geweijgert met ‘t Antwoord dat wij behandelt wierden als de France officiers, en zoo wij hier niet [p. 77] mede tevreden waren wij hier in Brest Konden blijven en doen eerst onderzoek bij de Hollandse Ambassadeur in Paris.

Een Emder Schipper dus een Pruis met zijn Schip daar zijnde hebbende daar een lading aangebragt, mijn van vroeger tijd bekent bood mijn Gratis de Passagie aan met hem na Hamburg, waartoe ik geen Reispas konde bekomen toen zeide dese vriend, geef mij dan mee als u wat goed hebt ik zal u bij welzijn ‘t zelve u Franko in Amsterdam bezorgen. Fredrik Kay een Koffer hebbende pakten wij ‘t weijnige dat wij hadden in dezelve en gaven het dese vriend mee hebbende naderhand ‘t zelve in beste ordre Franko in Amsterdam weer ontfangen

ik hierna gedicideert om over Land te gaan en geen Ocasie hier nog was om mijn Eigen of een ander Schip te kunnen Kopen hoewel hier onderscheidene Schepen waren Liggende en geen Reden bij mij bestond om zonder Positive order in het onzekere wanneer ik hier een Schip zou kunnen inkopen, te meer daar hier Schippers met Equipagie naartoe gereisd zijnde hier in Logement en geen gehoor konden vinden om een Schip te kunnen krijgen het zelve al in bedenking nemen om weer terug te Reijsen dit een en ander konden mijn niet doen be-sluiten om alhier in 't onzekere te blijven en nog meer geld te verteeren. daar ik tog ook verlangde een Einde van mijn nood-lottige Reis te mogen zien Waar in ik alreeds een 3000 guld voor mijn zelve verloren had en daarbij nog een 500 guld in Armoede verteerd had

Waarom ik met 3 andere onse Reispassen over Paris lieten klaar maken om pr Delichince [diligence] te vertrekken geen Wissel- Koers bestaande had Fr Cay Assignate ontfangen en de Waarde in HollS Courant gesteld. ik ging daarop bij dien zelven Heer en ontfing 5000 Francs in Assignaten en tekende een Wissel de waarde van 100 guldens ontfangen te hebben en wisselde een Portugese Doubblioen ontfing voor dezelve ik meen 1800 francs ik gaf mijn stuurman op Rekening 500 fr mijn Kok dito 400 fr mijn Jonge [p. 78 "1795"] Abe Stok zijnde mede van Grouw 300 francs

bij mijn Afscheid van de Heer Marzin proponeerde mijn meer Geld tot de Reis te willen geven in Assignaten en ook goud en zilvergeld zeggende gij ontmoet Plaatsen op u weg daar gij voor papiergeld niets bekomen kunt. En na dat ik mij op de best mogelijke wijze geEskuzeert en voor hunne bewesen vrindschap mijnen hoogsten Dank betuigd had, Zondt hij ons bij vertrek bij de Delichence haar bediende of Dienstmeid met een fijn Tarwenbrood zeker wel 10 Pt een stuk gebraden vleesch en Enige vlessen Wijn met volstrekte order die door mijn moesten meegenomen worden dan hoe ik ook bedankte en mijn Escuzeerde, dat ik aan dit verzoek niet konde voldoen, moest ik tog tegens alles het gebragte brood meenemen dus onder-vond ik dat dese menschen niet alleen gastvrij maar daar bij zeer gevoelig Waren over het Lot van hun Evenmensch. de stuurman Kok en de Jonge geleiden mijn in de Postwagen, en alle aangedaan over mijn vertrek dat mijn drie reisgenoten griefde, daar geen een van de Drie een van zijn Equipagie na hen Kwam om te Zien.

15 July vertrokken 'S middags van Brest en kwamen 6 uur in Landernau 16 dito vertrokken 'S morgens 6 uur van Landernau passeerden Landewiezou [Landivisiau] kwamen 'S avons 7 uur in Morlaix. alhier ontmoete Mijn -een Bremer Schipper, die met Zijn Schip hier was liggende, dewelke mijn en ik dezelve van vroeger Tijd waren Kennende, mijn wilde meenemen na Bremen, Ja mij bijna vrindschappelijkerwijze tragte te dwingen zeggende ik zal uE op mijn kosten Franco thuis leveren, dan de zwarigheid, ik heb geen Pas om over zee te gaan, mede de terughouding mijner Reisgenoten, daar ik nu op Reis 't woord moeste doen als ‘t meest met de France [p. 79] taal bekendt mijn weerhielden, om aan de Bremer vriend zijn verzoek te voldoen, namen alzo hier weer nieuwe plaatsen in de Dilichense met onderlinge belofte bij elkander te blijven.

17 July 'S morgens 5 uur vertrokken van Morlaix passeerden Port de Ployon [?] Pantoe [Le Ponthou] Bonvores [?] en Plonewee [Plounévez-Moëdec?] en kwamen 5 uur in Belle Isle aan Terre [Belle-Isle en Terre].

18 dito 's morgens om 5 uur weer op Reis passen gingen kwamen om 5 uur in Cittodran [Châtelaudren?]

19 dito Vertrokken 'S morgens onder een Escorte van 5 Soldaten passeerden St. Brieux liggende aan de Zeearm het Kanaal zelv de Postweg op een kleijne Distantie aan het strand langs vonden de wegen hier overal vol Reizigers kwamen 's avonds 6 uur in Lanbaal [Lamballe]

20 ’S morgens om 6 uur onder Escorte van 10 man kwamen 's avonds half 5 uur in Bron [Broons].

21 dito 'S morgens met een Escorte van 15 man kwamen na 2 uuren gereden te hebben in een Dorpie met 25 man ons wiel van onse Wagen brekende kwamen half 2 uur in Montobancq [Monteauban-de-Bretagne] daar wij moes-ten blijven dat het Wiel onser wagen gerepareerd wierd wij konden alhier volstrekt voor Papiergeld niets bekomen waren genood-zaakt onse Maaltijd alhier met zilver en alzo met Hollands geld te betalen.

den 22 July vertrokken S morgens 6 uur met een Escorte van 15 na groot 2½ uur Rijdens in een Dorpie Beedee [Bédée], daar onse Reispas-sen geExamineerd wierden kregen van daar weer een Escorte mee van 20 man geleijden tot aan Rennes hier moesten wij wagten of ver-toeven na een Escorte tot den

31 July vertrokken 's morgens om 7 uur [p. 80 "1795"] onder een Escorte van 250 man met twee kleine veldstukken en een groter aantal voetgangers dan 't gemelde Escorte welke ook alle gewapend waren ook enige Delichenses en Posten, de Comandeerende officier sloot zelv onse wagen en hield de Sleutel bij zig, alzo dat niemand uit de wagen konde of mogte Komen. Een France juffrouw bij ons mede in onse wagen zijnde, mede van Morlaix met ons mede gereisd zijnde, verzogt mijn Ernstig ik mijn Goudene Knopen die ik in mijn Hemd had uit wilde nemen, Zeggende als de Soeäns [Chouans] alzo uit veragting genaamd, ons onver-hoopt overvielen Zouden zij u misschien om dezelve het Leven be-nemen. Dan ik dit eerst niet doende wierd door mijn Colegas aan-gespoort om dese juffrouw te plaizieren en nam die uit mijn hemd. wij Reden dus zeer Langsaam en verveelend ingepakt in de digte Wagen. met de voetgangers, daar wij te voren geEscorteert wel eens uit de Wagen gingen en heele tijd voetteerden Kwamen 'S avons alzo om 6 uur in Laval zijnde in dese stad veel Linne fabrieken en Blekerijen.

1 Augustus vertrokken smorgens om 7 uur met een Escorte van 20 man kwamen ‘s namiddags om 3 uur in Mayenne.

den 2 dito vertrokken ‘S morgens met een Escorte van 60 man en kwamen 'S namiddags om half 4 uur in het Dorpie Preeampce [Pré-en-Pail]

3 dito vertrokken 'S morgens met een Escorte van 20 man tot 9 uur in een Dorpie. Vandaar Sonder Escorte kwamen 'S avons 7 uur in Lumeel [Le Méle-s-S]

4 dito om 11 uur weer op Reis passeerden Marlagne [Mortagne-au-Perché?] [p. 81] en St Marys [?] en den

5 Augustus passeerden Ferneu [Verneuil] en Filzeer [Fillières-s-A?] en ook Versailles.

6 dito Kwamen wij in Paris. hadden Reeds uit Paris op de weg komende, nu van Brest al een brief ontvangen van eenige Presonniers die ons van Brest vooruit gereisd waren na Paris, welke wij verzogt hadden ons te melden van Paris Waar zij hun Logement genomen Hadden en de verdere bijzonderheden die ons tot onderrigt nodig waren. bij onse Aankomst een Stads Wagen thans (omnibus) met ons 5 Personen om ons na onse opgegevene Logement te brengen be-kwamen in hetzelve een Kamer met onse 4 Schippers met 4 Ledikanten Proper maar ondervonden dat het Leefde van Weegluisen [wandluizen], dat mijn Colegaas Snagts Ernstig inkomandeerde [inconvenieerde?], dan ik had ‘t geluk dat dese Citoiens zoo als algemeen niet erg op mijn gebeten waren. dan niettegenstaande een en andere drangreden bestond om Van hier te komen konden wij geen plaats bekomen in de Delichence over Brussel, die lange vooruit besteld waren over Lylle is Rijssel voor 14 deser ook geen plaats vindende dit aangenomen na alvorens permie van de Stads municipaliteit gevraagd en bekomen te hebben tot ons verblijf. ik proponeerde al te Marsieren dat mijn Kameraats niet wilden, en dan nu alleen op mars te gaan Kon ik niet besluiten in Aanmerking nemende, ik alrede alles verloren hebben-de en een Aanzienlijke Som in Armoede verteert te hebben. gesteld ik nu 100 guld meer verteerde met 't blijven mijner Reisgenoten, nu tog de Kool niet meer konde vet maken Bleef alzo bij mijn gezelschap, dan nu tog hier moetende blijven Zeide ik nu ik hier tog ben en dat mogelijk [p. 82] in mijn Leeftijd niet weer gebeurt wil ik Gedeeltelijk zoo veel mij mogelijk Paris ook bezien. Den eersten dag na onsen Aankomst ontmoete ons een man die ons Aansprak in onse Taal, en na enige gesprekken met dezelve bood hij zig aan als gids na Accoord met hem 's daags 40 Franc te betalen bleef dese onse Leidsman zijnde een Jood geboren in Noord Braband hier in Paris reeds over de 30 jaren gewoondt hebbende volgens zijn berigt. Wij ondervonden dan ook voldoende hij in Paris bekend was. bezagen enige oudheden en 't merkwaardigste na ons keus, de Plaats der onthoofding van Lodewijk 16 't Paleis Henry quatre thans genoemd Paleis Egalitee en meer bijzonderheden alle Avonden na een Comedie die hier een Aantal Waren Grand Theatre Francaise, Theatre Republyk, dan Theatre Italiën en andere die ik gezien welker namen bij mijn niet gereflecteerd zijn en daar wij met eén maaltijd per dag alles afdeden, gingen wij uit de Comedie Ko-mende direkt Rusten tot dat wij verheugdt van hier onse Aftogt Kon-den maken.

den 14 Augustus vertrokken des namiddags van Paris passeerden St Denys Continueerden den geheelen dag door te Rijden kwamen 15 dito 's agtermiddags in Ammiëns.

16 dito vertrokken 'S morgens weer om 5 uur en kwamen tegen de Avond in Arras

17 Aug gingen 'Smorgens weer op Reis en kwamen tegen den Avond in Lille is Rijssel waar in de stad op derzelver markt zijnde een plein aan een gebouw gelijk aan een Tooren een Wijzerplaat door uurwerk gedreven en dus gaande, de Tijd aanwees [p. 83] ingerigt in manier de algemene tijdwijzers in een Etmaal 24 uuren en yder uur 60 min aanduiden bevatte yder 24 uuren alleen 10 uuren in yder uur 100 minuten, zekerlijk ook een instelling der Revolutieonairen in navolging hunner instelling van de week in Tien dagen de 10de dag Dicadi

den 18 vertrokken 'S morgens van Rijssel kwamen 's avons in Gent

den 19 Aug 's morgens van Gent Vertrekkende hadden wij in de Dilichence een Reisgenoot een Koopman in Antwerpen wonende Komen-de ook van Paris, die zeide hij berigt had dat voor een paar Dagen een Schip, zijnde een ZeeSchip die de Schelde uit Zee komende opgevaren was dat hij verlangde te mogen Zien, daar hij nog nooit tevoren zulks had gezien 't welk bij ons komste be-vestigde. berigte ons wijders dat de France Assignaten in Antwer-pen en Holland volstrekt geen waarde meer hadden maar daar hij voornemens was direkt weer na Paris te gaan, als wij nog overig hadden ons dezelve tegens 2 duiten pr Franc dezelve wilde afnemen, om ons vriendschap te doen ik had alrede al van mijn Franken aan mijn Reisgenoten overgedaan. de Resteerende bestaande in 1500 Francs, die ik aan dese koopman alzo verkogt kwamen wij 'S avons in Antwerpen.

Den 20 Aug vertrokken 'S morgens 5 uur van Antwerpen kwamen 's avons half 10 uur te Rotterdam

den 21 Augustus 1795 vertrokken 's mor-gens om 6 uur van Rotterdam na Delft en vervolgens over Leijden en Haarlem Kwamen ’s avons om 8 uur te Amsterdam.

[p. 84/85]

Nu weer Gezond en Vrij op Vaderlandse grond,
Daar ik nu Wederom, mij bij mijn Maagschap vond,
‘k Herdenk dan nu met Ernst hoe God zijn Hulp kwam schenken,
daar Krijg gevankenis, en Kommer mij kwam Krenken,
Zijn Hand bewaarde mij, in alle omstandigheid,
in Roof gevankenis, in Krijg in Bitterheid,
Zijn Hand die mij dus Sloeg die Kan ook weer genesen,
Dus Blijft het mijne Pligt God in zijn weg te vresen,
Schoon Kommer en Verdriet elk dwong tot Angst en Schrik,
Wierd ik nog Steeds gespaard in 't bangste ogenblik,
Al toond ons Viand wreed zig Zonder medelijden,
God kwam na zijne Raad en wijs bestier bevrijden,
geef mij door Christus Heer, een Dankbaar Hart voortaan,
laat nooit u Zorg u Hulp uit mijn geheugen gaan,
is mijn verlies wel veel, misschien voor mijn tot zegen,
en strekt mij dit tot Straf, Regt zijn altoos Gods Wegen,
Wytze Gerbens

Het is goed voor eenen man dat hij het Juk in zijnen Jeugd draagt hij zitte Eenzaam en Zwijge Stille, omdat hij 't hem opgeleid heeft hij steke zijnen mond in den Stof, Zeggende misschien is er Verwagtinge
Klaagliederen Jeremia 3 versen 27-28-29

[p. 86/87]

Lijst der Hollandse Schepen die door de Franzen genomen zijn in 1794 en 1795 en welker Equipagien - geheel of Gedeeltelijk in quimper Corentin in Preson geweest zijn

Namen der schepen Kapiteins of Schippers   gevangene in quimper wat datum genomen doden in quimper
O.I.Compeschip Willem de Vierde Thomas Trompsers X 16 den 25 Aug.1793 5
de Vrouw Jantie Haye Hendriks X 5 ,, 12 Maart '94 2
de Vrouwen Wiarda & Wijnalda Gerben Zybes O 5 ,, 12 dito ,, 4
de Vrouw Alida Teeke Hania 8 ,, 16 dito ,, 3
O.I.Comp. Paketboot de Faam Luitie Frederiks 32 ,, 25 dito ,, 11
de Anna Elizabeth Jakob Zouw O 7 ,, 26 dito ,, 5
de Juffrouw Neeltie Age Obbes O 7 ,, 27 dito ,, 1
de Jonkvrouw Maria Petronella Eskel Hakenzon O 12 ,, 12 April ,, 4
Onverwagt Johannes Maler O 12 ,, 28 dito ,, 3
de Vrouwen Cornelia & Izabella Pieter de Lange 6 ,, 28 dito ,, 3
de Vrouw Gerardina-Maria Hendrik Hanses Swart 8 ,, 20 Meij ,, 2
's Lands Fregat de Waakzaamheid Capt J.W. van Hamel 132 ,, 20 dito ,, 57
Zelden Rust Jarig Ates O 8 ,, 21 dito ,, 6
Kinds Kinderen Sybren Bekes O 5 ,, 21 dito ,, 3
Juffrouw Maria Johannes Annes Kalf O 6 ,, 21 dito ,, 3
Jonge Gerbrand Wytze Gerbens 6 ,, 21 dito ,, 2
Christiaan Jonathan Pieter Siebes 7 ,, 21 dito ,, 2
Felix Merites Hidde Cornelis X 10 ,, 21 dito ,, 6
de Twee Gebroeders Jan Wanders 5 ,, 21 dito ,, 1
de Vrije Fries Hessel Jans de Jong O 6 ,, 21 dito ,, 3
Maike & Aaltie Wijnalda Bouke Ulbes Hilverzon 4 ,, 21 dito ,, 1
Jan Poppes Eijze Yges O 7 ,, 21 dito ,, 4
de Vrouw Chatarina Margretha Johan Paul Mantzelman 1 ,, 23 April ,, 0
de Mercurius Frederik Cay 10 ,, 26 Meij ,, 3
de Vrouw Maria Willem Geerts 9 ,, 31 dito ,, 4
de Waakzaamheid Coene Jans Cornel 7 ,, 1 Juny ,, 2
de Zeevaart Jan Hendrik Koen 6 ,, 20 July ,, 3
de Jesuiet Pieter Lamant X 8 ,, 10 Meij ,, 4
van twee Americaanse Schepen Twee Hollandse Passagiers 2 0

Zijnde in alles aangekomen in quimper 357 man hiervan Doden 147

Alle de schippers agter wiens namen een X getekend staat zijn niet in Persoon in quimper geweest en agter wiens Namen een O getekend is, die Zijn in quimper overleden


© Koninklijk Fries Genootschap / de auteur
Dit artikel hoort thuis op de website van het Koninklijk Fries Genootschap. Verdere verspreiding van dit artikel is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke toestemming van de auteur en / of het Koninklijk Fries Genootschap.

Valideer XHTML 1.0! Valideer stijlblad

Koninklijk Fries Genootschap voor Geschiedenis en Cultuur / Keninklik Frysk Genoatskip foar Skiednis en Kultuer